Tegen Crematie !  Maar waarom !

 

 

In verband met het stijgende aantal aanhangers van de crematiegedachte achten wij het onze plicht tegen de lijkverbranding te waarschuwen.

Ons absoluut afwijzende standpunt ten opzichte van het cremeren wordt bepaald door de aanvaarding van hetgeen door de Geestelijke Wetenschap aan de mens ter kennis is gebracht.

Het is deze Wetenschap --- waarop wij nog terugkomen --- die ons doet inzien, welke onvoorstelbare ellende de mens voor zichzelf oproept, wanneer, overeenkomstig zijn wilsbeschikking, zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd.
De argumenten der voorstanders van crematie steunen voornamelijk op de overweging van hygiënische aard en op de zienswijze, dat het zeer ongewenst is, dat cultuurgronden ten behoeve van kerkhoven moeten worden aangewend.

Naar onze menig is het de gedachtegang van de moderne, van de natuur vervreemde mens, die een volkomen natuurlijk proces, dat het vergaan van het stoffelijk omhulsel uiteindelijk is, als onhygiënisch bestempelt. Aan het bezwaar van de onttrekking van cultuurgronden zal door gezond maatschappelijk denken, zeer zeker tegemoet gekomen kunnen worden.

Het ligt niet in onze bedoeling de weinig steekhoudende argumenten der voorstanders in een breedvoerig betoog te weerleggen, maar wel om de fatale onwetendheid van de mens inzake het crematiegebeuren te doen verdwijnen door de geestelijk-wetenschappelijke ontleding van dit proces naar voren te brengen in een korte samenvatting.
De levensduur van de mens omvat meer dan de periode van de geboorte tot het sterven. De opvatting, dat de dood het definitieve einde betekent, is een gevolg van het feit, dat het grootste raadsel voor de mens nog altijd is : DE MENS !

Wanneer het stervensproces zich voltrokken heeft, de stoffelijke stelsels bezweken zijn, blijft het zichtbare lichaam op aarde achter, doch het bezielde en bezielende leven gaat als een geestelijke persoonlijkheid in de geestelijke of astrale wereld zijn weg vervolgen. Het geestelijke organisme noch de astrale wereld zijn voor de ogen van de aardse mens zichtbaar.
Het zou ons in het bestek van dit artikel te ver voeren het inderdaad moeilijk te leveren bewijs te geven van de onaantastbare waarheid van de aanwezigheid van het astrale lichaam, doch de weldenkende mens, die de activiteit tijdens de droom, het slaapwandelen en onder narcose, de frappante getuigenissen van stervende en het verschijnsel van de schijndood nuchter en onbevooroordeeld beziet en doordenkt, zal tot de slotsom moeten komen, dat het menselijke leven niet te verklaren is door alleen het stoffelijke organisme als het allesbeheersende te beschouwen.
De hechte verbinding tussen het geestelijke en stoffelijke organisme tot stand gekomen in het embryonale stadium van het groeiproces in de moeder, blijft gedurende het aardse leven bestaan.

Het einde van dit leven, het sterven dus, houdt echter niet in, dat het geestelijke organisme plotseling en definitief van het stoffelijke gescheiden wordt.

De tijdsduur, vereist voor de volledige scheiding, door niemand te bepalen, is afhankelijk van de bereikte geestelijke afstemming van de mens, die heengaat. Degene, die er steeds naar streefde zijn “betere-ik” tot ontplooiing te brengen, heeft door zijn gevoelsleven een andere, hogere afstemming dan de mens, die zijn wil bij voorkeur inzette om het duistere, afbrekende leven te volgen.

Het na het sterven verbonden blijven van de astrale persoonlijkheid aan de stoffelijke stelsels is een gevolg van de lagere afstemming.

 

De algemeen geldende en de godsdienstige mens rustgevende opvatting, dat de tijdsduur van 3 tot 5 dagen tussen het sterven en de crematie de zekerheid geeft, dat uitsluitend het stoffelijk overschot in de verbrandingsoven gaat, mist elk realiteitsbesef! Het kan veel langer --- zelfs jaren! --- duren voordat de scheiding definitief voltrokken is!

Het gevolg: door de natuurlijke, geleidelijke weg, die de begrafenis biedt, te verlaten en daarvoor de crematie in de plaats te stellen, wordt, bij nog bestaande verbinding, de geestelijke persoonlijkheid gedoemd de snelle verassing van het lichaam te doorstaan!

 

Door de verbinding krijgt het gevoelsleven de pijn en de smart van de verbranding te ondergaan. De afschrikwekkendste belevenis.

 

Heeft de verassing plaats gehad dan is de lijdensweg niet ten einde!

Deze geteisterde geestelijke persoonlijkheid heeft nu een toestand te aanvaarden, die abnormaal is, doordat de verbondenheid met de ontbindende stoffelijke stelsels, vereist door haar afstemming, thans een onmogelijkheid is geworden.

De omvang van deze beproeving onttrekt zich te enenmale aan het menselijke voorstellingsvermogen1

Doch ook voor de hoger afgestemde, al voelt zij zich na het sterven vrij van het lichaam, betekent de crematie ellende!

De geestelijke persoonlijkheid mist nu de gelegenheid aan het organisme die krachten of levensaura’s te onttrekken, die haar zullen moeten steunen bij de eerste schreden in de astrale wereld!

 

Voorkom het smartelijk leed, dat --- afhankelijk van het gevoelsleven van de betrokkene --- door de lijkverbranding wordt veroorzaakt.

 

Bepaal daarom, dat, wanneer uw stoffelijke ogen zich straks voorgoed sluiten, uw lichaam, dat uw geestelijke persoonlijkheid tot voertuig diende, aan de schoot der aarde moet worden teruggegeven.

Hoed u, zodoende, voor de funeste gevolgen van één der grootste dwalingen van het menselijk voelen en denken door de onwetendheid ten aanzien van het universele bestaan, de mens “in handen “ gelegd door de GOD VAN AL HET LEVEN!

 

Nog enkel een woord over de Geestelijke Wetenschap, waaraan het bovenstaande is ontleed.

Deze Wetenschap is vastgelegd in een aantal door Jozef Rulof geschreven boeken.

In een voor iedere lezer begrijpelijke taal onthullen deze boeken, voor ons mensen bevattelijk, de Grootsheid van het Leven, maar ook worden ons de ogen geopend voor hetgeen de mensheid aan wanorde schiep en schept!

 

Het onderwerp “Crematie en Begrafenis” wordt in de trilogie:

 

“EEN BLIK IN HET HIERNAMAALS”

 

uitvoerig behandeld en gaarne verwijzen wij u hiernaar, niet alleen voor dit vraagstuk, doch ook voor de andere problemen, die u daarin behandeld zult vinden.

 

  

 

Europese Heraut, 4e jaargang, no. 79, 2  Januari 1957.