D E    B I J B E L

 

in het licht van Gene Zijde

 

 

 

3.     En God zeide : DAAR ZIJ LICHT EN DAAR WERD LICHT!

 

Ook dit is onjuist.

Voor de aardse mens is god oppermachtig, ook voor deze zijde. Maar zo eenvoudig kwam dit licht toch niet tot stand. Aan deze zijde hebben wij het ontstaan van het licht anders leren kennen. Ook dit proces heeft miljoenen jaren geduurd, eerst toen gaf de Zon licht af en bestraalde zij het Universum, het leven van God in alle levensgraden. Dat geweldige licht is niet in eenmaal ontstaan.! Dat is onzin!!

Aan de oppermacht van god twijfelt Gene Zijde geen seconde, maar het licht heeft een eigen evolutie gekend. Waarlijk, God schiep het licht, maar de Zon heeft haar eigen verdichting ondergaan, zo niet, dan zou zij in het beginstadium van de schepping het leven hebben verbrand. Het embryonale leven bezat toen nog geen weerstand. Volgt nu eens deze geweldige ontwikkeling en het duizelt  u.

De Zon als het centrale punt heeft enorme betekenis voor het menselijke wezen en bij een schepping zonder licht zou het leven nimmer hebben kunnen ontstaan. En de Zon was niet verder verdicht dan de Maan en al haar leven, anders waren kosmische stoornissen ontstaan. Zon en Maan waren volkomen één en zijn dat gebleven tot het laatste leven de maan ging verlaten. De zon kreeg eerst kracht, toen ook Moeder Aarde ontwaakte en aan haar taak kon beginnen. Aan deze zijde hebben wij deze wetten van graad tot graad kunnen volgen. De Zon voorzag eerst de maan en haar bijplaneten van licht en daarna de Aarde.

Toen de drie kosmische levensgraden zover waren gekomen, kon de Zon zich krachtiger verdichten en nam de stoffelijke evolutie voor dit uitspansel een aanvang. Was de Zon vóór de Maan gereed geweest, dan zou geen vonk van God bestaan hebben gekregen en voor deze evolutie reeds levend verbrand zijn geweest. De Zon, zo roept Gene Zijde u toe, heeft een eigen verdichting ondergaan. Uit de eerste openbaringen is dit zwakke licht ontstaan, van de duisternis uit trad het licht naar voren, zoals al de planeten hebben beleefd. Voor de Zon is geen andere evolutie geschapen!

Christus, de eerste Meester in deze ruimte, heeft deze wetten met Zijn volgelingen kunnen vaststellen. Hij ging hun voor naar de eerste openbaringen en overtuigde deze mensen van deze Goddelijke wonderen. Wij aan deze zijde keerden eveneens naar de Maan terug, doch Christus en de eerste mensen zagen de Maan nog in werking, zij zagen ook de Zon, want Maan en Zon waren één. Beide lichamen zorgden voor de evolutie! In niets waren er stoornissen, god overzag dit alles!

Toen de maan aan haar verdichting werkte, kreeg de Zon eveneens meer kracht, door haar energie ontstond graad na graad en ontving al het embryonale leven levenskracht. Maar Moeder Maan kon niet meer verwerken dan wat zij voor haar leven nodig had. En naarmate de Zon meer kracht kreeg, verruimde zich de omgeving van de maan, beschreef zij haar baan om de zon, die steeds ruimer werd. Warmte en ruimte hadden voor de zon één betekenis, aan haar ruimte kon men de warmtestralen vaststellen, hetgeen Moeder Aarde eveneens heeft beleefd.

Maan en Zon beleefden haar eigen wetten. “Daar zij licht en het werd licht” is het gezegde van een stoffelijk onbewuste, die van de ruimte geen begrip heeft. Toen deze bijbelschrijvers het aardse leven verlieten en bewustzijn kregen van de astrale wereld, zagen zij welk een onwaarheid zij op de Aarde hadden achtergelaten.

Eens zal de waarachtige, de “Goddelijke” Bijbel door de Meesters worden geschreven, straks, wanneer de technische wonderen daartoe op Aarde geboren zijn . en dat wil Christus!

Aan deze zijde zagen wij, dat Zon en Maan op elkaar waren ingesteld, door de Zon kreeg de Maan evolutie, “Daar zij licht en daar werd licht’ is onmogelijk! God schiep het licht, want het duistere Uitspansel scheurde vaneen, verdeelde zich in biljoenen deeltjes en dat werden Zonnen, planeten en sterren, doch elk deeltje onderging een eigen evolutie! Evenzeer naast de werkelijkheid is het volgende gezegde, dat zichzelf volgens de wetten in de schepping tegenspreekt: “En God Zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen licht en tussen de duisternis.”

  

Jozef Rulof /Meester Zelanus  “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien”.

  

Europese Heraut, 3e jaargang, no. 51, 15 Oktober 1955.