D E    B I J B E L

 in het licht van Gene Zijde

 

16e ….God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine tot heerschappij des nachts, ook de sterren.

Heel waarachtig is dit en eenvoudig, maar de bijbelschrijvers vergaten te vermelden, dat de Maan geen lichtgevende bol is…, want de Maan krijgt haar licht van de Zon. De Maan heeft een heel andere betekenis in deze schepping dan deze schrijvers hebben kunnen vaststellen. Alléén de Zon en de sterren zijn uitstralend. Hoe kan God Zichzelf zó tegenspreken? Dat mensen zich vergissen omtrent al deze problemen is mogelijk. Kent God Zijn eigen schepping niet?
Moeten wij aanvaarden, dat God geen onderscheid kan maken tussen Zijn leven? Groeit Gods leven Hem over het hoofd? Weet God niet meer wat een ster, wat een planeet, wat barend of lichtgevend is? De bijbelschrijvers tastten in het duister! Zij konden het dag- en nachtlicht niet van elkaar onderscheiden, ze kenden de schepping niet. Een geleerde van uw eigen tijd had deze onmogelijkheid niet opgeschreven.
Maar God weet beter! Hij heeft nimmer gezegd, dat de Maan de nacht zou verlichten, dit zijn menselijke gedachten, is fantasie.

Jozef Rulof/Zelanus  “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien’.

Europese Heraut, 3e jaargang, no. 68, 1 Juli 1956.