GOD BEGRIJPEN,

    betekent in waarheid evolutie !

 

 

 Onder de titel: “Tweeduizend jaar menselijke Ontwikkeling”, schreef Jozef Rulof in het najaar 1952 --- dus kort voor zijn overlijden --- een dertigtal artikelen, bestemd voor publicatie in ons blad, welke gezamenlijk een ongelofelijke visie gaven op de hedendaagse mens, zijn maatschappij en cultuur, techniek en geloofsleven, alles bezien vanuit een bewustzijn, dat door ruimtelijke kennis, door kennis van het Hiernamaals, zijn wetten en bestaansvoorwaarden, op ongehoorde wijze was bezield.
Deze artikelen zijn dan ook stuk voor stuk geladen met een geestelijke springstof zoals men nooit of zelden zal tegenkomen en zij vormen tegelijk een hartstochtelijk appél aan het betere IK in de mens, aan zijn vermogen om te kunnen denken en lief te hebben, want zonder liefde  --- en dit behoeft toch zeker geen nadere toelichting --- zonder liefde is er geen evolutie, blijft het zieleleven verstoken en onbereikbaar voor de hogere intuïtie, voor het opgaan in een ruimtelijker voelen en denken.
Jozef Rulof toonde ons de naakte Waarheid, de stoere, de ganse waarheid omtrent ons maatschappelijke leven en denken, dat letterlijk nergens in overeenstemming is met de wetten van God en Zijn Schepping, want anders was het leven op Aarde vrij van vrees, hartstochten en geweld. Maar ook de “waarheid” is niet te koop en krijgt de mens niet voor niets, men moet er voor open staan en het hoofd kunnen buigen….helaas zijn het de duizenden voetstukjes en het stoffelijke geredeneer, die geen hogere bewustwording toelaten.
“De mens moet psychopathisch blijven denken,” zeide Jozef Rulof, want anders komen zijn maatschappij, de godheden en grootheden van zijn opvoeding en voorlichting aan het wankelen en dat mag natuurlijk niet!
De “ingewijde” maakt het de wereldse zelfverzekerdheid niet gemakkelijk. Zijn opmerkingen zijn raak en scherp van gedachte, meedogenloos raak --- als het zijn móét en is te begrijpen. De wereld van Gene Zijde houdt niet van franjes noch van een verkeerde tolerantie. Zij steunt geen leugen en bedrog en sluit geen concordaten met het stoffelijke gepraat van de mens. De Waarheid is voor haar WET en haar afgezanten hebben een heilig ontzag voor de Goddelijke Realiteiten --- realiteiten, die de mens tot nu toe nog altijd niet bereid is te aanvaarden! Integendeel. Hij gaat liever zo door met moorden en brandstichten en verkoopt zijn zaligheid aan het stuiversgedoe van zijn maatschappij. Het ‘geld’, het maken van winsten, de bezitvorming, de monopolies, het zijn allemaal de hoofdstukken waarom het maatschappelijke leven draait en waarvoor in wezen de oorlogen worden gevoerd. Of --- voor de “vrijheid en veiligheid” van het leven? Ach kom, dit is slechts het aanlokkelijke wijsje, het wijsje van de vrijheid en veiligheid der volkeren waarnaar de massa moet optrekken, u weet wel --- zoals die man uit Hamelen het kon fluiten en de kinderen hem achterna liepen, omdat het wijsje zo mooi en veelbelovend klonk! Of is er ooit een oorlog geweest, waar deze leuzen niet op de vaandels prijkten? En heeft het mensdom ooit voor zijn ontzaggelijke offers, offers van al het dierbare waarover het beschikte, deze beloofde vrijheid én veiligheid van zijn bestaan verkregen?
Zeker, men kan over de begrippen van vrijheid en veiligheid van opvatting verschillen. De één is al blij en spreekt van veiligheid, als er geen gestapo’s zijn nachtrust dreigen te verstoren, en de andere spreekt van vrijheid als hij zijn das nog zelf mag kiezen. Zó arm aan werkelijke vrijheid én veiligheid zijn wij geworden --- ondanks alle “bevrijding” jl. --- dat de mens niet eens meer in staat is te beseffen, hoe deze begrippen --- neen! levensvoorwaarden er eigenlijk uitzien.

 

-         Nog nóóit in de geschiedenis was de mens zo verslaafd aan de machten en krachten, die hij zelf heeft opgeroepen en gekweekt;

-         nog nóóit bestond er een zó afgrijselijke onvrijheid op alle terreinen van het particuliere en openbare leven;

-         nog nóóit was het bestaan van het mensdom zo roekeloos bedreigd als in dit tijdperk der “kernwapens” en atoomexperimenten.

