D E    B I J B E L

 in het licht van Gene Zijde

 

 

 

7. En God maakte dat Uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren,   die onder het Uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het Uitspansel zijn. En het was alzo.

  

God schiep aldus het Universum, uw uitspansel. God maakte scheiding tussen de wateren, die onder het Uitspansel zijn. Dat is het loskomen van de natuur, deeltjes, vonken van leven waartoe het water, zoals al het andere leven, moet behoren. Het is de eigen evolutie van het Goddelijk leven in eigen vorm en voor de eigen soort en levensgraad. Dat alzo heeft geen betekenis en raakt kant nog wal. Zo is het niet geschied, dit is niet naar de feiten, het zijn alweer de eigen gedachten van de bijbelschrijvers.

God schiep dit alles, de ruimte en de wateren, maar die ruimte is rondom de Maan ontstaan.

Het gehele Uitspansel heeft zich moeten verdichten, de ruimte waarin al die sterren en planeten leven, is door een biljoenen proces tot die verdichting en tot dit licht gekomen, waarvan Moeder Aarde slechts één nietig deeltje is. De ruimte van voor de schepping was duisternis! Die duisternis loste op en hierdoor, na biljoenen eeuwen, is de scheiding gekomen tussen Hemel en Aarde, maar dit heeft alléén het aardse wezen kunnen beleven, op de Maan hadden wij die hoogte nog niet bereikt. Het machtige verleden is dus steeds zoek in de Bijbel, de schrijvers spreken voortdurend van hun eigen dagbewustzijn uit en ze weten niet beter.

  

Jozef Rulof /Meester Zelanus “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien”.

  

Europese Heraut, 3e jaargang, no. 55, 15 December 1955.