Het Ontstaan van het Heelal

Geestelijk-wetenschappelijk gezien vanuit de "Universiteit van Christus"

Inleiding.
In alles wat wij tot nu toe publiceerden, schreven we regelmatig iets over de weg die de mens als evolutionair wezen moet afleggen om tot God terug te keren; waar de mens aan zijn enorme kringloop is begonnen; wie God is enzovoorts.

Daarnaast gaven we diverse keren aan, dat alles, maar dan ook alles wat er gebeurd is "bewaard" gebleven is, waardoor het weer oproepbaar is.
In de vierde lichtsfeer aan Gene Zijde bevindt zich de Tempel der Ziel. In deze Tempel werd Jozef het ontstaan van de schepping getoond.

Dit artikel gaat over dit ontstaan, wat er was toen ons universum nog niet bestond, hoe de macrokosmos is ontstaan en welke functies zij heeft, hoe uit de macrokosmos, de microkosmos is ontstaan, d.w.z. mens, dier en plant.

Dit artikel presenteren wij u in vier delen:

Daarnaast zullen we aandacht besteden aan het ontstaan van het dier en van de planten.
Bedenk echter dat het gehele scheppingsplan van God gebouwd is op geleidelijke ontwikkeling. In tegenstelling tot wat er in de bijbel staat, was niets er zo maar ineens. Alles moest evolueren van graad tot graad, tot zijn definitieve staat.

We kunnen in deze artikelen slechts fragmenten weergeven, de grote lijnen. Voor al die geïnteresseerden die de complete verslaglegging van de reizen die Jozef Rulof hiervoor met zijn meester in het hiernamaals maakte voor de aardse mens, bevelen we de navolgende boeken aan:
1e.Een Blik in het Hiernamaals;
2e Het Ontstaan van het Heelal;
3e De kosmologie van Jozef Rulof.
Via deze volgorde van lezen komen we steeds dieper in deze materie en zullen we het steeds beter gaan begrijpen. Meester Alcar heeft ook voor Jozef Rulof deze volgorde vastgesteld. Al lezende zult u begrijpen waarom dit zo was.
Echter, ook in de boeken konden slechts flitsen worden weergegeven, maar wel zo, dat de lezer zich een goed beeld kon vormen. Alles in detail beschrijven zou honderden boeken geven.
Als het Directe-Stemapparaat eenmaal op Aarde is, zullen deze boeken worden geschreven.

Alles komt uit de Goddelijke Bron. Het was en is nog steeds de Wil van Christus dat de mens op aarde Goddelijk Bewustzijn ontvangt, wat geen enkele kerk, godsdienst, sekte of groepering en geen enkele bestaande bijbel ons mensen geven kan.
Alléén de " Universiteit van Christus" is daartoe in staat.
Als de mensheid deze geestelijk-wetenschappelijke Universiteit aanvaardt, dan zal zij ook aanvaarden dat de bijbel met onwaarheid begint, dat God niet verdoemen kan zoals de bijbel ons wil doen geloven en dat de mens niet uit wat klei en levensadem is gemaakt. Dat God alleen Liefde is en dat wij uit die Liefde geboren zijn door God als de "Almoeder".

Dat ook nu nog de moeder het hoogste is in de schepping, omdat zij door te baren het Goddelijke proces voortzet, zoals God dit heeft gewild. Dat is een Goddelijke Wet.

Deel 1: de macrokosmos.

(Citaat 56: ..Meester Alcar, die André van zijn organisme vrij maakt, vangt hem achter de kist op. Het is het leven voor de ziel als mens, waar hij leeft als een astrale persoonlijkheid. Meester Alcar zegt
"Mijn André. Nu is het ogenblik gekomen, dat ik je voor de 'Kosmologie' kan ontvangen. God schonk ons deze mogelijkheid, maar het zijn de hoogste Meesters, onder de bezielende 'Liefde ' van Christus, waardoor wij die taak ontvingen. Weet het nu, Christus is het die aan al het leven de mogelijkheid gaf om voor de sferen van licht te dienen. Want het Goddelijke 'AL' wil dat de mensheid ontwaakt"...)

Het Ontstaan van al het leven.

Zo was het voordat God zich openbaarde. In deze duisternis, in deze lege ruimte was alleen de "ALBRON". En door deze "ALBRON" kreeg God een eigen zelfstandigheid. In die ALBRON zijn de 'ALMOEDER', de 'ALZIEL', het 'ALLEVEN' en wil zijn, de 'ALLIEFDE'
In die ALBRON IS ALLES aanwezig, waardoor wij als mens voor het universum geboren zijn.
Het universum zoals dit, tot nu toe, op aarde bekend is, bestond nog niet. De "Oerknal" moest nog plaatsvinden. Er was dus geen materie, stoffelijke zaken, helemaal niets, dan alleen de 'Albron'.

