DE FOUTEN IN MARY BAKER EDDY’S LEER.

DE CHRISTIAN SCIENCE

 

Oproep van Mary Baker Eddy aan haar volgelingen, onderaan dit artikel.

Tekst overgenomen uit het blad evolutie van 1947.

 

 

Er zijn weinig godsdiensten, die zo het stempel van hun stichter dragen als de Christian Science. Door derhalve het leven "van Mary Baker Eddy weer te geven, wordt tevens het ontstaan en de ontwikkeling van de Christian Science-beweging beschreven.

Mary Morse Baker  werd op 16 Juli 1821 te Bow in NewHampshire geboren. Voorgegaan door haar vrome ouders wijdde zij zich reeds in haar prille jeugd aan de dienst van God.

Haar vertrouwen in Hem was reeds in die jonge jaren zo groot, dat zij, toen zij eens koortsig te bed lag, onmiddellijk gehoorzaamde aan het bevel van haar moeder om Hem door een vurig gebed genezing af te smeken, waardoor zij inderdaad genas. Van kind af aan bezat Mary Baker de hoop "iets te worden". Wanneer haar toen gevraagd werd, wat ze ging doen, als zij groot was, antwoordde zij steevast: "Ik wil een boek schrijven".

Twee en twintig jaar oud trad zij in het huwelijk met George 'Washington Glover. Tijdens de bootreis naar hun huis in het Zuiden, brak er een storm los, die zelfs de kapitein verontrustte.

De Glovers knielden in hun hut neer en baden God, dat Hij hen redden mocht. Dadelijk hierna bedaarde de storm, zodat de kapitein van "een wonder" sprak. Een half jaar later werd haar echtgenoot op een zakenreis door de gele koorts aangetast, Weer wendde zij zich door een gebed tot God en wel met zoveel succes, naar Lyman P.Powell in zijn biografie over haar meedeelt, dat de dokter aanleiding vond te zeggen: George Glover zou zonder de gebeden van zijn vrouw reeds eerder gestorven zijn. Weinige maanden later werd haar zoon geboren. Zij hertrouwde met Daniel Patterson, die zich echter allengs een zorgeloos man toonde, onbekwaam om zelfs maar in het onderhoud van de zijnen te voorzien. Mary Patterson Baker was in die dagen een eenzame, verlaten vrouw, dag aan dag aan het bed gekluisterd en sedert geruime tijd lijdend aan een ziekte van het ruggenmerg. waardoor zij een hulpeloze invalide was. In dien afschuwelijke tijd beloofde zij haar God, dat zij haar hele leven aan de verzorging van zieken zou wijden, indien Hij haar haar gezondheid wilde teruggeven. Haar echtgenoot bracht haar homeopathische geneesmiddelen mee, die haar evenwel niet baatten, wat haar sceptisch maakte met betrekking tot materieele geneesmiddelen. Toen kwam Dr.P.P. Quimby in haar leven, een genezer van wie grote roep uitging. Deze behandelde haar door zijn methode, die als een vertoning van de macht der suggestie omschreven wordt. Door haar vurig geloof hielp zij hem zo, dat haar pijnen verdwenen.

Na een tijd kwamen deze echter weer terug, doch zonder haar te ontmoedigen: Zij bleef geloven, denkend aan Christus woorden: "Zo gij een geloof hebt als een mosterdzaad.... zal niets u onmogelijk zijn."

Het contact met Quimby en zijn wijze van genezen zetten haar meer dan nog dan daarvoor tot denken aan en het resultaat hiervan was, dat zij een eigen methode ontwikkelde, waaruit de Christian Science ontstond.

Intussen werd zij door haar man in den steek gelaten, waarna zij de medicus Eddy huwde, die haar in haar werk terzijde stond. Zij verloor hem vijf jaar later door de dood, waarna zij zijn naam bij de haren behield. Toen reeds was het boek onder de mensen, dat haar en haar leer over de wereld zou brengen, te weten "Science and Health, with key to the Scriptures". Om dit boek, waaraan zij jaren lang gewerkt had en dat als de Bijbel van de Christian Scientisten kan worden beschouwd, uit te geven, legde zij zich toe op genezing, terwijl zij weer later overging tot het onderrichten van haar leer. Het vaststellen van het lesgeld gaf haar aanvankelijk moeilijkheden, maar zij loste deze op op een wijze, die karakteristiek is voor haar persoon en haar leer. Ook nu namelijk vroeg zij haar God om raad en uit haar aantekeningen blijkt, dat Hij haar verhoorde en een prijs opgaf.

In de zomer van 1875 begon zij met kerkdiensten haar zending naar buiten, waarna zij toen op vier Juli 1876 het grotere Christian Science Genootschap vestigde, terwijl drie jaar later de wettige erkenning kwam onder de titel "Church of Christ, Scientist" met de verplichting, dat de kerk in Boston zou worden gevestigd.

