D E    B I J B E L

 

in het licht van Gene Zijde

 

  

 

Het 7e, 8e, 9e, 10e, 11e, en 12e gezegde in de Bijbel hebben met de verdichting van de ruimte te maken, maar niet n gezegde wijst u de weg naar de waarachtigheid.

 

Over de Maan spreekt de Bijbel niet en toch is op de Maan dat wonder geschied. Niet van de Aarde ging deze verdichting uit, maar door Moeder Maan kwam dit alles tot stand. Al de krachten van Moeder Maan gingen eerst naar de bijplaneten, dan naar de tweede kosmische graad en eerst daarna tot de Aarde. Maar toen was de Hemel al miljoenen eeuwen oud en behoefde God geen hemel meer te scheppen. Door het ontstaan van de Maan en al die andere lichamen ontstond de eigenlijke ruimte, waarin u leeft --- de Hemel!

Het 9e gezegde wil nog zeggen: Dat de wateren van onder de Hemel in ene plaats vergaderd worden en dat het droge gezien worde. Het wil zeggen en betekent, dat toen de verdichte Aarde is ontstaan, zich los maakte uit de wateren, maar ook dit is door de schrijvers van deze regels van de eigen levenstijd en ruimte uit waargenomen.

X.  En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeen; en God zag dat het goed was.

U ziet het weer: de bijbelschrijvers beleefden hun eigen leven en zij schreven daarnaar, maar dit alles behoort niet tot het woord Gods. Dat is het denken en voelen van het schrijvende intellect, de beperkte ziel, die zich ertoe heeft gezet Goddelijke waarheden vast te leggen, maar iets wrocht waarover miljoenen mensen zijn gestruikeld en waardoor zij hun geloof verloren.

Weet u, hoe de Maan zich heeft moeten verdichten en wat iedere planeet onderging om de stof aarde te scheppen? De Maan zweefde toen in de ruimte en was nog steeds een onzichtbaar lichaam, de Zon had zich nog niet kunnen verdichten. Maar de Maan had zichzelf reeds zover afgesloten en de dampkring was al ontstaan, of dit leven zou in de ruimte zijn opgelost. De Maan was in dit stadium nog doorschijnend, bezat nog geen stoffelijk gewicht, of deze verdichting, deze verdichte stof, zou de astrale afsluiting hebben verbroken, waardoor de verdichte Maan door de eigen afsluiting zou zijn heen gezonken.

De bijbelschrijvers zien deze verdichting van het bestaande stadium uit, doch in hun tijd waren Moeder Maan en Aarde reeds stoffelijk verdicht. En in hun stadium kon de stof aarde zich in de wateren verdichten, wat echter geschiedde toen door de overstromingen zeen ontstonden. Dit alles behoort tot de bestaande schepping, het zijn gebeurtenissen, waaraan de bijbelschrijvers Goddelijke macht verleenden, maar die niets anders zijn dan natuurlijke verschijnselen! In het stadium van vr de schepping was er geen verdichte stof aanwezig, de latere eeuwen zouden daaraan werken. De eigenlijke verdichting duurde miljoenen eeuwen en weer biljoenen eeuwen daarna, en wel op Aarde, ontstond de stof aarde! Op de Maan geschiedde het volgende; Daar stierf het eerste leven en daar beleefden wij als mensen de eerste dood. Een verrottingsproces van het cellenleven volgde en daaruit ontstaat het dierlijke leven. Ook die levens leggen het stoffelijk kleed af en er komt verrotting na verrotting. Miljoenen organismen beleven deze verrotting, deze evolutie gaat dr. In de wateren ontstaat het groen en blijft daarin, omdat de aarde als stof nog niet gereeds is. Langzaam maar zeker zet zich slib af, dat slib verdicht zich als het andere leven en zet zich vast. Van oevers is nog geen sprake, toch drijft daar het verdichte slib, dat eens stof zal zijn. Hieruit zal de begaanbare planeet ontstaan, over miljoenen eeuwen is dat zover! Deze evolutie heeft de stof als aarde --- moeten beleven, in niets was dit proces tegen te houden. 

En nu willende bijbelschrijvers beweren, dat God zeide: Er zij stof! Maar die stof heeft de eigen evolutiewetten moesten aanvaarden, zoals al het andere leven in de ruimte! 

  

Jozef Rulof /Meester Zelanus  De Volkeren der Aarde door Gene Zijnde bezien.

  

Europese Heraut, 3e jaargang, no. 62, 1 April 1956.

 

Het 12e gezegde geeft:  En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruidzaad zaaiende naar zijnen aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijnen aard. En God zag, dat het goed was.

 

Ook dit slaat weer op het bestaande, op een schepping, die reeds gereed is. Toen Moeder Aarde in dit stadium leefde, een boom reeds bevrucht was en vruchten als zaad afleverde, had Moeder Aarde uw eigen tijd al bereikt. In de eerste uren van de schepping is boom noch plant te kennen. Dat leven moet nog geboren worden, eerst miljoenen eeuwen later ontstaat het leven in de natuur, maar toen hadden de ruimte en de natuur zich reeds verdicht en waren de eerste drie kosmische levensgraden tot stand gekomen. Toen had de mens de bewoonde planeet overgenomen. Maar volgens de bijbelschrijvers moest de mens toen nog door God geschapen worden.

Biljoenen eeuwen is de schepping reeds oud, als het ontstaan van grasscheutjes en een vruchtdragende boom het menselijk leven veraangenamen. Het leven als boom kent een eigen verdichting, die eveneens miljoenen eeuwen heeft geduurd. De hitte- en koudetijdperken gaven het aardse leven verdichting en verharding. Een boom kreeg eerst na als die tijdperken de huidige kracht en hardheid. Grasscheutjes en zaad en uitzaaiend kruid hebben alweer een eigen verdichting ondergaan en behoren bij uw eigen tijd. Die verdichting heeft eeuwen geduurd, het zaad is niet in n nacht geboren!

Maar van dit vroege stadium konden de bijbelschrijvers niet weten.

 

 Jozef Rulof /Meester Zelanus De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien.

 

 Europese Heraut, 3e jaargang, no. 65, 15 Mei 1956.