Zeven Geestelijke graden

Waarom leeft de ene mens in het blanke ras temidden van beschaving en gemak
en beleeft de ander de ellendige staat van het oerwoud

Met bovengenoemde vraag, die voor tallozen op Aarde een groot probleem is, weet u alleen maar geen raad, als u aanvaardt, dat u slechts n leven ontvangt, zoals uw kerken en uw wetenschap nog steeds beweren. Als u kunt aanvaarden, dat de ziel een evolutie moet doormaken om al de stoffelijke graden voor het gevoelsleven te beleven, ziet u in, dat er van Goddelijke onrechtvaardigheid geen sprake is.
Immers, Moeder Aarde schiep zeven graden voor het Stoffelijke organisme van haar kinderen, zeven soorten lichamen, waarvan de hoogste graad door het blanke ras en de oosterse volken wordt beleefd. De eerste vier graden leven thans nog in het oerwoud, terwijl de overige drie graden over de Aarde verspreid wonen. De zesde en zevende graad bouwden uw maatschappij. Deze graden zijn voor uw wetenschap nog steeds de vele rassoorten, voor ons echter - die de Aarde achter ons lieten - heten ze de zeven graden voor het gevoelsleven. Iedere graad bezit een eigen afstemming voor het zieleleven, het is deze afstemming, die uw persoonlijkheid vertegenwoordigt. Om de hoogste graad voor het stoffelijke leven te kunnen bereiken moet de ziel vele malen naar de Aarde terugkeren. Van deze wedergeboorte is de wetenschap nog niet overtuigd. Evenmin aanvaardt zij, dat de mens na zijn  laatste, aardse leven als een astrale persoonlijkheid verder gaat, en de ziel dus ook na het stoffelijke leven een persoonlijkheid is; zij zal het ook niet aanvaarden zolang dit alles nog niet wetenschappelijk bewezen is.
Wij aan Gene Zijde echter hebben ons eeuwigdurend. voortgaan moeten aanvaarden. Toen wij na ons aardse leven dit astrale, bewuste leven binnentraden, voelden wij ons in niets veranderd. Integendeel, we begrepen eerst toen ten volle, hoe ontzagwekkend diep het leven op Aarde en hoe reel het geestelijke leven is. We gingen zien, hoe machtig Gods wetten zijn. Hij schonk haar ons, omdat het Zijn wil is, dat we haar ons eigen maken om daardoor eens tot Hem te kunnen terugkeren. Terwijl we de graden voor het gevoelsleven op Aarde beleefden, leerden we die eerst aan deze zijde kennen en zagen we, dat ze stoffelijk en geestelijk zijn. We stelden vast, dat het organische leven u deze gevoelsgraden schonk. Door de ene graad na de andere te beleven kon uw innerlijk leven groeien. U, die alle zeven graden doorliep, maakte u dus een bewustzijn eigen, dat stoffelijk n geestelijk is. Als u het aardse leven verlaat en de astrale wereld binnentreedt, bepaalt uw innerlijk leven de plaats, die u aan deze zijde toekomt.
Hier vindt u de zeven graden voor het gevoelsleven terug als de zeven hellen en hemelen.
Indien deze graden voor geest en stoflichaam niet op Aarde hun bestaan hadden gekregen, zouden er geen hellen en hemelen zijn geweest. Ze zouden niet hebben kunnen ontstaan.
Die griezelige gedachte omtrent het laatste oordeel, voor welke wij in dit verband komen te staan, heeft aan deze zijde geen betekenis, omdat wij onmiddellijk na ons sterven een bestaansgraad, een bestaanswereld binnentreden. Toen wij in het astrale leven aankwamen, wachtte ons geen oordeel en werd ons niet een plaats opgedrongen, neen, geachte lezer, wij stonden na ons sterven voor onze eigen persoonlijkheid. Ons eigen innerlijk bepaalt waar we hier zullen wonen. God oordeelt niet en Hij wijst ons evenmin een plaats aan. Zlf zijn we het die oordelen. De bewustzijnsgraad voor ons zieleleven is het die ons af doet stemmen op een der hellen of hemelen.
Wel was het God, Die al deze levensgraden voor het stoffelijke en astrale heelal schiep. Hij was het, Die ons de mogelijkheid schonk verder te gaan, waardoor een ieder van ons de wet voor het terugkeren tot de Alvader beleven kan. God schiep het stoffelijk organisme en het zieleleven, het stoffelijke heelal en het astrale universum voor ons als mens - het hoogst begaafde wezen in deze ruimte, dat Hij maakte naar zijn eigen beeld. God schenkt ons de nodige levens om de graden voor het gevoelsleven te kunnen beleven en om deze eigen te maken.