Toen Mary Baker Eddy op 3 December 1910 de stoffelijke ogen sloot bezat haar beweging kerken in vele landen, terwijl van “haar Science and Health" thans meer dan twee honderd en vijftig drukken zijn verschenen. Er wordt onvoorwaardelijk de hand gehouden aan de richtlijnen, welke de stichtster eens vaststelde, gehoorzaam aan het bevel, dat zij de Christian Science Raad van Directeuren bij haar leven gaf: “Geef nooit het reglement, noch de bijzondere bestuursvorm van de Moederkerk prijs. Ook al ben ik niet persoonlijk bij u, Gods Woord en mijn instructies in het reglement hebben u tot nu toe geleid en zullen u verder veilig blijven leiden. Het beschouwen van Mary Baker Eddy's leven is leerzaam omdat daaruit zowel de goede klanken van haar leer als de verkeerde duidelijk naar voren komen. Weldadig bijvoorbeeld is, het vertrouwen van haar en haar volgelingen in Gods almacht, maar door de wijze waarop zij het toepassen, is ditzelfde geloof afschuwelijk gevaarlijk en onbewust! Het getuigt van inzicht, wanneer Mevrouw Baker leraart, dat Gods Geest levend moet worden in 's mensen gedachten en handelingen, maar indien dit voert tot absolute ontkenning van de materie, van zonden en ziekten, dan blijkt er uit, dat zij bij haar voorlichting niet door die Goddelijke Geest geleid werd. Zij toont haar rein-religieus karakter door haar leerlingen bij voortduring op te roepen tot gebed, maar wanneer zulks tot excessen voert, doordat zij er geen grenzen aan stelt, dan moet zij tevens haar dode punt aanvaarden. Zo is het ook, wanneer zij haar volgelingen onzelfzuchtige liefde voorschrijft, liefde voor zijn vijanden, nederigheid, gematigdheid, kracht, zijnde de voornaamste eisen der Christian Science. De ziel, die anderen tot de ontwikkeling van zulke eigenschappen aanzet, verdient de achting van elkeen, maar haar woord krijgt toch eerst zin, wanneer zij er de geestelijke graad van kent, daar toch die allen betekenis heeft voor God. Mary Baker Eddy moge dan met haar mede Christian Scientisten van mening zijn geweest, dat God haar bij haar zending leidde, de waarheid is niettemin, dat zij slechts op eigen kracht bezig was en hierdoor ernstige fouten maakte.

Zij bezat een groot en onwrikbaar geloof in de "Oppermachtige en Oneindige God, Zijn Zoon, één Christus en de Heiligen Geest of Goddelijke Trooster" (Handboek Christian Science). Zij had haar naaste meer lief dan zichzelf en de ijver, waarmede zij haar opvattingen uitdroeg, was even groot als de moed, die zij opbracht bij het verdedigen er van.

Maar was zij door deze geestelijke adel nu een kosmisch bewuste, d.w.z. een ziel, die reeds als aardling inzicht bezat in de oneindig samengestelde wetten van de Goddelijke Schepping? Zoo, dat zij het recht bezat haar kennis aan de mensheid ter navolging voor te houden?

Wij stelden deze even noodzakelijke als beslissende vraag al eerder ten aanzien van de leiders der Rozenkruisers en Theosofen, alsook van de tot wereldleeraar(1) uitgeroepen Jiddoe Krisnahmurti en het resultaat was negatief. Hetzelfde is het geval bij Mevrouw Mary Baker Eddy en op eendere gronden.

De vreselijke fouten, die haar leer aankleven, bewijzen dat deze vrouw handelde naar haar eigen stoffelijk beperkt denken en pertinent niet in verbinding was met de bron van het universele weten: de hemelen! Het volgende moge dit aan tonen.

Met de Bijbel grootgebracht, was het geen wonder, dat Mevr. Baker's denken en doen met de daarin door onbewuste neergelegde opvattingen doordrenkt waren. Zij geloofde er hecht in en dus ook in de kardinale onjuistheden er van. Hoe de Engelen, als kenners van de Goddelijke kosmos, tegenover het onbeholpen geschrijf van de Bijbelse auteurs staan, kan u uit Jozef Rulofs boeken en voordrachten genoegzaam bekend zijn.

Wie het in het kort wil weten, hoeft slechts het Evolutienummer van 5 Februari 1947, blz. 5 en 6 na te slaan, om voldoende ingelicht te zijn.

De Bijbel schildert God als een Vader van Liefde en tegelijk als een Wreker - een standpunt, dat een ziel, zo zij het aanhangt, in de eeuwigheid vastnagelt tot zij zich aan de werkelijkheid gewonnen geeft.

Niettemin grondvestte Mevrouw Baker er haar leer op en hierdoor alleen al is deze uitdrukkelijk veroordeeld. De wetten leren, dat God niet toornt en evenmin de tuchtroede hanteert. God strafte nog immer één ziel en ook greep Hij nog bij geen gelegenheid in het menselijk leven in.

Als delen van Zijn Wezen kregen we de volheid van Zijn Schepping te dragen, met de opdracht ons daarin een steeds hogere plaats te veroveren. Op eigen kracht, anders zou het geen waarde hebben. Wanneer wij Hem dus smeken, bijv. om iets van ons af te nemen, praten we in een lege ruimte.

Door op ons gebed in te gaan, zou Hij Zijn eigen Wezen verloochenen en Zijn Schepping maken tot een speelbal van menselijke gevoelens. Mary Baker Eddy zag dit niet in en gaf het gebed een voorname plaats in haar “wetenschap". Hoe naief zij in dit opzicht was, bewijzen de volgende voorbeelden.

