D E    B I J B E L

in het licht van Gene Zijde

 

5.  God noemde het licht dag, de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

 God noemde helemaal niets. God heeft alléén door Zijn Openbaringen tot het menselijk wezen gesproken, nimmer door het woord! Dit zijn verzinsels! Wij mogen thans zo spreken: aan deze zijde hebben wij de Goddelijke wetten leren kennen en wij hebben ons die eigen kunnen maken. Nu heeft Christus ons opgedragen de wetten van God op Aarde te brengen. Vergeet niet dat wij heilig ontzag hebben voor de wetten in de Goddelijke ruimte, niets weerhoudt ons om u thans de werkelijkheid daaromtrent te vertellen. Wij zijn bewust geworden van al deze openbaringen Gods, door de wetten kregen wij deze ruimte in eigen handen, want hierover zal het menselijk wezen tot zijn “Alvader” terugkeren.
God heeft nimmer van dag en nacht gesproken. God gaf ons het leven en de planeten het bestaan en het licht en daarmede was alles voorbij, toen kon Gods schepping beginnen. Toen had God niets meer te schenken.
En de bijbelschrijvers spreken over avond en morgen, maar beleefden hun eigen dag en nacht en schreven dat neer. Dat zou God hebben gezegd? Onwaar!!! De directe feiten spreken anders. Al die gezegden hebben geen betekenis voor de Goddelijke schepping. Maar miljoenen mensen zitten eraan vast, omdat de Bijbel het Goddelijke woord zou zijn. Aan Gene Zijde beleefden wij de werkelijkheid en hebben wij onze hoofden moeten buigen voor Gods waarachtige Schepping! De eerste dag in de schepping beleefde niet één mens. Toen God zich openbaarde was er alléén werking. Na die werking, het duurde heel lang, ontstonden de nevelen. Weer later, miljoenen jaren duurde het volgens uw eigen tijdrekening, zien wij verdichte wolken. Daaruit is de mens ontstaan. Er kwam een afscheiding het cellenleven ontwaakte, het embryonale stadium ving aan.
Dat is de eerste dag voor Gods schepping, de eerste feitelijke scheppingsdag was dus niets anders dan werking maar die dag kreeg bijna geen einde.
Duizenden eeuwen moesten er eerst nog voorbij gaan, eer God zich in het volgend stadium openbaren zou. En de mens was nog slechts een cel, een nietig diertje. Hoe wil deze mens dag en nacht kennen? Dat het menselijk wezen eerst op Moeder Aarde die hoogte zou bereiken, hebben wij in ons leven kunnen vaststellen en is door Christus als eerste Meester in de ruimte beleefd. Morgen en avond, licht en duisternis hebben één betekenis voor de bijbelschrijvers, maar deze mensen putten uit het bestaande, uit hun eigen dag en nacht, en kenden Moeder Maan nog niet. Maar op de Maan heeft dit proces gevoel en ruimte gekregen, daar zijn dag en nacht ontstaan en niet op Aarde! Toen was de schepping van God reeds miljoenen eeuwen oud!
 

Jozef Rulof /Meester Zelanus “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien”.  

Europese Heraut, 3e jaargang, no. 53, 15  November 1955.