ontwaken

Eens zullen ook zij Ontwaken !

 

 

 

ER ZIJN MENSEN,  goedwillende, gelovigen, intelligente mensen die menen, dat Onze Lieve Heer de menselijke zaken vanzelf wel zal op knappen, als maar alles “met liefde wordt bezien” en de verdere activiteiten en…..verantwoordelijkheden rustig aan Hem worden toevertrouwd!
Dit is geen demagogisch getint slagzinnetje voor ons artikel van vandaag, er zijn inderdaad talrijke mensen --- levensbeschouwingen, sekten, gemeenschappen, welke deze opvatting huldigen en plegen na te leven; en er zijn zeker vele onder hen die oprecht menen, dat dit de juiste weg is om de geestelijke schatten te kunnen verdienen en in harmonie te komen met het Oneindige.

Dit, “met liefde bezien”, komt dan in wezen daarop neer, dat men zo mogelijk voor alles een verklaring --- een “biologische” of geestelijke verklaring of verontschuldiging bij de hand heeft en zelfs de klaarblijkelijke onrechtvaardigheden en wantoestanden met de mantel der naastenliefde bedekt, maar zichzelf daarbij ook van dat manteltje bedient en verder zich van iedere activiteit onthoudt welke op een kritiek aan een ander leven of toestand zou kunnen lijken. Want --- dat zou dan in strijd zijn met de liefde en een hoger geestelijk voelen en denken.

Op het eerste gezicht klinkt dit alles erg mooi en beschaafd, maar laten wij dat masker eens nader bekijken. Wij hebben deze houding niet slechts bij kerkelijk gezinde mensen ontmoet, wij zijn haar vooral ook in eigen of geestverwante kringen tegen gekomen, bij de aanhangers der geestelijke wetenschappen, bij theosofen antroposofen, rozenkruisers, Spiritualisten, Christian Scientisten, enz. enz., waar deze neiging tot passiviteit ten opzichte van wereldse of zogenaamd politieke zaken --- als deze een activiteit of kleurbekennen vereisen, dat zich noodzakelijkerwijze tegen bestaande normen, verhoudingen, groeps- of persoonlijke belangen moet richten, --- bijzonder sterk nagegeven wordt. Ja er zijn velen die zelfs zo ver gaan dat zij zeggen: “waarmee bemoeit u zich”, de Meesters hebben het toch in handen en zorgen er wel voor, dat alles op tijd terecht komt!, als er maar liefde is!”

Ja, geachte vriend, als er maar liefde is!!? Welke Liefde? Eigenliefde of dat andere --- dat je niet zo maar met een struisvogelliefde aantrekt?

“Ik kreeg eens grote ruzie met ’n liefdevolle moeder”, vertelt Frederik in Maskers en Mensen, “het is ’n prachtziel. Haar jongens hadden in de laatste oorlog moeten vechten. Toen zei ze tegen me: “Stel je veur --- je hoort het al: ‘veur’ --- mijn zoon schoot er zo’n zeventig naar beneden. Die moffen hadden bij hem niets in te brengen. De jongen schreef me: Moeder, moeder toch, wat ben ik beschermd. Uw gebeden hebben mij het leven gered. Ik dook van vierhonderd meter naar beneden, zat met m’n kop in de modder, maar direct naast me is ’n boer die mij uit de sloot haalt. Géén seconde had ie man moeten wachten of ik was er geweest. En nu heb ik er alweer zo’n stuk of tien voor mijn rekening genomen.”

Ik stikte bijna van schrik, vertelt Frederik verder, want wat komt er?: “Heeft God mij niet prachtig verhoord?”

Ik werd er zo misselijk van, dat ik op staande voet heenging en haar verbouwereerd achter liet in haar eigen menselijke stank! In haar vervloekte egoïsme, dat smerige masker! Want hebben al die andere jongens geen moeders en geen God? Dit zijn gouden koeiehoorns. Ik zag deze als al de andere in de straatgoten van de steden liggen. Waar je maar kijkt, daar kun je je zakken er mee vol stoppen.

Ik wil maar zeggen, is zó de goedheid van God? Neen, dit is kletspraat! Dit is afbraak! Het is onzin! Het is beroerdigheid op een ander leven schuiven. Het is van God een kermistent maken, veel en veel erger is het, zodat ik er bijna een beroerte van kreeg.