 

Mary Baker Eddy en het Gebed

 

Wanneer zij, zoals we in ons artikel schreven, in een storm biddend op de knieën valt en de storm daarna bedaart, gelooft zij, dat God dit wonder door haar gebed bewerkstelligde. Maar vragen wij, waar zou de orde in Gods Schepping blijven, wanneer dit inderdaad het geval was? De storm zou zijn gaan liggen ook zonder haar gebed, gehoorzamend aan zijn eigen natuurlijke wetten. In dit verband herinneren we ons een woord van Jezus Christus, die den angstige Petrus afstrafte door hem toe te roepen: "Gij kleingelovige, waarom hebt gij gewankeld?" En verder, wat zou er over blijven van onze persoonlijkheid, die n.b. tot een Goddelijke moet uitgroeien, wanneer wij ons smeken - om wat dan ook - verhoord kregen?

Een ander voorbeeld van Mary Baker's opvattingen: in plaats van zich ruim en bewust over te geven aan de wetten, bad zij hartstochtelijk, dat de dood haar echtgenoot zou sparen. Natuurlijk voltrok deze wet zich toch en, wellicht beseft Mevrouw Baker thans, in het leven na de dood, wat zij in die uren aanrichtte: door immers zo vlammend voor zijn behoud te bidden, bestaat de mogelijkheid, dat zij het stervensproces van haar echtgenoot oneindig veel moeilijker en langduriger maakte.

Alweer: waar zou de orde in de Schepping blijven, wanneer wij mensen onze naaste door een gebed in leven konden houden? Als hij sterven moet, helpt geen smeken en als hij leven zal, is het gebed overbodig. Waarom vocht Mevrouw Baker, hoe goed bedoeld ook, tegen de dood? Als een bewuste zou zij niet gebeden hebben, maar daarentegen haar krachten gebruikt hebben om haar man sterk en vol overgave uitgeleide te doen naar het leven hierna.

En wat te denken van haar wetenschap, wanneer zij haar volgelingen deze gebeden voorschrijft?

 

Om regen: 0 God, Hemelse Vader, die door Uw Zoon Jezus Christus beloofd heeft aan allen, die Uw Koninkrijk en Zijn Gerechtigheid zoeken. alle dingen te geven, die nodig zijn voor hun levensonderhoud. Geef ons, wij smeken U in deze, onzen nood, milde en zware regens, opdat wij de vruchten van de aarde mogen ontvangen voor ons welzijn en tot Uw eer door Jezus Christus onze Heer. Amen.

 

Om mooi weer: Almachtige en meest barmhartige Vader, wij smeken Uw grote goedheid nederig, die overmatige regens te doen ophouden, waarmee Gij ons voor  onze zonden hebt gestraft. En wij bidden U ons zulk mooi weer te zenden, dat de aarde te zijner tijd haar vruchten zal voortbrengen voor ons nut en welzijn. En geef ons genade, opdat wij door Uw straffen mogen leren ons leven te verbeteren en U te danken en te prijzen voor Uw goedertierenheid; door Jezus Christus onzen Heer. Amen.

 

Alweer: is deze naieve taal het denken van een universeel bewustzijn? Voelt men dan niet, dat men zich op deze wijze blameert? Deze mensen maken van de Goddellijke Schepping een winkeltje, waarvan de eigenaar zijn klanten aankijkt, vooraleer hij van onder de toonbank verkoopt.

Het ergst maakt Mevrouw Baker Eddy het echter, wanneer zij God - leest u goed. God - advies vraagt in geldzaken, zoals in het geval, toen zij niet wist, hoeveel honorarium zij mocht bedingen voor haar lessen.

Men kan een mens prijzen om zijn geloof en vertrouwen op God, maar wanneer deze tot zulke excessen leiden, is een ernstig woord van afkeuring terdege op zijn plaats, wijl hierdoor God, Mens en Schepping tot in het diepst van Hun Wezen worden misvormd.

 

Gevaren van de metaphysische geneeswijze.

 

Bovenstaande voorbeelden bewijzen, hoezeer Mary Baker Eddy buiten de Goddelijke Werkelijkheid leefde. Haar volgelingen zijn er dus alleen maar mee gebaat, wanneer zij dit tijdig inzien, wat trouwens de absolute wil is van haar stichtster, zoals uit het laatst van dit artikel zal blijken. Door dit, haar dringend woord te aanvaarden, of er zich althans op te bezinnen, kunnen zij nog veel onheil voorkomen voor hun eigen ziel en die van anderen, die hen te goeder trouw navolgen. Dit voert ons naar een andere leerstelling van hun beweging - een, die gemaakt heeft dat de Christian Science overal in de wereld ingang vindt: het genezen.

