D E    B I J B E L

 in het licht van Gene Zijde

.

20e …. En God zei…Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen  een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de Aarde in het uitspansel des hemels.  

Dit is alweer putten uit het bestaande, spreken over een toestand, die met het ontstaan van de schepping niets te maken heeft. Toen de schepping een aanvang nam, zei ik u reeds, was er alléén bezieling, astrale kracht in de ruimte. Daarna kwam er werking, toen de nevelen, weer later de wolken en ontstond het embryonale leven. Eerst is de mens geboren, daarna het dierlijke leven. Maar in de bijbel staat geschreven, dat God eerst de wateren vulde met zielen en wriemelende diersoorten. En dat kan niet, want het dier is uit de mens geboren.
Toen de wateren met diersoorten werden gevuld, was de schepping biljoenen jaren oud en had de mens het hoogste stadium op de Maan al bereikt. De Maan heeft geen gevleugeld dier gekend. Op de tweede kosmische levensgraad ontstond dit leven, terwijl het op de planeet Aarde tot ontwikkeling kwam, waar het zich van de wateren losmaakte en de gevleugelde soort ontstond. De hoogste soort gaat met ons naar het AL terug! Ook het dier heeft dus een eigen ontwikkeling moeten volgen.  
    

Jozef Rulof/Zelanus  “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien’.

Europese Heraut, 4e jaargang, no. 74, 15 Oktober  1956.