Vrg. 200001. Hoe moeten we dementie zien van al die oude mensen die in het verpleegtehuis zitten?


Antwoord:

1) Concreet hebben we in de boeken niets kunnen vinden over dementie.

Wij denken echter dat we het antwoord op deze vraag kunnen halen uit een verhandeling van Meester Zelanus die hij eens hield over verlenging van het leven.

Hij zegt daarin o.m. dat de oorzaak van ziekten en andere uitvalsverschijnselen terug te voeren zijn tot de 4e stoffelijke graad. Hier zijn de ziekten ontstaan, omdat verschillende graden, gevoelsafstemmingen, zich met elkaar verbonden. Dit begon al in het oerwoud. Gedreven door hartstochten paarde de hogere met de lagere graad, waardoor de lichamen werden bezoedeld en zo de natuurlijke afstemming verloren ging, Dit begon al wanneer de vierde graad naar de derde graad ging en nog erger werd het toen de vierde graad met de eerste en de zesde met derde ging.

Dit heeft disharmonie in allerlei organen veroorzaakt, dus ook in de hersenen. De natuurlijke afstemming ging verloren.

Je zou de hersenen kunnen zien als een soort transformator. De hersenen zetten gevoel, dat binnenkomt via de zonnevlecht, om in daden. Dat kan zijn lopen, zitten, fietsen of praten.

Bij dementie werkt de transformator niet meer naar behoren, gaat haperen, waardoor een gedeelte van het "omzettingsproces" verloren gaat.

We zien in de praktijk, dat die hapering begint bij de laatste gevoelsindrukken die een mens ontvangt en wil omzetten. Dit uitvalsproces gaat steeds verder tot uiteindelijk de kindertijd wordt bereikt. Zoals u weet noemde men dementie vroeger "kindsheid"

Een ander fenomeen dat we waarnemen is, dat de ware aard van een dement mens bovenkomt. Met ware aard wordt hier bedoeld, de gevoelsafstemming. Door dementie vallen de maskers.

In sommige gevallen zijn die verschillen erg groot; onaangename mensen in het normale leven worden zeer aangename en lieve mensen als ze dement zijn, maar ook andersom komt uiteraard voor.