Voorgegaan en geleerd door de boeken van Mary Baker Eddy beweert deze secte namelijk, dat zij in staat is de mensheid te genezen van stoffelijke en geestelijke ziekten. Het lijkt, dat zij gelijk heeft, want het moet erkend worden, dat zij op een groot aantal genezingen kan bogen. (Hieromtrent is overigens genoeg op te merken, maar daarover straks.) De Christian Science gaat uit van de volgende stelling, haar gedicteerd door Mary Baker Eddy persoonlijk:

"God is alles in alles. God is geest, God is goed. Daar God, Die geest is, alles is, goed is, kunnen de materie, de zonden, de ziekten niet bestaan." In deze uitspraak is veel waarheid, maar minstens evenveel onwaarheid. Dat God alles is, geest is, goed is, zal geen gelovige kunnen of willen ontkennen. Dat evenwel dientengevolge de stof niet bestaat, is een gevolgtrekking, die kant noch wal raakt, daar de bewuste mens de stof, zij het verijld en veredeld, zelfs terugzag in de hoogste levensstadia van het Goddelijke Albestaan.

Te beweren, dat zonden en ziekten niet bestaan is al even krom, want iedereen kan ze aan de lijve constateren. Het zou niet het geval zijn, wanneer de mens waarachtig naar de Goddelijke wetten had geleefd, zoals de staat bewijst van degenen, die zich tot de hemelen opwerkten. Daar in de ganse ruimte geen ziel te vinden is, die vrij bleef van zonden en ziekten - zelfs Christus niet, lees "De Volkeren op Aarde" door Meester Zelanus - kunnen we gevoeglijk aannemen, dat God als Schepper terdege wist, dat we niet zonder feilen naar Zijn volmaaktheid konden groeien, even goed als Hij wist, dat we juist door te falen in onze onzegbaar moeilijke opdracht zouden slagen. Door deze schier noodzakelijke levensverschijnselen te ontkennen, handelen we als de mens, die tranende ogen krijgt door in de zon te kijken en niettemin haar aanwezigheid ontkent.

We geven grif toe, dat wanneer een patiënt, voorgelicht door zijn Christian-Science-genezer zichzelf voortdurend inprent, dat hij niet lijdt, dat hij geen pijn heeft, ja, dat hij helemaal niet ziek is, doordat ziekte in Gods Schepping niet kan bestaan, dat zo'n man dan, mits hij het althans goed doet, plots geen pijn meer gevoelt. Maar wat heeft hij dan nog bereikt? Hij heeft zichzelf een kaartenhuis gebouwd, dat echter, instort, zodra zijn geestelijke krachten hem begeven en de pijnen terugkomen. In plaats van zich te vermoeien met het_repeteren van gevaarlijke slogans, had hij nuttiger werk gedaan door zich naar een dokter te spoeden.

Door de werkelijkheid te negeren heft men haar niet op. Men bereikt er wel mee, dat men er door verwaasd en dat wil onze Schepper niet, daar ons wezen eens met het Zijne moet overeenstemmen. Door haar onverantwoordelijke stellingen - gebaseerd op het foutieve denken van één mens - leidt de Christian Science haar volgelingen van de hoofdzaken af en doet hen geloven in wonderen - het gevaarlijkste, wat er is in de Goddelijke Schepping, die uitsluitend op realiteit is gebouwd. In plaats, dat zij de mens tegenover zijn zonden en ziekten stelt en hem dwingt de oorzaken er van op te sporen - de noodzakelijke voorwaarde om de gevolgen er van te overwinnen -, stelt zij hem genezing en zelfs verbetering van zijn algemene levensomstandigheden in het vooruitzicht. Zij neemt hem daartoe geheel onder haar vleugels, voert hem met allerlei middelen in een soort extase en gelooft dan met hem, dat hij zijn kwalen en fouten nu blijvend overwonnen heeft. Wanneer het toch eens zo makkelijk was!  Er bestaat echter ook nog zo iets als karma - zijnde de som van verkeerde gedachten en daden uit vorige levens, die volledig goed gemaakt en gewijzigd moeten worden, wil de mens in de gemeenschap van de hemelen kunnen worden opgenomen. Geen bijbel, geen gebed, geen genezer, geen ontkenning kan de mens in dit vreselijke proces definitief helpen. Wel kan hij de gevolgen er misschien een poosje door uitstellen - ze volledig en blijvend te niet doen is echter niet mogelijk, zodat hij er eens toch weer voor komt te staan. God eist van ons, dat we onze rekeningen zelf afdoen, hoeveel pijn en inspanning dit ook vergt, of Hij zou ons in onze ontwikkeling alleen maar schaden en hulpbehoevende stakkerds van ons maken! U moet nu kunnen begrijpen hoe droevig veel kwaad bewegingen als de Christian Science ten opzichte van de menselijke evolutie begaan. De trotse lijst van bekeringen en genezingen, waar naar deze beweging verwijst, heeft niets te betekenen. In de eerste plaats is het aantal gevallen, dat geen resultaten opleverde, veel groter. Ten tweede waren de betrokkenen in de meeste gevallen zelf het wonder en droegen zij de genezing reeds in zich. In dat geval was er slechts een prikkel van buiten af nodig om het proces actief te maken en te bevorderen.

En ten derde bestaat de mogelijkheid, dat de genezing niet blijvend is en de kwaal eens met hernieuwde kracht terugkeert, hetzij in dit, hetzij in een volgend leven!