 En wij hebben het nog niet eens over het geestelijke vraagstuk, het steeds groeiende “analfabetisme” op de terreinen der kunst, cultuur en het geloofsleven, het volstrekte onbewustzijn of onvermogen om het echte van het onechte te kunnen onderscheiden!
Beweren wij te veel? Zeggen de “Rock en Roll’s” u niets? De monsterachtige schepping van een Zadkine, Picasso en vele anderen? De pronkjuwelen van het moderne monumentengedoe die de latere geslachten met enthousiasme zullen slopen? Het ziekelijke geschrijf van uw literaire favorieten, de verbijsterende armoede en steriliteit van uw films, radio en toneelstukken? --- om slechts enkele der verschijnselen op te noemen? Onze maatstaven, geachte lezer, zijn reeds weer op het prehistorische --- het primitieve denk- en gevoelsleven van het oerwoud afgestemd, want wij hebben niet slechts een “progressief” heidendom gepleegd in onze kunst- en cultuurmanifestaties, maar vooral ook in het vertoon van ons geloofsleven, dat op waarlijk heidense godenvoorstellingen steunt!
 

-         Wij noemen ons Christenen, maar zijn niet in staat om de wereld een voorbeeld van christelijk denken én handelen te kunnen geven!          Ons enig recept voor de oplossing van moeilijkheden is blijkbaar het mobilisatiebevel!  

