CHRISTUS, de Goddelijke Leraar en Profeet!

De Universiteit van Christus zegt ons:

In de Eeuw van Christus valt er niet meer te regeren, niet meer te veroveren ten eigen bate, de Meesters dienen de gehele mensheid, zij dienen Christus en God, de God van al het leven in de ruimte.

 

Wie geestelijk denkt en voelt zal de grote lijn zien in het wereldgebeuren. Het is in gene dele toeval of aan aardse krachten te wijten, dat de stammen van IsraŽl*  door de eeuwen de overwinning aan hun zijde hebben. De mens als massa denkt niet over het leven na de dood en gelooft niet aan de mogelijkheid van een ingrijpen in het aardse gebeuren door hen, die het stoffelijk leven verlaten hebben. En toch zal hij eens moeten aanvaarden, dat de taak van Mozes en de profeten niet ophield, toen zij de aarde achter zich lieten. Zij zijn thans nog even actief bezig, voortgedreven door de drang tot daden, die in elk mens leeft, en door hun allesoverheersend verlangen de mensheid het geestelijk geluk te schenken dat zij zelf wonnen! Men denkt op Aarde dat Christus dood is, tot Zijn Vader in het "AL" is teruggekeerd en wellicht slechts neerziet en mediteert. Ja, wat doet Christus thans? Zet Hij Zich nog in voor Zijn kinderen, voor wier zieleheil Hij eens uit de Goddelijke sferen naar de Aarde kwam en aan wie Hij zijn Geboden meegaf. Die Hij met Zijn Leven bezegelde? Hoe zou het anders kunnen. Vanuit het Al volgt Christus het leven op Aarde en is Hij met de Meesters in verbinding. Van Hem ontvangen zijn hun berichten. Hoe deze luiden weet, behalve de Meesters, geen mens. Maar dat zij kosmisch afgestemd zijn en ze de mensheid, zonder dat zij het zich bewust is, regelrecht voeren naar het ontzagwekkende verheven gevoel, dat liefdegeesten zich stelden, is onloochenbaar voor wie alle feiten kan overzien.
Wie een blik zou kunnen slaan achter de sluiers zou ervaren, dat God waakt en met hem, Christus en de Meesters.
De volkeren gaan onder ellende gebukt, doordat zij niet kunnen liefhebben op de wijze, als Christus predikte. Eerst als alle volken zover komen, zullen zij het geestelijke paradijs al op aarde bezitten. Onder de leiding van de Meesters, die eens het lot van de mensheid in handen namen, omdat zij anders nog miljoenen jaren voort zou gaan met te haten en te vernietigen, onder hun gezegende en bewuste leiding zullen de volken zich die geestelijke levensgraad eigen maken.
Toen Christus, de Goddelijke Leraar en Profeet, Zijn zending op Aarde had vervuld, had Hij de mensen geleerd, God te zien als een Vader van Liefde. Hij gaf de mensheid regels mee, die hen tot een hoger en geestelijker bewustzijn voerde, en heeft daardoor de weg naar het Koninkrijk Gods aangewezen.
Aanvaardde de mensheid Zijn Goddelijke boodschap? Was er in haar het verlangen naar geestelijke bewustwording? Leefde zij volstrekt naar de regels, die Hij haar meegaf? Uw geschiedenisboeken geven een duidelijk antwoord op deze vragen.