 

Dood door Schuld

 

Men kan er Mary Baker Eddy en haar leer dankbaar voor zijn, dat zij zo vurig ijvert om 's mensen gedachten en gevoelens naar God te richten. Er zullen verder weinig religieuze sekten zijn, die Christus woord: “Bidt en u zal gegeven worden" zo daadwerkelijk in de praktijk hebben gebracht. Maar mede hierdoor zijn er ook maar weinig. die groter schuld met zich omdragen. Stellig heeft de Heiland in Zijn Evangelie het bidden een belangrijke plaats ingeruimd. Hij heeft er echter nimmer twijfel over laten bestaan, dat het gebed pas zin en waarde krijgt voor de mens, die aan bepaalde strenge voorwaarden voldoet. Wanneer deze bijvoorbeeld in opstand is omdat hij in kommervolle omstandigheden leeft en God dientengevolge om hulp smeekt, hoeft hij niet op inwilliging te rekenen. Wanneer in een ander geval een aanhanger van de Christian Science God om genezing vraagt bij een gebroken been, heeft zijn gebed al dezelfde negatieve waarde. Geleerd door zijn sekte gelooft hij, dat God, Die immers alles in alles is en goedheid betekent, hem stellig zal genezen, wanneer hij maar de nodige denken geestkracht opbrengt. Dit is schrikbarend onbewust en zondig bovendien. De Christian Science speelt hier met krachten, die zij niet kent en die zich nu tegen haar keren, wat een logische en rechtvaardige wet is. Vreselijk zijn de toestanden, die door dit roekeloze geloof ontstaan zijn. Er werden mensen krankzinnig door, er stierven er aan kanker, doordat medische hulp werd geweigerd, vaders en moeders werden uit de ouderlijke macht ontzet, alweer omdat zij bij ziekten van hun kinderen niet de hulp van de dokter inriepen. Ziekten bestaan immers niet, zij zijn slechts gedachtebeelden. nog even wat scherper denken, wat feller concentreren en God aanroepen en zij moeten wijken - aldus redeneert de Christian Scientist, maar intussen rot de wond en sterft de patiënt.

Maar dat is nog niet alles. In het leven hierna staat hij voor een vreselijke werkelijkheid en ervaart hij, dat hij door het negeren van de medische hulp te vroeg is overgegaan en nu de zelfmoord te aanvaarden heeft. Dood door schuld! Is er een afschuwelijker zonde? De betrokkene heeft de gevolgen er van te ondervinden, maar met hem de beweging der Christian Science, door wier rampzalige leer deze en andere misstanden ontstonden!

 

De nieuwe Boodschap van Mary Baker Eddy

 

Aangekomen in het leven na de stoffelijke dood heeft Mary Baker Eddy deze verschrikkelijke waarheid onder ogen moeten zien. Daar zit zij thans neer, gebroken door het vreselijke wat zij heeft aangericht. Millioenen mensen heeft zij vastgelegd aan haar eigen voelen en denken, waar zij niet het recht toe had, onbewust als zij was van de Goddelijke wetten. Natuurlijk wordt zij hier niet alleen gelaten, maar kreeg zij als ieder ander een eigen leermeester. Deze voerde haar terug naar de aarde en toonde haar de ellendige gevolgen van de door haar gepredikte leerstellingen. Verdiept u zich hier eens in, met wat ge nu weet, Christian Scientist, en ge begrijpt iets van het onmetelijke leed, dat uw Leidster thans neerdrukt. Zij toch moet aanvaarden, dat zij alle door uw geloof begane misdaden moet helpen goedmaken. In plaats van op te bouwen, brak zij af - en ge kunt haar toestand vergelijken met die van de man, die tijdens zijn leven op aarde pornografische boeken schreef en nu door elke lezer daarvan dieper in de duisternis getrokken wordt. Zijn opgang kan eerst beginnen wanneer de boze, vernietigende krachten van zijn boek zijn uitgewerkt en het vergeten is. Is dit onrechtvaardig? Het wil de mens leren zich niet te vergrijpen aan wetten, die boven zijn kennis en vermogens liggen. Uw Mary Baker Eddy deed dat - hoe goed zij het ook bedoelde. Thans zou zij tot een ieder van u willen spreken om u te verbinden met Gods werkelijkheid. Maar zij is er nog niet gereed voor. Wel ontving zij van de Engelen de genade om althans een boodschap tot u te richten. Zij werd verbonden met hun instrument en dit legde haar brandende woorden vast in zijn boeken "Geestelijke Gaven". Deze oproep, die wij hieronder afdrukken, is weer gegeven, zoals zij uit haar mond ontvangen werd. Door haar begrijpelijke emotie en spanning leed de taal, maar gij zult door de regels heen haar ernst begrijpen. Moge gij haar verstaan en doen wat zij van u vraagt, u en uw huidige leiders.

