D E    B I J B E L

 in het licht van Gene Zijde

 

15e gezegde . En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven aan de Aarde. En het was alzo.  

En zo was het ook, maar ook dat “zo” heeft miljoenen eeuwen geduurd. De Zon zou licht geven aan de Aarde en gaf licht voor het leven in de ruimte. God schiep dat licht, ’t Goddelijke uitspansel scheurde vaneen, splitste zich in biljoenen deeltjes en dit werden lichtgevende lichamen. De Maan hielp de Zon verdichten en de Zon kreeg de eigen verdichting direct vanuit de Goddelijke bron, zij ontving de halfstoffelijke verdichting. De Zon is voor Gene Zijde dan ook het vaderlijke principe, zij is niet barend, maar scheppend. Zon en Maan vertegenwoordigen God en ze hebben beide het vader- en moederschap moeten aanvaarden.
Wat wisten de bijbelschrijvers in hun tijd van deze omstandigheid, van deze gigantische en toch zo natuurlijke wetten af? Niets? In uw eigen eeuw zijn deze openbaringen nog niet begrepen. De wetenschap weet er geen raad mee, de geleerden van uw eigen tijd verliezen zich nog steeds in de goddelijke schepping, want zij kennen het ontstaan niet!! Nog is de verdichting van Zon en Maan op Aarde niet bekend, maar dat zal komen en eerst dan lost deze onnatuurlijkheid van de bijbel op en zal deze opnieuw geschreven worden. De Aarde ontleent haar warmte en licht aan de Zon, doch de Zon kreeg de bezieling direct uit God en de Maan weer door de Zon en met haar al het leven in de ruimte. De Zon bleef deze Goddelijke bezieling behouden en is hierdoor half stoffelijk, half geestelijk gebleven, een energie, die op ons astrale leven afstemming heeft.

Jozef Rulof/Meester Zelanus  “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien’.

 Europese Heraut, 3e jaargang, no. 67, 15 Juni 1956.