En de kuddemens aanvaardt het en resigneert: “Wij leven nu eenmaal in een wereld welke onvolmaakt is en waar je oorlog bij wijze van straf of beproeving door Onze Lieve Heer moet aanvaarden!
Of de Aalmoezenier: “Het is Gods wil, dat de mens dood…..mits hij erger daardoor kan voorkomen!” Maar, zo vragen wij deze zeldzame christenen, wat is dan erger dan het doden van een ander? Dat hij misschien vlugger kan zijn dan gij? Of dat gij het leven behoudt en daarvoor je broeder om zeep brengt? Zal dit Gods wil zijn?
Prehistorisch, geachte vriend, oerwoud allures, het “tand-om-tand”-gedoe van het Oude Testament, dat een gretig aanvaard vrijbriefje vormt voor het omzeilen der Tien Geboden. Wij schreven het al meermalen,…..maar kunnen het niet genoeg herhalen. Het Oude Testament is niet door God gedicteerd, nog door Zijn afgezanten, “het is de bewustzijnsgraad van de mens van tweeduizend jaar geleden, die daarin zijn wereld --- je kunt gerust van wereldje spreken --- heeft verstoffelijkt.” En de “verschijnselen”, de bovenzinnelijke manifestaties, het braambossengebeuren bijvoorbeeld, heeft hij toen nog minder begrepen, dan de atoombewuste mens van tegenwoordig.
“De Bijbel begint met een onwaarheid,” zegt Jozef Rulof in zijn historisch werk “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien”, en hij verklaart ons deze onwaarheid. Hij geeft ons in zijn boek een gigantisch beeld van de scheppingsdaad en toont de feiten waar de bijbelschrijvers faalden. Het werk is een waarlijk Goddelijk geschenk voor de zoekende mens, maar….. je moet er voor gereed zijn, voor een bijbelziek bewustzijn is het minder geschikt.
Voor de bewuste christenen van heden, voor de mens die volgens het Evangelie wil leven en werken, is deze ontwrichte en overspannen wereld geen gemakkelijke verblijfplaats, want hij heeft in wezen alles en iedereen tegen zich: zijn maatschappij, haar tradities, de kerken en een legio van feiten, die hem allen in het ongelijk blijken te stellen. Wie zich met zijn “evangelisch pacifisme”, met zijn hartstochtelijk verlangen naar Waarheid en zuiverheid, tussen deze wereldse machten en krachten staande wil kunnen houden, moet waarlijk over krachten beschikken, die hij slechts uit zijn ruimtelijk-universeel voelen en denken kan putten, --- want dat bewustzijn raak het Goddelijke Al en brengt wetten in werking, waardoor de mens letterlijk “bergen kan verzetten”. Als hij het maar voelt, “dat hij nóóit en nimmer alleen kan staan als hij de God van al het leven in zich wil laten spreken”!! Krishnamurti, Gandhi, zijn schitterende voorbeelden van deze “menswording”, --- Schweitzer ook --- en de velen of weinigen die de wereld uit haar geestelijke moeras hielpen optrekken naar zuivere inzichten en doelstellingen.
Wij houden er geen theologische denkbeelden op na, dat is toch wél duidelijk. Als wij van HEM spreken dan bedoelen wij geen persoonlijke God, zoals de kerken “Hem” voorstellen. Dit godsbesef is niet geestelijk-wetenschappelijk en is in strijd met de waarheid, tevens de erfzonde, verdoemenis en de blasfemerende kruisofferlegende. GOD BEGRIJPEN betekent in waarheid EVOLUTIE! De wereld had een ander voorkomen als zij God begreep, maar de kerken houden in hoofdzaak deze bewustwording tegen, want als zij waarlijk de God van al het leven zouden aanvaarden, als zij hun lijvige faculteiten slopen en moesten zij weer van voren af aan beginnen. Maar GOD is niet door hun kerken te benaderen, al is dat knielen bij velen eerlijk bedoeld, de bijbelse “Heere” is een menselijke schepping en wordt het een aanbidden of aanschouwen van iets dat louter op fantasie berust.
Deze oudtestamentische Heere toont weinig verschil met de “Zeus” der Germanen of de Godheden der Griekse Mythologie. HIJ koestert wraakgevoelens tegen Zijn schepselen, Hij voert ‘rechtvaardige” oorlogen en hult zich --- als het hem te pas komt --- in geheimzinnige tegenstrijdigheden. Hij werkt met donder en bliksem, met vloedgolven en vuur en zwavel, Hij verdoemt en veroordeelt Zijn voornaamste schepping : De Mens om ’n appel en een ei, en Hij geeft Satan “carte blanche” om Zijn Eigen Macht en Heerlijkheid te kunnen bewijzen! En voor de mystieke omlijsting van deze zeldzame godheid moet dan Christus naar de aarde neerdalen om zich ten offer te brengen --- of laten vermoorden, nietwaar? --- voor de “verlossing” van ’s Vaders eigen Schepping. --- als er nog muziek moest bijkomen dan was de maker van de “Götterdämmerung” hier de aangewezen persoon.
“Godenschemering!” Wij hebben inderdaad een enorme behoefte aan een werkelijk radicale godenschemering, want deze bijbelse nonsens houdt alle evolutie tegen. De Wereld komt geen enkele stap verder in haar geestelijke ontwikkeling, zolang zij aan deze misleidende denkbeelden vasthoudt. Achter het “Gij zult niet doden” staat voor de mens geen wiskundig besef van de Goddelijke Realiteit, slechts een theologisch gezwam dat nergens klopt en door zijn eigen houding tegengesproken wordt. En tóch is dit hét kernprobleem, het staan of vallen van onze innerlijke --- dus ook maatschappelijke vooruitgang, want het verbindt ons met het “leven na de dood”, met de werelden achter ons stoffelijk bestaan, en krijgt de mens een Ruimte te zien, die hem zijn aardse vergissingen en bekrompenheden laat beseffen. En nu begint het ONTWAKEN ! Het bewustzijn dijt uit, de mens heeft nu geen maanreizen meer nodig om zijn ruimte te kunnen verkennen, HIJ ONTDEKT DE RUIMTE IN ZICHZELF --- want het onmetelijke is zijn Goddelijk bezit en wordt zijn stoffelijk lichaam in