God had zich nog niet geopenbaard. God moest nog beginnen aan zijn vergeestelijking en verstoffelijking. die werking en stuwing vanuit de Albron moet nog komen en dan zien wij het Goddelijke Vader- en Moederschap.

De eerste verschijnselen van de Goddelijke Openbaringen manifesteerden zich doordat er een heel zwak licht in die duisternis kwam. De Albron gaat baren, m.a.w. de Albron is op dit moment vooral 'Moeder' anders zou er van baren geen sprake zijn. De Albron begint de ruimte te vullen door eigen Goddelijk plasma, het levensbloed van de 'Almoeder', die op haar beurt op aarde wordt vertegenwoordigd door het vader- en moederschap.
Dit licht bleef geruime tijd en verdween weer. Nu was de schepping begonnen.

Dit proces van het opkomen van dit zwakke licht en vervolgens weer duisternis duurde miljoenen jaren.
Dit zwakke licht werd steeds sterker en steeds meer zichtbaar tot er overal in het universum licht was. Dit licht brak als het ware door de duisternis heen, zodat die duisternis oploste.
Steeds krachtiger werd dit licht, maar ook de duisternis keerde terug. Nog werd dit licht krachtiger en krachtiger maar verzwakte opnieuw. Maar het leek alsof die duisternis voorgoed was opgelost. Ook dit proces duurde eeuwen en eeuwen.

Nu had dit proces een bestaansleven aanvaard wat we ook nu nog kunnen vaststellen, immers nog steeds kennen wij de dag en de nacht. De ochtend- en avondschemering, zoals wij die kennen is te herleiden tot die eerste verschijnselen. Maar ook zien wij het licht en de duisternis terug in de hemelen en de hellen aan Gene Zijde en het sterven en geboren worden.

Dit opkomen en weer wegtrekken van dit licht heeft zich in het begin steeds wéér voorgedaan, waarbij het licht steeds krachtiger werd. Op een gegeven moment was het licht zo krachtig dat er sprake was van een gouden uitstraling. Ook dat gouden licht, dat was als een geestelijke uitstraling, verzwakte weer en keerde daarna met een enorme kracht terug. Toen was het gehele heelal als de zon, die we nu kunnen waarnemen. Het universum was in een enorme vuurbol veranderd. Dit bleef een hele tijd zo, om ook dan weer te verzwakken. Dit gouden licht keerde terug en het universum was veranderd in een goudbol.
De hierboven verschijnselen zien we terug als Gods Schepping is voltooid en is dit de dag en nacht op aarde.

Echter, nog steeds was er in dit stadium van het scheppingsplan van planeten en sterren geen sprake!! Dat moest nog komen.

Het heelal gaat zich verdichten.
Ook dit gouden licht verzwakte opnieuw en daarin kwamen nu andere kleuren, bijvoorbeeld het lichte blauw, het zachte groen en vele andere tinten. Al die kleuren gingen in elkaar over, maar het gouden licht overheerste alles. Dit gouden licht zien wij terug in het Goddelijk AL.
Nu was het proces van verdichting ingetreden. Ook hierin zien we verschillende overgangen. Nu eens overheerste het zachte groen, dan weer het blauw om dan weer in elkaar over te gaan. Achter al deze kleuren echter lag het gouden licht dat door alles heen brak.

Opnieuw trad er een vervolgstadium in. Jozef kreeg het gevoel dat hemel en aarde zouden vergaan maar er gebeurde niets, maar die kracht wás er. Nu was het gehele uitspansel een strak kleed en daaroverheen lag een dicht waas en door dat waas brak dat gouden licht heen. Maar ook dat waas loste weer op en het leek alsof het in al die vele, vele tinten oploste. Dit nu was het verdichtingsproces. Al die kleuren van licht gingen nu in elkaar over en weer andere tinten werden zichtbaar. En al die kleuren kwamen uit die duisternis voort. En in die duisternis was God. Miljoenen jaren heeft dit proces geduurd. Langzaam verdichtte zich het uitspansel en is als een lichtende vuurgloed.

(Citaat 57: …."Dit licht, dat tot de goddelijke energie behoort en waaruit alles ontstond, is aan de schepping voorafgegaan. Eerst toen dit gereed was, kon de eigenlijke schepping plaatsvinden. U ziet tevens dat het gouden licht blijft overheersen, dit zal het eeuwig blijven doen, omdat dit de goddelijke uitstraling is"… )

Het volgende stadium.
Het universum verandert nu in een violetachtig licht en daar doorheen lag weer dat gouden licht. Altijd overheerste dat gouden licht. Nu kwamen weer lichtere tinten tevoorschijn en gingen in elkaar over. En al die kleuren veranderden in één lichtkleur en dat licht was niet meer te omvatten. Het universum was nu één gouden massa. Het licht werd steeds krachtiger en er bestond in het universum een ontzaglijke spanning.
Uit dat gouden licht straalden weer duizenden andere tinten. Dit was God in duizenden lichtende gestalten en kleuren. En achter dit universum leefde iets, dat dit alles tot stand bracht.