Mary Baker Eddy schakelde de wetenschap volkomen uit, maakte de mens los van de aarde en verbond hem direct met het Goddelijke Al, maar zij vergat, dat hij in de eerste plaats vastzit aan karmisse wetten, aan zijn oorzaak en gevolg. Hierdoor bracht zij disharmonie in uw leven, reden, waarom zij u toeroept: "Neemt dit makrokosmische gevaar van mij weg, ban mijn leer uit, want er komen steeds meer mensen tot haar en ik moet er niet één meer bij, mijn leed is zonder hen toch al ondraaglijk!" Wij op onze beurt vragen de Christian Scientisten zich op haar en ons woord te bezinnen, opdat de universele waarheid er in tot hun leven kan spreken. Hun grote geloof, mits bewust op de werkelijkheid gericht, aangevuld door het weten uit de hemelen, maakt hen gereed voor Christus Eeuw en Universiteit, zoals deze door ons op aarde wordt vertegenwoordigd. Groot is de mens, die onder de druk van logische en eerlijke argumenten, zijn ongelijk bekent en het hoofd buigt. Mary Baker Eddy deed het en zij eist van haar volgelingen hetzelfde. Moge zij niet teleurgesteld worden!

 

OPROEP VAN MARY BAKER EDDY TOT HAAR VOLGELINGEN

 

"Ik leerde aan deze zijde de wetten van God kennen. Ik heb geleerd wat God heeft gewild en hoe het menselijke wezen op aarde geholpen kan worden. Voor een gebroken been is aardse hulp, is een dokter nodig. Het been kan genezen wanneer het is gezet. Zijn kunde is het bewuste dienen door wetenschappelijke studie, en dit heb ik  in de handen van God teruggevoerd. God weigerde beslist. Aan deze zijde zag ik waarom God mijn gebed heeft geweigerd.  Ik was in opstand en in botsing met de stoffelijke wetten.

Gij Scientisten, moet aanvaarden, dat niet alles door het gebed kan worden genezen. De hoogste Engelen aan deze zijde hebben mij van mijn onkunde overtuigd, waarna ik diep mijn hoofd heb moeten buigen.

Bidt, bidt steeds tot God en vraagt om genezing, maar weigert geen stoffelijke hulp. Volgt door de wetenschap Gods kracht en macht, eerst dan heeft uw gebed Goddelijke betekenis. Bidden alleen helpt niet wanneer die hulp noodzakelijk is. Eerst daarna heeft het gebed betekenis. Ik dacht door God het onmogelijke tot stand te brengen en verbrijzelde mijzelf. Ik beging fout na fout, niet wetende dat toch Gods zegen altijd wordt geschonken. Ik vernietigde de wetten voor het stoffelijke leven, ging regelrecht tot Hem, Die ons aller Vader is en leefde boven de eigen machten en krachten die in mij waren en die de  hogere ontwaking niet konden beleven.

Door uw geneesheer tot God, wil ik u van deze zijde uit zeggen, dan tot Hem  door uw rein gebed en de wil om Zijn hulp te aanvaarden!  Dit is hetgeen ik tijdens mijn leven niet heb begrepen. Ik bracht een kloof tussen Hem en mij en uw levens. Geve God, dat dit woord tot u komt. God schonk mij deze genade, waarvoor ik dankbaar ben. Ik dwaal over de aarde, ben op zoek naar een instrument, dat mijn gedachten zal opvangen. Eerst dan ga ik aan deze zijde verder en bereik ik het hogere-ik.

MIJN RUST HEBT U IN UW HANDEN!  

Uw Mary Baker Eddy.

 

 

Het mag een unicum heten, dat de stichtster van een godsdienst na de dood gelegenheid krijgt de fouten in haar leer te corrigeren. Het werd mogelijk door het contact, dat in het Oude Egypte, de bakermat van wijsheid en mystiek, werd opgebouwd. Jozef Rulof, die op duizenden wijzen bewees, dat hij die verbinding met de hemelen bezit, was als instrument van de Meesters gereed Mary Baker Eddy's oproep vast te leggen en door te geven. Hierna zal dit vooralsnog niet meer mogelijk zijn, daar deze ziel nog als een onbewust kind in de Ruimte staat en nog alles te leren heeft.

U ontvang hier haar Woord, zoals zij het gaf: overweldigd door de macht van het contact, dat haar geboden werd, en door de emotie, die haar het spreken bijna onmogelijk maakte.

Zij smeekt haar Christian Scientisten haar leer te ontleden en te zuiveren aan de hand van de feiten, die wij hierboven afdrukten.

Anny Besant vraagt het de haren, Max Heindel bidt er om, omdat zij met Mary Baker Eddy stilstaan in de Goddelijke Kosmos, vastgeketend als zij zijn aan een leer, die in hun naam het onbewustzijn van de massa, elke dag weer, vergroot. Zij smeken hun aanhangers onbevooroordeeld en ontvankelijk in te gaan in de wijsheid van de Engelen, die in de boeken van Jozef Rulof, hun instrument, voor alle tijden werd vastgelegd.

 

 

Citaat uit Geestelijke Gaven.