Heeft God met de menselijke zaken te maken? Hebben wij leven en dood in handen gekregen? JA!”--- van uitgaan. Of --- zijn het de Meesters van Gene Zijde die de jongens het schieten hebben geleerd? de generaals zullen er om lachen, wij ook….. maar anders; onze lach is droevig, wanhopig. Jawel --- Liefde! Laat ze maar hun gang gaan….als wij het maar weten en onze zieltjes netjes schoon kunnen houden, nietwaar? Als wij het maar weten!?

“MOORD, zegt men in het Oosten, dwingt de ziel naar de Aarde terug te keren en een nieuw lichaam voor dat ( vermoorde ) leven te scheppen. Met andere woorden: als je man bent moet je terug om “moeder” te worden! Lach je? Haal je schouders op? Waar lach je eigenlijk om?! Veronderstel, één minuut maar --- voor jezelf --- dat het zo is! Wat nu?”

En de Liefde --- luister goed, geachte lezer, --- de liefde ( aldus Frederik ) gaat verder en zegt:

“Stel je voor hoe je nu denkt! Stel je die ommekeer eens voor onder je hart! En denk je eens in, dat je als sterke kerel een regiment soldaten commandeert en de dood injaagt! Mooi hé? Daarvoor krijg jij je medaille nog wel. Maar --- dacht je er op deze wijze af te komen? Dacht jij waarlijk, grote en toch kleine man, dat je je kon blijven verstoppen? Die struiken verdwijnen eens van de Aarde! En dan sta je naakt voor je doden! Ik weet al zo lang dat jij er niet alleen voor zult staan, maar dat al die domme, jongen kerels voor hun eigen ellende staan, want ook zij  hadden er niet aan moeten beginnen! Voel je, wat dit masker zeggen wil? Dat dit masker valt? En dat deze vaderlandse liefde voor de Ruimte geen cent waard is?”( Uit “Maskers en Mensen”, blz. 148, 149 )

Sterk, nietwaar? Durft u dit niet te zeggen? Uw liefde kiest natuurlijk ’n andere taal, bemoeit zich liefst niet met andermans zaken, als u het maar voor u zelf weet….door Frederik en zijn Meesters dat het verkeerd is, dat schieten, cremeren, zelfmoorden, voor monnik spelen, enz. enz., de rest moet er zelf maar achter komen!?

Als CHRISTUS nu nét zo gedacht had al u en de tempels niet schoongeveegd had met en door Zijn bezieling, Zijn wetenschap, Zijn liefde, --- als de Apostelen en zij die na hen kwamen ook zo gedacht hadden, de Galilei’s, Luthers’s en de talloze strijders voor de rechten van de mens, --- als JOZEF RULOF liever voor een geestelijke kluizenaar of monnik had willen spelen, dan ten strijde te trekken tegen een maatschappij, die hem het liefst had gebrandstapeld en in wezen het ook heeft gedaan, --- waar was dan al uw verheven bewustzijn gebleven waarmee u zich --- en wij allen --- nu kunnen bekleden? Door het bloeden van anderen zijn wij nu zover, dat wij ons zelf kunnen beschermen tegen het maken van nieuwe karmische schulden en kunnen en mogen wij anderen, om vele levens misschien , vooruit snellen.

Maar --- bent u er gelukkig bij --- als de anderen zo veel achter moeten blijven; achter moeten blijven, omdat er niet voor hen gestreden wordt?! Omdat u het maar liever alles met liefde “beziet” en een gulden of vijf naar het mijnrampenfonds stuurt, inplaats van tegen deze roekeloze exploitatiemethodes, --- die al honderden, ja duizenden levens heeft gekost, --- met uw stem en uw krachten in opstand te komen?!! Want als u het slechts wilt, de wegen en mogelijkheden zijn er genoeg, zijn er voor iedereen, om voor de rechten van de mens, voor diens geestelijke ontwaking, te kunnen strijden.

Gaat u dan voor onze krant schrijven, als u er de bezieling en het woord voor heeft, wij zullen u er dankbaar voor zijn. verspreidt het blad en spreekt met anderen over de Universiteit die u mocht betreden. Werk toch in hemelsnaam mee en wacht niet af tot de hemelen de zaken zullen opknappen. Dit gebeurt nóóit --- als de mensen niet zelf de handen ineen slaan. Want --- WIJ hebben Leven en Dood in handen gekregen! Zegt u dit niets?