(Citaat 58: …."Nog is het laatste ogenblik niet aangebroken, maar het is in aantocht. Ook dit proces duurde miljoenen jaren, want het gouden licht moet overheersen, het is het gouden licht dat alles tot leven brengt. In dit licht zullen wij allen eens overgaan, wij allen zullen dát wat u nu hebt beleefd, ons eigen maken"… )

Het gouden licht werd zo krachtig, dat het universum in een vuurbol veranderde. Dit was al een paar keer gebeurd. Maar nu was de uiterste graad bereikt. In dit gouden licht kwam nu leven en dat leven trilde in het heelal voort. Het was te voelen wat er zou gaan gebeuren.

(Citaat 59:…" Plotseling voer een ontzaglijke stroom door hem (Jozef, die dit alles voor de mensheid op aarde aan gene zijde beleefde. red.) heen. Hij zag dat het universum vaneen scheurde en dat was wat hij reeds geruime tijd had verwacht. Het heelal verdeelde zich in miljoenen lichtbollen en hij zag grote en kleinere van deze lichtbollen voortzweven. Een geweldig gebeuren had zich voltrokken. In onnoembare delen had het universum zich verdeeld. God had zich geopenbaard. In biljoenen deeltjes en daaronder zag hij nietige vonkjes, was dit ontzaglijke uiteen gespat.
"Wat u ziet zijn lichtende vuurbollen, doch in werkelijkheid is dit Gods eigen licht en leven, Gods heilige uitstraling
Daarin leeft God, dat is God en God is in alles, wat straks nog geboren zal worden)

Professor Stephen Hawking schrijft in zijn boek Het heelal:
"En als we eenmaal de ware aard van het heelal kennen, kunnen we allemaal deelnemen aan de discussie over het waarom van het heelal. Als we die vraag kunnen beantwoorden, luidt de conclusie, 'Is dat de bekroning van het menselijk verstand, want dan kennen we de geest van God'.

Welnu professor, De "Universiteit van Christus" geeft u hierbij het antwoord. Het is wellicht voor u een kleine stap om dit te aanvaarden, voor het geluk van de mensheid is het een enorme sprong voorwaarts.

(Citaat 60: .."Zolang men echter ons leven niet kan aanvaarden, men dit alles wetenschappelijk wil verklaren, komen zij niet verder. Men moet het geestelijke leven aanvaarden, wil men met de zichtbare en onzichtbare kosmos worden verbonden, want ons leven is in verbinding met het kosmische geheel. Door ons leven te aanvaarden, André, daarin over te gaan, brengen wij aan deze zijde deze kosmische verbinding tot stand en vertellen wij hun wat zij moeten doen om de schepping te kunnen overzien. Wij kunnen hen helpen aan die instrumenten, die men reeds op de vierde graad bezit…")

Inmiddels zijn er weer biljoenen jaren voorbijgegaan en hebben die lichtende vuurbollen zich verdicht. Er waren ook vuurbollen die een andere toestand aanvaarden en die behoren bij de vele zonnestelsels, die alleen de meesters aan Gene Zijde kennen. Vanaf nu is het niet meer mogelijk dat er een algehele duistenis komt. Voor ons zonnestelsel ontstonden hieruit de sterren en de planeten.

Dit was het eerste Goddelijke openbaringsproces

Het ontstaan van de dampkringen.
Al die zonnen gingen zich nu verdichten waarvan er velen voortzweefden in een cirkel. Ze werden weliswaar door andere zonnen aangetrokken, maar toch was daar een andere kracht, die het aantrekken voorkwam. Deze kracht was zo sterk, dat het niet eens benoembaar was. Door dit voortzweven ontstond damp en net zoals die zonnen in het eerste openbaringsproces geschapen waren, zo werd ook die damp dichter en dichter. Hij werd zo dicht dat deze damp als een waas om die zonnen, die vuurbollen, gesloten werd. Dit was de vorming van de dampkring en het tweede openbaringsproces. In die dampkring bevindt zich dus een vuurbol, die later een planeet zal worden. Er waren miljoenen van deze vuurbollen in de ruimte, die allemaal een dicht waas om zich heen hadden.