En zo is het! Bidden alleen is niet voldoende, ook al is voor God alles mogelijk. Maar haar volgelingen verwaarlozen zichzelf. Gene zijde bracht de wetenschap naar de aarde. Uw dokter is een helper en een kind van God, indien hij zijn taak voelt. Zijn behandeling is een gebed, want hij dient. En dienen is bidden!
De gelovigen bidden om beterschap, maar ze moeten nu weten wanneer ze kunnen bidden. Dan pas heeft het gebed betekenis. Dit natuurlijke hebben al haar aanhangers. Het bidden voor een gebroken been is het beleven van de Christian Science. Dat moeten ze afleren, anders breken ze zichzelf af.
Wij bewandelen haar weg niet, zoals reeds is gezegd, we verwaarlozen de wetenschap niet en dit is meermalen de ondergang voor het fanatieke geloof in God, dat onbewust vertrouwen is en betekent. Dat vertrouwen is ziekelijk, omdat het geen kennis van zaken heeft. Het is het vernietigen van het bestaande, de eigen bewustwording en dit heeft God nooit gewild, want God wil dat wij ons Zijn wetten eigen maken.
Deze levens staan stil! Het is iets verzachtender dan profanatie, maar toch zo onbeholpen, zo ongeestelijk.
Het spreekt vanzelf dat, indien uw dokter u geen hulp kan schenken, ge kunt doen wat ge zelf wilt. Of ik nu door de kat of de hond wordt gebeten, als de genezing maar komt, denken velen. En ook dat is heel menselijk. Maar pas op dat ge niet in de handen van een charlatan valt, ge zoudt een narigheid beleven zoals nog nooit in uw leven is gekomen. Het enige wat ge nu kunt doen, is alles overgeven wat in Gods handen ligt en de wetten van God zullen spreken. Onvoorwaardelijk komt het weten tot u en dan zijt ge in veilige handen gekomen, zoals het een gelovige betaamt.

 

(1)

Is Krishnamurti de wereldleeraar?

De betekenis van zijn leven en leer.

 

In een reeks van toespraken te 's-Gravenbage, te Amsterdam en Rotterdam heeft Meester Zelanus de grote religieuze stromingen van deze tijd aan een diepgaand onderzoek onderworpen en vastgesteld, dat zij door gebrek aan hogere, bewuste bezieling op een dood punt staan. Tijdens een daarvan wierp hij ook zijn licht op de belangrijke figuur van Jiddoe Krishnamurti, die thans als eenling door de landen reist om de massa door zijn waarheid vrij te maken. Wie is hij? Hoever reikt zijn bewustzijn? Mag hij de Wereldleraar heten, die duizenden in hem zagen en nog zien? Het volgende artikel wil deze vragen beantwoorden en de betekenis van Krishnamurti's leven en leer zo duidelijk vaststellen, dat u hem zult beminnen en hoogachten, zoals de Meesters van Gene Zijde dit doen!

Jiddoe Krishnamurti werd in 1897 te Madanapalle in ZuidIndië geboren. Hij was het achtste kind en werd opgevoed in de Brahmaanschen godsdienst van zijn vader. Twaalf jaar oud zwom hij met zijn jonger broertje Nityananda in de rivier, toen zij werden opgemerkt door de Reverend Charles Leadbeater, de voornaamste medewerker van mevrouw Annie Besant en een der leiders van de Theosophische Vereniging. Hij ontdekte in de jongen Krishnamurti niemand minder dan het voertuig van de nieuwe wereldleraar, de heer Maitreya, wiens laatste, incarnatie, zoals hij dacht, had plaatsgevonden in de persoon van Jezus Christus. Met mevrouw Annie Besant die zijn overtuiging deelde, nam hij de opvoeding van de jongen op zich en liet hem in bet Oosten zowel als in het Westen schoolgaan. Hierbij werden kosten noch moeite gespaard en de beste opvoedingssystemen maakten hem gereed voor zijn toekomstige en wereldomvattende taak. De resultaten waren zo veelbelovend en Krishnamurti toonde zich zo

intelligent en bewust, dat zijn beide promotors geen seconde aan de juistheid van hun opvattingen twijfelden. Om zijn komst in de wereld voor te bereiden, werd hij door mevrouw Besant op 11 Januari 1911 tijdens een nationale bijeenkomst te Benares aangesteld als hoofd van de door haar opgerichte "Orde van de Ster in bet Oosten", die binnen enkele jaren honderdduizend leden telde. Zijn eerste reizen tussen Indië, Australië, Europa en Amerika ving hij aan in 1921, terwijl hij vier jaar later in het hoofdkwartier te Adyar zijn feitelijke zending begon. Overal werden voor zijn toespraken grote terreinen ingericht, o.a. hier in Nederland, waar een edelman uit Eerde zijn kasteel in Ommen ter beschikking stelde.

Zo was alles gereed om de universele Openbaringen van de nieuwen Wereldleraar te ontvangen. Er wachtte hem een leger van mensen in en buiten de Theosophische Vereniging, die verlangend waren hem als de Verlosser in te halen en hem blindelings te volgen. Zij hadden een wijdverbreid en goed functionerend apparaat opgebouwd, dat de taak had "de omstandigheden zo te regelen, dat er zo weinig mogelijk tegenkanting en zoveel mogelijk medewerking te voorschijn geroepen zou worden om het werk van, de Goddelijke Leraar te bevorderen". Nooit te voren, zo deelden de leiders der Orde in die dagen vol verwachting voldaan mede, is het werk van de Volmaakte Leraar op aarde voorbereid door een wereldorganisatie, bestaande uit mannen en vrouwen, die, bewust van de toekomst, trachten zich gelijk te stemmen met de toon, die door de Leraar zal worden aangeslagen en die, door werkelijke dienst, zich bij Zijn komst, tot werktuigen in zijn hand willen maken." Over de hele wereld:" zo meldden zij, ging de pols-slag van het leven sneller in voorbereiding voor de komst van de Heer."