Het is ons bewustzijn, of onbewustzijn dat oorlogen schept, de atoomkrachten voor vernietiging oproept, mijnen verwaarloost en miljoenen laat hongeren en dakloos maakt!! Heeft u er niets mee te maken? Wij denken van wél! Als de Meesters naar de Aarde neerdalen en zich met onze ellende bemoeien, dan geschiedt dit, omdat zij niet gelukkig kunnen zijn, en geen rust vinden zolang hun broeders en zusters op aarde in dat onbewustzijn verkeren en het leven van God bezoedelen en afmaken. Zij handelen dan uit Liefde, uit liefde tot al het Leven van God; zelfs inspireren zij een Adolf Hitler, om dóór hem de volkeren der aarde wakker te schudden! Dit is HUN liefde, hun kosmisch bewust voelen, denken en handelen. Maar uw liefde is louter eigenliefde, u laat het werk aan anderen over, u daagt zelfs nog de Meesters uit met te zeggen: “zorgt U maar voor onze beveiliging, wij gaan intussen uw werk “met liefde bezien” en als het zover is, zegt U het maar!” Want daarop komt het tenslotte toch neer? --- Of niet?

Misschien heeft u eens iets over Sophie en hans Scholl gehoord of gelezen; zij waren studenten aan de universiteit van München en werden beide wegens het verspreiden van oproerige pamfletten op 22 Februari 1943 onthoofd. Sophie, die biologie en filosofie studeerde, was nog geen 22 jaar, haar broeder, student in de medicijnen, nog geen 25 jaar. Over het “proces” voor het “Volksgerichthof” is niet veel bekend geworden. Wel weet men dat Sophie, die niet veel sprak, op zeker ogenblik in de rechtszaal tegen Freisler, de beruchte voorzitter van het hof, zei: “Dat, wat wij zeiden en schreven, denken velen. Zij wagen echter niet, het uit te spreken!” Toen het doodvonnis werd gewezen, drong de jongste broer door tot Hans, legde hem kalm de hand op de schouder en zei: “Flink blijven! Geen concessies!”

…………en toen gingen zij. Eerst het meisje, zonder een spier van haar gelaat te vertrekken. De beul heeft later verklaard, nooit iemand zó te hebben zien sterven. En Hans Scholl riep “Leve de Vrijheid”! voor hij zijn hoofd op het blok legde…..

“Zij hebben iets eenvoudigs verdedigd”, zegt Inge Scholl in haar boekje “Die weisse Rose”, ( Fischer-Bücherei, Frankfurt/M-Hamburg ), dat zij heeft gewijd aan de nagedachtenis van haar zuster Sophie en haar broer Hans, “zij zijn voor iets eenvoudigs in de bres gesprongen, voor het recht en de vrijheid van de enkeling, voor zijn vrije ontplooiing en zijn recht op een vrij leven. Zij hebben zich niet opgeofferd voor een buitengewone idee. Zij wilde slechts, dat mensen als gij en ik in een menselijke wereld konden leven. Maar wellicht ligt hierin het grote, dat zij voor iets eenvoudigs hun leven op het spel hebben gezet en de kracht hadden het eenvoudigste recht met de uiterste toewijding te verdedigen.”

 

ZEGT U DIT NIETS ?

 

Twee jonge mensen gingen de dood in, omdat zij niet konden en wilden zwijgen; omdat hun begrip over de menselijke waardigheid dit zwijgen niet toeliet en zij de kracht vonden “het eenvoudigste recht met de uiterste toewijding te verdedigen!” Zij hebben deze kracht en stuwing verkregen door  hun liefde --- hun liefde voor het recht en de vrijheid van de enkeling, een universeel gevoel dus, dat afstemming verkreeg op de wetten van de Ruimte. Van lafheid of vrees kon nu geen sprake zijn. toen de moeder tot Sophie zie: “Nu zal ik je nooit meer zien”, antwoordde zij: “Ach, die paar jaartjes!” En zij ging zonder vrees, lachend de dood tegemoet.