Gelooft u werkelijk, lezer, dat u het Al" door n aards leven bereiken kunt? Dat u zich in n simpel, stoffelijk leven gereed kunt maken om in de sferen van uw Goddelijke Vader te leven? 0 neen, om eens zover te komen zult u alle wetten en graden in de kosmos moeten beleven, want ik herhaal het: het is Gods wil,- dat u Zijn Schepping bewust leert kennen. Kosmisch is daardoor de betekenis van uw leven op Aarde. Uw aardse levens zijn het die u in deze zeven stoffelijke en geestelijke graden naar alle rassen en volken der Aarde voeren en u de gelegenheid schenken lichaam en geest zo hoog op te voeren, dat zij het hoogste stadium voor de Aarde bereiken.
Ik zei u al, dat de eerste vier van de zeven graden voor het gevoelsleven in het oerwoud vertegenwoordigd zijn, terwijl de andere drie over de verdere Aarde verspreid leven. De mensen in deze graden behoren tot de hogere en hoogste rassoorten, zij bezitten meer bewustzijn, ze handelen heel anders dan de eerste vier graden en tonen gevoel, waardoor hun geestelijke afstemming naar voren treedt. Het organisme heeft deze bewustzijnsgraden in handen, door hem trad u die afstemming binnen en ontving u het hogere, bewuste leven. Het is dus geen toeval dat u tot het blanke ras behoort en u een hoger bewustzijn bezit dan de oerwoudbewoner. Indien u even doordenkt moet het u duidelijk zijn, dat God als een Vader van Liefde Zijn kinderen niet onrechtvaardig behandelen kn. Hij kan niet Zijn ene kind alles geven en het andere in ellende laten omkomen. God heeft met alles in de Ruimte een bedoeling en zo moet het ook betekenis hebben, dat de ene mens in het oerwoud leeft en het andere temidden van het blanke ras. Voor God zijn al Zijn kinderen gelijk, niet n kind krijgt meer van Hem dan het andere. Maar geniet u niet meer dan een oerwoudbewoner? Is uw levenspeil met dat van een onbewuste te vergelijken? Leeft u in een en dezelfde - bewustzijnsgraad? Neen, maar zie daarin geen onrechtvaardigheid van God tegenover de oerwoudbewoner.
De laatste kn uw levensgraad eenvoudig niet beleven, omdat zijn zieleleven er niet voor gereed is. Zijn ziel moet nog aan stoffelijk bewustzijn winnen, om eens het geestelijke gevoelsleven te kunnen binnentreden.
U als blanke bezit in uw staat in elk, opzicht meer geluk dan hij. Het ellendige bestaan in het oerwoud ligt te ver van u weg. Maar toch volbracht ook U daar uw eerste levens! Wat dus onrechtvaardigheid lijkt, betekent in wezen evolutie. Om tot God als bewuste zielen te kunnen terugkeren moeten we alle graden; die Hij schiep beleven. In n leven is die hoogte niet te bereiken, daartoe zijn er vele nodig.
In de ganse schepping zijn deze levensgraden vast te stellen en te volgen. Elk dier vertegenwoordigt de eigen levenswet als graad. Moeder Aarde schonk deze graden aan al haar leven, aan mens en dier. Zij dwingt u ertoe hen te beleven, zlang tot u op Aarde de hoogste soort hebt bereikt. Eerst dan kunt u verder gaan.
De engelen uit de hoogste sferen aan deze zijde leefden eens in het oerwoud. Er aan ontkomen kan niemand God schonk ons al deze graden om te ontwaken. In ons leven heeft de astrale persoonlijkheid de graden leren kennen en is hen toen gaan begrijpen. De Meesters aan deze zijde voerden mij en anderen erin terug en overtuigden ons door het beeld van Gods scheppingsplan aan ons te tonen. Een ieder, die de sferen van licht betreedt, wordt met de beleefde stadia in verbinding gebracht. Er valt dan niet langer te twijfelen, de wetten spreken hun duidelijke taal. We zien voor ons, hoe er steeds weer een lichaam gereed was om ons zieleleven in zijn evolutie te dienen. Wij ervaren, hoe ons zowel het vrouwelijke als het mannelijke organisme geschonken werd en begrijpen, dat dit nodig was, omdat God wil dat we heel Zijn Schepping bewust leren kennen. Ongelooflijk diep lijkt alles en toch is het kinderlijk-eenvoudig voor hen die de wetten kennen.
Thans is de gehele Ruimte stoffelijk en astraal bewoond, alle graden zijn door het zieleleven in bezit genomen, ja, de mens heeft het Al" reeds bereikt. De eerste oerwoudbewoners leven thans in de Goddelijke sferen. Wie de wereld en de mensen, wie Gods Schepping wil leren kennen, moet daarom weten van het bestaan der zeven stoffelijke graden voor het gevoelsleven.
Zonder deze kennis stelt de schepping u voor onoplosbare raadsels l

 

Dit artikel is overgenomen uit de Europese Heraut. 5e jaargang, no 100, 1 december 1957