D E    B I J B E L

 in het licht van Gene Zijde

 

28e …. En God zegende hen, en God zei tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt en vervult de Aarde en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de Aarde kruipt!  

Het enige dat hierin volgens de astrale schepping Gods waarheid is, is het ogenblik dat God tot ons mensen sprak, wat wij echter als gevoelskracht hebben beleefd. Die wijsheid, die Goddelijke taal legde God in ons leven neer en in al de biljoenen levensgraden die wij zouden gaan beleven, riepen de Goddelijke wetten ons het halt toe, indien wij ze zouden misbruiken, zouden vernietigen, zouden bezoedelen! En ook dat is geschied, want de mens ging door zijn eigen leven te gronden! Hij richtte voor zichzelf een schavot op! Hij hing zich op, doordat hij het leven niet kende en niet wist dat er geen dood was! Maar God legde in ons neer Zijn weten, doch dat weten zouden wij ons als mensen eigen maken. God zegende Zijn kinderen door deze Goddelijke genade aan al Zijn leven te schenken, maar de mens heeft deze Goddelijke schatten niet begrepen.  

29e ….En God zei: Ziet, Ik heb u lieden al het zaad-zaaiende kruid gegeven, dat op de ganse Aarde is en alle geboomte, in hetwelk zaad-zaaiende boomvrucht is, het zij u tot spijze!  

De Aarde heeft al deze waarheid geschapen, maar dit leven heeft een eigen evolutie gekend en onderging een miljoenenproces. Elke eeuw bracht het eten en drinken voort in de vorm waaraan het menselijke organisme behoefte had. Toen de mens bewust werd, zette hij dit proces voort en hielp de natuur, zo ontstonden er tal van vruchten. Altijd is er voedsel genoeg geweest voor de mens, want God overzag de tijden, het groei- en bloeiproces van Zijn kinderen. Doch de bijbelschrijver klampt zich angstvallig aan het bestaande vast, daar hij het ontzagwekkende verleden niet kent.  

30e …. Maar aan al het gedierte der Aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de Aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.  

En zo is het ook! Elk dier vindt op Aarde eten en drinken naar de aard van zijn stoffelijk leven. Maar al dit leven moest eerst evolueren!
Wij zijn geen godslasteraars, wij hebben echter de Goddelijke wetten leren kennen. Wij zijn niet van plan u uw kerk te ontnemen, dit is wel het allerlaatste wat Gene Zijde zou willen doen. Wij willen u alleen overtuigen van de waarachtige Schepping Gods en van heel uw eigen heiligheid!  

Het tweede hoofdstuk van de bijbel vertelt u naast de onwerkelijkheden van het eerste toch ook waarachtigheid, maar toen konden de bijbelvertellers uit het bestaande putten.

 Jozef Rulof/Zelanus  “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien’.

Europese Heraut, 4e jaargang, no. 78, 15 Dcember 1956.