Helden?! Ach kom, laten wij ook eenvoudig blijven, het woord is bovendien verkracht en besmet en is niet de kroon op deze kinderhoofden --- die misschien ouder waren dan de onze. Zij hebben zich niet eens opgeofferd voor een buitengewoon idee, zegt Inge in haar boekje, zij wilden slechts, dat mensen als gij en ik in een menselijke wereld konden leven! Ik vraag mij af, welke bergen zou deze heerlijke jeugd eerst hebben verzet als er inderdaad een “buitengewoon idee” achter hen stond? Als ZIJ dat wonder, deze ontmoeting hadden ondergaan en beleefd, dat ons, volgelingen van Jozef Rulof, zó ruimschoots deelachtig werd? Zij aanvaardden reeds de brandstapel voor de doodeenvoudigste rechten van de mens, --- wat zouden zij eerst aanvaard en gedaan hebben als deze ontvankelijke zielen met de Wonderen van het Heelal in verbinding waren gekomen? Een jeugd, die uit eigen verworven bewustzijn reeds kon denken en zeggen: “Niets is onwaardiger voor een beschaafd volk, dan zich zonder verzet te laten regeren door een onverantwoordelijke kliek! Verhindert het verder lopen van de atheïstische oorlogsmachine voor het te laat is! Vergeet, dat elk volk de regering verdient, die het duldt!” DEZE JEUGD had zich voor JOZEF RULOF  en zijn Meesters tien keer op een dag laten brandstapelen en nog zouden hun stemmen niet zijn bezweken!.......Waarheid!

HET LEVEN OP AARDE is in de eerste plaats een stoffelijk leven, de menselijke geest heeft dit leven op te voeren en in harmonie te brengen met de wetten van de Ruimte, van God. Dit proces is noodzakelijkerwijze een proces van strijd, van een levendige, actieve geesteshouding, voor wie er geen “rentenieren” op verworven bezit kan en mag bestaan. Wie zich te oud voelt om te evolueren, kan beter zijn kist aanvaarden, want hij remt slechts de evolutie van anderen. Door meditaties, bidmissen en geletterde geestigheid los je geen aardse problemen op. Wij hebben leven en dood in handen gekregen en wat wij er van maken ligt slechts aan ons, en noch aan God, noch aan de Meesters in de Ruimte!

Sophie en Hans Scholl hebben het leven niet slechts “met liefde bezien”, maar zij hebben door hun liefde gehandeld en ….gediend, want zij gaven een voorbeeld aan duizenden ---- en ook aan ons!

“Wat doen deze mensen?”, vraagt André aan de Meester, toen zij een gebouw betraden, waar vele broeders der sferen bijeen waren.

“Zij vragen aan God om kracht en persoonlijkheid.”

“Op deze wijze?”

“Ja”, zeide de broeder, “op deze wijze bidden zij reeds vele jaren!”

De broeder der sferen legde zijn hand op zijn schouder en zeide:

“Zie mij aan, broeder! Zij hier leren bidden. Op aarde baden zij tot hun God, doch daar in dat leven voelden en dachten zij anders. Hier moet men alles diep doorvoelen, dan eerst gaat men in het gebed over. Maar de één vraagt om persoonlijkheid, de ander om gaven en toch is dit de weg niet. Omdat ik in uw ziel lees en u ken, zeg ik u: “Tracht uzelf te leren kennen! Daal af in de duisternis en help anderen. Op deze wijze zullen zij er ooit komen en jaren, neen eeuwen zullen er voorbij gaan. Voortdurend bidden en mediteren zij, doch in niets komt er verandering. Zij blijven zoals zij zijn! in het leven moet men zich schatten eigen maken en dat is dienen en voor anderen iets te zijn.

Kent gij het leven op aarde en weet gij van uw aardse leven wat af?

Kent gij al de ellende op aarde aan deze zijde?

Is uw probleem niet het probleem waar duizenden mee rondlopen?

Vragen allen niet waarom en waarvoor?

Voelt gij hun ellende?

Weet gij waarvoor gij op aarde waart en hebt ge uw aardse leven begrepen? Hebt gij de gaven, die u zijn geschonken, op de wijze zoals het behoort gebruikt?

Wist gij daar iets van dit leven?

DEZE zijn niet te overtuigen, hoe gaarne ik ook hun ogen zou willen openen. Hoort, hoe zij bidden!

Toch zijn zij niet wakker. Allen slapen hun diepe geestelijke slaap, maar eens zullen zij ontwaken…..!” *)

 

 

*)  Uit “Het Ontstaan van het Heelal” door Jozef Rulof.

 

 B. v. Baden

   

Europese Heraut, 4e jaargang, no. 71, 1 September 1956.