DE VIVISECTIE

Al enige malen is ons gevraagd, hoe onze Leer tegenover de vivisectie staat. We legden de vraag voor aan Meester Zelanus en deze antwoordt:

"De vivisectie is een vreselijk kwaad, waarvan uw wereld noodzakelijk moet worden verlost. Toch is dit probleem met deze algemeenheid niet afgedaan. We stellen vast, dat uw geleerden zich bij hun proefnemingen alleen van het dier bedienen om afweermaatregelen tegen uw stoffelijke ziekten te vinden en die steeds groter uitwerking te geven. Deze opbouw komt zo echter door afbraak tot stand. Nu klemt de vraag in hoeverre deze afbraak gerechtvaardigd is. Voor haar beantwoording moeten we de graden van de dierlijke schepping ontleden. Wanneer ge aanvaardt, dat deze nog dieper, nog omvangrijker is dan die van de mens, dan zult ge ook begrijpen, dat we er hier slechts heel in het kort op kunnen ingaan. Alweer moeten we u vragen te wachten tot we door de ontleding van de Cosmos in boek en voordracht het ontstaan en de groei van het machtige dierenrijk wet voor wet met u kunnen volgen.
Door onze universele reizen dan, hebben
wij kunnen vaststellen, welke diersoorten tot Gods directe schepping en welke tot de indirecte behoren. Al in zijn trilogie over "Het Ontstaan van het Heelal" beschreef mijn Meester Alcar hoe het dier uit de mens ontstond. Na 's mensen eerste dood volgde een verrottingsproces van zijn stoffelijk kleed. Volbezield als dit nog was, gaf het leven en gestalte aan het dier, met als eerste manifestatie, de aap, wat diens gelijkenis met het menselijk organisme nog aantoont. Uit de verrottingsprocessen van deze soorten ontwikkelden zich andere dierlijke levensvormen, zlang tot de stof alle bezieling, alle kracht verloren had. Wat nu nog het aanzien kreeg, behoort niet meer tot de eigenlijke schepping. De rat, de luis, de vlo bijvoorbeeld. In dit, het huidige tijdperk, herhaalt deze wet zich: ook nu ontstaan deze soorten uit vervuiling. De mens, die zijn lichaam niet rein houdt, heeft te aanvaarden, dat hij ongedierten kweekt. Dit bewijst de kracht van uw organisme, maar stelt tevens het bewustzijn en de plaats van dat ongedierte vast.
Dit is een studie apart. Wij hebben haar aan onze zijde mogen eigen maken. Hierover hebben de Theosofen, de Rozekruisers noch de bewusten van het Oude Egypte iets verteld, dit behoort tot de "Universiteit van Christus". Wanneer uw geleerden Andr straks voor de testzittingen plaatsen, zullen wij door hem ook deze laagste diersoorten tot in elke graad ontleden. Dit dan is ons standpunt ten opzichte van uw vraag: de laagste vormen van dierlijk leven kunnen, neen moeten worden  uitgeroeid, zij behoren niet tot de eigenlijke Goddelijke Schepping, maar ontstonden uit afbraak. Zo gij hen in leven laat, zullen zij u door hun ontzaglijke aanwas metterdaad vernietigen! Van de hogere diersoorten, konijn, hond en
kat bijvoorbeeld, moeten de geleerden afblijven.
Gij doet er dus goed aan de vivisectie op deze dieren te bestrijden. Overigens kan ik u zeggen. dat de vivisectie binnen afzienbare tijd volkomen oplost! Door de atoomenergie. door het "Directe-stem-apparaat". waarover wij in deze kolommen al eerder schreven. Door de toepassing toch van deze wonderbaarlijke kracht ontvangt ge straks een instrument. dat onze astrale stemmen verdicht. zodat wij uw zoekende. tastende geleerden het ontstaan. de aard en de bestrijding van de stoffelijke ziekten kunnen meedelen. Dan wordt uw aardse kennis eerst goed verruimd en heeft de vivisectie niet langer plaats. Dan kunt gij als mens mt het dier blij en dankbaar getuigen: "Wij zijn in handen van Christus! "

Uit Evolutie, nr 13. 15 april 7 1947

 

(Citaat 101, "Jozef zegt......................................................................................................................................................................................
Vivisectie nu, zegt Gene Zijde, is voor het Goddelijke in de mens ... laaghartig gedoe! Dat het dier sterven moet om mij gezondheid te geven, zegt de meester achter de kist, neem ik niet langer. Maar kunnen wij mensen op Aarde reeds zo leven en zo denken? U hoort het, er zijn reeds massa's mensen, die vivisectie niet willen aanvaarden. En daarin hebben zij gelijk. Het is en blijft voor de mens dierlijk gedoe; afbraak is het. Als u pertinent voor de mensheid iets wilt doen, waarom injecteert u dan uzelf niet en laat uw witte muizen met rust, uw rat, uw konijntje, uw hond en kat, uw apen, uw ik-weet-al-niet-wie, in plaats van uzelf evolutie te geven door het lijden van een dier? Geef uw eigen luis een injectie en uw vlo ... Wilt u weten of die serums de moeite waard zijn? Doe dan alles, maar vergrijp u niet aan lager bewustzijn voor uzelf, zeggen de wetten van God en zegt de mens, die de sferen van licht heeft bereikt! Wat dat voor een gebeul is geweest, jaren terug, is afschuwelijk! Thans krijgt dat dier door de wetenschap een betere behandeling en nog is het erg, als je hoort, wat ze al niet met die ratten en muizen klaarspelen. Ja, dame, mijnheer, ik weet niet, hoe u er over denkt, maar ik zou het niet meer kunnen. Ik zou mezelf voor het welzijn van de mensheid inspuiten en geen dier; daarvoor kunnen God en Christus en de ruimte, waarvoor en waarin wij leven, ontzag hebben! Mijn meester vertelde mij: "Een geleerde kwam achter de kist en zei: "Dat was ik, over wie u sprak, ik heb dat uitgevonden." Toen zei de meester: "Door het bloed, de ziel en het leven van het dier wilt u u hier handhaven, en dacht u zich te hebben verrijkt?" Die geleerde schreeuwde het uit, omdat hij dacht een hemel te hebben verdiend. Maar van Christus was er geen ontzag, van geen enkele kosmisch bewuste, hij had zich aan het dier vergrepen. En nu kunt u dag en nacht praten, goed of verkeerd, het dier dient nu de mens, door die proeven hebben de geleerden al hun fundamenten gelegd en wat nu?
Het is verkeerd! Het blijft erg! Het is vulgair voor de mens als het hoogste wezen in deze schepping; maar de rat en de muis, ook ons marmotje, gaf intussen de mens een serumpje cadeau, waarvan u de diepte niet eens beseft.
De geleerde moet dit voor en door zichzlf doen en niet door het dier, is dus het antwoord van mijn meester. En dit is de waarheid. Tal van geleerden hebben deze weg gevolgd en voelden zich er goed bij, groot, sterk; dt is geestelijke kunst!
")

Meester Zelanus/Jozef Rulof