deze heiligheid betrokken. DEZE MENS VERNIETIGT GEEN ANDER LEVEN VAN GOD MEER --- omdat hij begrepen heeft dat hij zich dan aan God zelf vergrijpt! Of denkt u, dat het kunstwerk, dat het menselijk lichaam toch is, met God niets te maken heeft? Gelooft u, dat er iets bestaat buiten god om --- waarmee u kunt omspringen zoals u belieft? Als de mens god gaat begrijpen zal hij zijn wapenfabrieken gaan sluiten en eerder een onrechtvaardigheid aanvaarden, dan zich aan het leven van een ander te vergrijpen. Maar men hoeft daarom nog geen martelaar te worden! de Goddelijke rechtvaardigheid duldt geen onrecht als….je gevoelens zuiver zijn. een kind van God wordt niet vermoord, als het geen innerlijke afstemming meer heeft op moord en geweld. Dit is een Goddelijke Wet en kan de mens zichzelf beschermen door zijn eigen innerlijk zuiver te houden en ook voor zijn eigen bewustzijn geen afbraak te dulden of goed te keuren.
En Christus dan, zult u misschien vragen? Hij werd toch ook vermoord? En Gandhi?
HET DRAMA OP GOLGOTHA stond al vast in het Goddelijke Plan vóórdat Christus op Aarde werd geboren werd. De kruisdood hoorde bij Zijn Goddelijke taak, want het onbewustzijn van Zijn tijd was op dat gebeuren afgestemd en liet geen andere mogelijkheid open. De Messias moest dat afschuwelijke gedrag van Zijn tijdgenoten aanvaarden, het was Zijn “offer”--- jawèl --- voor de Waarheid, maar beslist géén daad van “verlossing” van onze zonden, zoals de kerk beweert! CHRISTUS had Zijn aardse “kringloop” al lang beëindigd, Hij was zelfs --- als Goddelijk Bewuste tot Wet geworden en stond dus buiten de geestelijke “dampkring” der aarde, als wij ’t zo mogen zeggen. maar de Apostelen wonnen bovenmenselijke krachten uit het feit van Zijn “opstanding”, want eerst nadat de Messias hun opnieuw was verschenen, werd hun bezieling tot wetenschap en konden zij hun historische taak aanvaarden!
Voor GANDHI was zijn gewelddadige dood de kroon op het hoofd van een voorbeeldig leven. Deze apostel der geweldloosheid kon zijn leven én werk niet beter besluiten dan door de wijze van zijn dood de absolute juistheid en noodzaak van zijn “Ethical Religion” op drastische manier voor goed vast te leggen. Zelfs wist hij van tevoren, dat men hum wilde vermoorden, zo had hij tóch deze laatste weg gekozen, wetende dat ook de moordnaar slechts een WET vervulde en HIJ HEM OM DEZE DAAD SLECHTS LIEF KON HEBBEN !
Dit was GANDHI !
VAN Gandhi tot Jozef Rulof is slechts één stap, geachte lezer, want was de “grote ziel” ook geen “ingewijde”, --- hij --- de Hindoe voelde en begreep de ontzaggelijke realiteiten der “Bergrede” beter dan welke Christenen ook. “Door hem kreeg de wereld CHRISTUS  te zien, omdat zijn denken en voelen door de Goddelijke Ruimte bezield werd!”
Ook JOZEF RULOF verkreeg deze bezieling, maar zijn taak bracht het met zich , dat hem niet slechts de bezieling --- maar ook de zuivere wetenschap omtrent God en Zijn Schepping geschonken werd. De wetenschap --- de Geestelijke Wetenschap die hij moest uitdragen, toelichten en vertegenwoordigen, gesteund door zijn Meesters uit de astrale werelden, het Hiernamaals, uit het Leven na de Dood! Hoe hij zijn verheven taak vervulde is ons allen nog in schitterende herinnering. Was Gandhi een apostel der verdraagzaamheid, zo was Jozef Rulof een apostel der Waarheid, der Goddelijke Waarheid, die deze verdraagzaamheidleer --- het “Niet-geweld-uitoefenen”--- door de WETTEN der Ruimte kon toelichten en bekrachtigen.
Het “Gij zult niet doden” is niet slechts een bijbels citaat --- maar een levenswet! Deze houdt vooral in: EERBIED voor GOD en ZIJN SCHEPPING! Hoe kan men zich ’n Christen noemen als men weigert deze eerbied te tonen; te tonen door zijn eigen gedrag tegenover zijn medemens? Is het dan zó moeilijk om CHRISTUS na te volgen? Is het aardse gezeur belangrijker dan op Golgotha te staan met het vaste voornemen: “Mijn Vader, Uw wil geschiede?”
“Het is aan u uw leven met Golgotha en Christus in harmonie te brengen, door Golgotha ontwaakt uw leven en sterft het lagere ik in u”, zegt Meester ZELANUS in “De Volkeren der Aarde”, en vervolgt dan:
“Maar dan komt er vrede en rust in uw hart en kan het leven van Christus u verwarmen, uw leven opwaarts voeren en ’t voor ons astrale leven zegenen. Uw leven kan zegenrijk zijn, als gij Golgotha in u laat spreken. Hierdoor kunt gij de geestelijke, cosmische en Goddelijke inspiratie beleven doch dan zijt ge opgetrokken door Christus, zijt gij door uw hoofd te buigen over de Calvarieberg gegaan, maar betrad ge de sferen in ons leven, die u zullen verwelkomen, die u zullen schenken, wat gij voor u zelf en de uwe geschapen hebt. Want God is in alles rechtvaardig! Gij betreedt dan de Goddelijke Ruimte, en hier spreekt al het leven van God tot uw eigen levensgraad. Dit bewustzijn is eeuwigdurend, zij is verkregen door de liefde. Nu spreekt het Heilige Evangelie tot uw bewustzijn, tot uw betere-ik.
Ga tot Golgotha en u ontvangt Gods Heilige Zegen!
Het is het geschenk voor de Aarde en voor ons leven. Wie het hoofd kan buigen staat voor de eerste sfeer en de reine liefde, waarna de ruimte u toebehoort. En het is daar, dat ge zult zeggen: “Mijn Vader, Uw wil geschiede’.
GOLGOTHA hielp u deze geestelijke overwinning op uzelf te behalen, Christus schonk het u en de uwen, allen, die het Eeuwige Leven willen leren kennen. Golgotha is het, Christus is het, alléén Christus, alleen door Hèm kan het leven van God in alle levensgraden tot het uwe spreken!”

Europese Heraut, 4e jaargang, no. 76, 15 November 1956.