Men kan zich hun ontgoocheling indenken, toen bun idool vier jaar na zijn eerste openbare optreden tijdens een bijeenkomst hier in Ommen deze enorme organisatie ontbond en onomwonden verklaarde, dat hij niet was, die zij verwachtten!  Twee gewichtige feiten treden hier naar voren. Het eerste constateert de dodelijke onmacht van de leiders der Theosophische Vereeniging. die in Krishnamurti het voertuig van Jezus Christus zagen en dat aan de wereld verkondigden met een zekerheid, welke zij ontleenden aan het Astrale Gezag, waarmede zij ste11ig dachten in verbinding te zijn. Dat dit niet het geval was, werd hun volgelingen door Krishnamurti zelf verpletterend duidelijk gemaakt.

Het tweede feit stelt Krishnamurti's eigen bewustzijn vast. Dit is groot en hij bewees het door al na luttele jaren een eind te maken aan het tragische misverstand, dat, geschapen door zijn omgeving. van het begin af tussen hem en de wereld stond. Gewekt door het woord van mevrouw Besant en anderen verbeidde men hem als een Goddelijk ingewijde, die als Leraar van Engelen en mensen geen wet in de Schepping onverklaard zou laten. Aan deze hooggestemde verwachtingen kon Krishnamnrti niet voldoen om de eenvoudige en beslissende reden, dat hij geen AL-bewuste is. en niet eens een geestelijk-bewuste. Hij is ook geen Groot-Gevleugelde, die door het occulte contact de bovennatuurlijke wijsheid kan verstoffelijken. Hij is Krishnamurti, een rein, begaafd kind, dat anderen gul wil laten delen in de schatten van wijsheid, die het in zijn levens won.

Onmachtige, verwarde breinen stoelden hem in goud en purper hoog boven de aarde - hem, die de nederigste is onder de nederigen. Zij gaven hem titels en tempels en dwongen hem door hem aan Christus gelijk te maken een wijsheid af, die hij niet bezat en derhalve niet geven kon. Zij ketenden hem aan een domme, logge organisatie - hij, die elke gevangenschap schuwde en de vrijheid prees als het edelste goed. Zij martelden hem zo lang, tot bij uitriep: "Ik ben het niet, ik ben het niet! Dit alles wordt mij te veel. Gij maakt mij kapot. Ik ben geen Goddelijk bewuste en ben niet tot een openbaring te voeren. Ik ben en blijf slechts Krishnamurti"

Hij is de Wereldleraar niet en hij bewees dit, al zijn er nog die hopen, dat hij eens het Goddelijke en verlossende woord zal spreken. Maar waarom ge1oven zij dit? Het is toch niet mogelijk, dat hij, die in het universeel bewustzijn leeft,' zegt: "Wereld, verga! Ik kan u ontwikkelen en u opvoeren naar een hoger leven, maar ik pas er voor. Dat wat ik aan weten bezit, houd ik zelf!"? Kan een 1eraar voor de wereld zijn machtige, dimensies omvattende kennis in zijn innerlijke brandkast sluiten en de zoekende, dwalende mensheid alleen laten? Dit is toch niet mogelijk! Krishnamurti bezit haar niet, zomin als Ramakrishna of Socrates, Plato of Rudolf Steiner haar bezaten, of zij zouden ons cosmisch bewust hebben gemaakt, terwijl zij nu volstonden met de kruimels uit te delen, die zij op eigen kraoht en gevoel in Gods ruimten vergaarden. Gezegend  en voedzaam brood niettemin voor een wereld, die van honger dreigt om te komen. Eén woord van Krishnamurti weegt op tegen de miljoenen, die dagelijks vloeien uit de valse of onbewuste pennen van de wereldpers. Wanneer hij zegt: "Gij kunt over het reine "Zijn", over gelukzaligheid of bevrijding theoretiseeren, maar wanneer wij naijverig, afgunstig, hebzuchtig, wreed, gedachteloos, overijld zijt, welke waarden hebben dan uw theorieën? Om die werkelijkheid te bereiken, moet ge deze eigenschappen afleggen en om ze af te leggen, moet gij een welbegrepen visie van die werkelijkheid verkrijgen en uw visie in daden omzetten. . . een juist gedrag is de weg des Levens" - dan voert hij u op het pad, dat u en hem regelrecht verbindt met het Koninkrijk Gods.

De maatschappij heeft mannen als bij hard en hard nodig, zij zijn de belichaming van het goede, het zuivere, de elementen, waardoor Gods Bedoelingen zich laten verstoffelijken.

Krishnamurti, nobele, wijze ziel, wordt terecht bemind door duizenden, hier en in de Sferen van Licht - om zijn persoon, om zijn boodschap. Een universeel-bewuste is hij niet en derhalve geen wereldleraar. Hij weet dat, zoals hij, wanneer hij ooit voor Jozef Rulof staat, ook zal weten dat hij in deze de Leraar voor de huidige en de komende mensheid ontmoet!

 

Evolutie nr 13, 15 apr 1947