Het Joodse volk dat Hem kruisigde volgde zijn eigen weg. Het voelde zich rustig, hoewel het de schuld heeft aan het gehele verschrikkelijke drama dat zich op Golgotha voltrok. De Joden zagen echter in Christus niet meer dan een gewone rabbi en thans, in uw eigen tijd, erkennen zij nog de Messias niet in Hem. Die rabbi behoorde niet tot hen en ook zijn Heilig Evangelie zegt hun niets. Ze negeren het en leven verder, zoeken zich te verrijken en versjacheren al wat voor Gods andere leven heilig is. Ze kennen zich zelf niet, willen niet inzien, dat het waarachtig de Messias was, die zij aan het kruis sloegen. Maar de eeuwen door drukt de stilte van Golgotha op hun zielen en deze wijkt nimmer, al praten en handelen zij nog zo druk! Als ze zouden willen luisteren, kunnen ze in die stilte de stem horen, die van hoog boven de heilige stad Jeruzalem roept: "Hoort mensen hoort, kinderen van God, uw Vader in de hemel, hoort, want IsraŽl roept om u. Wacht niet langer, buigt uw hoofden, want zo alleen leert ge de Goddelijke wetten kennen. Hoort toch! Het is Gods stem, die tot u spreekt en het is de stem van uw eigen geweten. Eens zult ge moeten luisteren naar het woord, dat diep en waarachtig is en u ziende zal maken. Gij hebt u vergrepen. Gij hebt toegestaan, dat het heiligste Wezen in de ruimte, vernietigd werd. Buigt uw hoofd en breng al uw kinderen tot de "Enige God", waartoe Christus tot u kwam."
Toen de Messias op Golgotha Zijn ogen sloot, had Hij nog heel veel te zeggen. Of denkt ge dat dit niet zo is? Hebt gij u al eens afgevraagd, wat Christus eigenlijk de mensheid wilde schenken? Wat Hij ons had willen brengen, Hem Die men heeft veracht en bezoedeld? Christus had nog heel veel te zeggen, maar tussen de 32- en 33-jarige leeftijd heeft men Hem vermoord. Toen Hij terugkeerde in Zijn Koninkrijk Gods, riep Hij de engelen uit de Hemel bijeen. Gelooft u aan engelen? Is u geleerd, dat er waarlijk engelen zijn tussen leven en dood, of moeten wij u daarvan overtuigen? Christus riep Zijn engelen bijeen, Zijn afgezanten, en zeide: "Ge hebt gezien, ge hebt beleefd hoe men Mij op Aarde heeft ontvangen. Heb Ik dat gewild? Waarvoor heeft God Mij naar de Aarde gezonden? Waarom stuurde Mijn Vader Mij vanuit het  "Al" tot de stoffelijke mensheid? Wist ik van te voren, dat men Mij zou ombrengen? En wat had Ik waarlijk willen geven aan die mensheid? Voelt ge, dat Mijn Leven is vernietigd? Had ik meer kunnen schenken dan Ik tot nu toe heb gedaan? Gaat met Mij terug naar de Aarde".  
Christus keerde opnieuw terug - korte tijd slechts - om Zich met de apostelen te verbinden. Hij toonde tevens de Meesters uit de hemelen aan wat er gedaan zou kunnen worden voor de aardse mensheid. En toen dat voorbij was keerde Hij terug naar Zijn Goddelijke afstemming. Hij keerde terug in het "Al" om daar met de anderen uit Zijn leven, het Goddelijke werk voort te zetten.
Wat nu geschiedde, geschiedde met een vast plan, een vast doel. De apostelen kregen verbinding met een hogere wereld. Zij hebben stemmen horen spreken; enigen kwamen tot onbewustzijn en spraken in andere talen. Zij vertegenwoordigden een hogere wijsheid en die wijsheid zouden ze dan de mensheid schenken. Wij verzekeren u, dat het de Meesters waren, die vanuit de astrale wereld naar de Aarde kwamen om deze levens op te trekken, daar Christus wilde, dat Zijn woord over de Aarde werd verspreid, geheel naar de bedoeling van Zijn Goddelijke zending.
Hoe het leven van de apostelen is geweest, hebt ge leren kennen. Stuk voor stuk werden zij bezoedeld en gemarteld, omdat de mensheid de hogere bewustwording van Christus niet begreep.
Christus wist, dat er vele eeuwen zouden voorbij gaan, voordat de mensheid aan een hoger bewustzijn kon beginnen.
Goddank, nu zijn we zover dat we het doel van Christus kunnen volgen. Dat waar Mozes over sprak, waar hij en de profeten hun leven voor inzetten, gaat thans geschiedden. Het Huis IsraŽl*, het Huis waartoe een ieder behoort die gelooft in ťťn God en liefheeft alles wat leeft, zal tot geestelijke ontwaking komen. Er valt in de Eeuw van Christus, buiten IsraŽl om niet te heersen. Christus roept al die eigenschappen het geestelijke en Goddelijke halt toe. Onfeilbaar is het Huis IsraŽl, het plan van de Meesters, op Aarde opgebouwd.
Geliefden der Aarde, wij voeren u door de stoffelijke maatschappij. Wij brengen u een geestelijke politiek, die niets meer wil zijn dan een geestelijke bewustwording. In de Eeuw van Christus moet ge tot een besluit komen, het goede te volgen dan wel te volharden in het kwaad. U moet kleur bekennen, u moet kiezen. Zo ge het niet zelf kunt wordt ge er toe gedwongen. In de Eeuw van Christus voltrekt zich dit, en niemand die aan die werking ontkomen kan. Christus zegt u in dit verband:
"Ik leef opnieuw op Aarde. Voor de mensheid ben Ik gestorven, doch Ik ga met IsraŽl Mijn Eigen Eeuw binnen. Wie Mij volgt, treedt tijdens het aardse leven het "Koninkrijk Gods" binnen. God zegent al Zijn kinderen. De Volkeren der Aarde zullen tot eenheid komen en zijn als ťťn gezin in Mijn Naam. Dan kunnen Mijn kinderen het geluk op Aarde beleven en zullen alle volken der Aarde leven voor Mij, doordat zij Mij volgen. In mijn Naam zullen zij besluiten nemen, eerst dan zal ik hen zegenen. In de harten van Mijn kinderen leeft liefde. De staatslieden van IsraŽl gaf ik Mijn leven, voor het geluk van al het leven van God kwam Ik op Aarde. Door deze evolutie zullen de volken der Aarde het "Koninkrijk Gods" hebben gevestigd. Zij zullen gelijke rechten bezitten, want in Mijn Eeuw zal niet ťťn ziel worden uitgesloten. Ik wil, dat ťťn voor allen en allen voor ťťn werken en dienen en elkaar zullen liefhebben. Er zal vrede en rust komen op Aarde en in de mensen een welbehagen. Mijn leven moet men aanvaarden."
Enkeling, massa en mensheid, de Meesters - Engelen uit de hoogste sferen - staan naast u, zij zullen u met hun wijsheid en hun brandende, bewuste liefde helpen. Zij zullen dit blijven doen tot het laatste zieleleven de sferen van licht binnentreedt en Moeder Aarde haar grootse taak heeft verricht. Zij gaan de mensheid voor in het bewuste dienen. Het is door de vervulling van deze Goddelijke wet, dat de mens zich van de duistere sferen zal losmaken om tenslotte de Goddelijke sferen binnen te treden.
Leer te dienen, mens der Aarde! roept Gene Zijde u daarom toe. Want alleen door te dienen maakt u zich gereed om naar de werelden van de hogere bewustwording te worden opgetrokken.

Ui de Europese Heraut, 5e jaargang nr 104, dd 1 februari 1958.

* Het huis IsraŽl heeft niets te maken met het land IsraŽl. (voor een verdere uitleg over de stammen van IsraŽl en het Huis IsraŽl, verwijzen wij u naar het boek " De volkeren der aarde door Gene Zijde bezien". Red)

Zie ook de eerder geplaatste artikelen over pasen:

Pasen gezien vanuit Gene Zijde
Pasen gezien vanuit Gene Zijde, deel II

Pasen gezien vanuit Gene Zijde, deel III
In de dagen van Golgotha
Golgotha
Golgotha, deel II