We gaan nu weer miljoenen jaren verder. Het gouden licht is nu verzwakt, Het verdichtingsproces is steeds doorgegaan. Als dit verdichtingsproces ten einde is hebben die miljoenen planeten hun definitieve bestaanstoestand aanvaard en is het kosmische wonder geschied en het heelal geschapen.

leder lichaam is energie, waardoor dit lichaam zich, van binnen uit, verdicht. Door dit verdichtingsproces trekt het ene lichaam het andere aan, maar stoot het ook weer af. Deze dampkring is tevens de bescherming voor elke afzonderlijke planeet. Door dit aantrekkings- en afstotingsproces heeft elke planeet en ster zijn eigen loop in het universum verzekerd, waardoor er orde heerst, wat in iedere planeet of ster opgesloten ligt. Was dit niet zo en deed iedere planeet maar wat hij wilde, dan zou er een enorme chaos zijn ontstaan en het universum in elkaar zijn gestort. Maar God overzag dit alles.

Al deze hemellichamen hebben hun eigen zelfstandigheid gekregen om hun eigen taak te volbrengen, naar eigen grootte en kracht en beschrijven hun eigen baan in het heelal. De maan gaat straks het Goddelijke moederschap vertegenwoordigen, de zon het Goddelijke Vaderschap. De aarde is het kind van zon en maan. Onzin!? De belangrijkste Goddelijke Wetten zijn Vaderschap, Moederschap en de Reïncarnatie. Deze Wetten gelden voor het gehele Goddelijke Universum, waarbij we straks, bij het ontstaan van de microkosmos (mens, dier en plant) de wet van de Reïncarnatie terugzien.

De planeten hebben hun plaats in het universum ingenomen, maar moeten de verdichtings- en verhardingswetten nog verder ondergaan. In het begin waren deze planeten en sterren nog niet, zoals we ze nu kennen. Ze waren nog heel klein en moesten nog verder uitdijen, zoals ook God zich had uitgedijd. De zon had nog lang niet die uitstraling, zoals wij die nu kennen., was nog lang niet zo groot. Dit alles zat opgesloten in de Goddelijke Voorzienigheid, zo moest het gaan.


Jozef Rulof heeft dit gigantische wordingsproces van het heelal, als vertegenwoordiger van de aardse mens, beleefd. leder mens die "achter de kist" komt en in gevoel afstemming heeft op de sferen van licht, zal dit Goddelijk openbaringsproces worden getoond. De mens die afstemming heeft op de duisternis zal nog moeten wachten. Hij zal een God van Liefde nog niet kunnen aanvaarden. Maar ieder mens zal dit ooit te zien en te beleven krijgen.

Ook de wetenschappers, de natuurkundigen, de fysici, de astronomen, die nu nog beweren dat er geen God bestaat- en dat zijn er velen - zullen aan gene zijde tot hoofdbuigen komen en zich realiseren wat zij de mensheid hebben onthouden door hun eigen ego het belangrijkste te maken.

(Citaat 2:....."Eerst in het jaar 2000 ontvangt deze mensheid het geestelijk ontwaken.... Wie op aarde straks onze boeken leest, zal zich gelukkig voelen en hierna komt, de wetenschap zal ons steunen. De geleerden moeten straks deze wetten aanvaarden en eerst dan vliegen de boeken over de aarde.....")

Eens waren er alleen vuurbollen, nu zijn het planeten geworden. Die kleinere vuurbollen noemen we sterren.

In het kort weergegeven:

In het volgende artikel over het Ontstaan van het Heelal gaan we zien hoe de mens ooit aan zijn evolutie is begonnen, hoe het dier uit de mens is ontstaan en de planten weer uit het dier. Dan zijn we weer miljoenen jaren verder.

 

 

Deel II: de Microkosmos.

(Citaat 61... "Nu valt de bijbel, nu gaat elke leer van de aarde omver, omdat we u met het goddelijk ontzag, het gebeuren, het geboren-worden vertegenwoordigen". )

Inmiddels zijn er weer miljoenen jaren voorbijgegaan.
God had zich geopenbaard. De Albron had zich gesplitst in myriaden deeltjes, sterren en planeten. Al die deeltjes waren vonken van de Albron, bezaten dezelfde eigenschappen als de Albron, als God.
De Albron had zich gemanifesteerd:
- als Vader en Moeder;
- als uitdijend heelal;
- als ziel;
- als geest;
- als licht;
- als kleurenrijk;
- als geestelijke persoonlijkheid;
- als levensgraden;
- als het leven;
- als Godsvonk;
- als geestelijke en stoffelijke verdichtingswetten;
- als geestelijke persoonlijkheid;
- als harmonische wetten.

Maar er was er nog geen menselijk en dierlijk leven, noch planten, dat moest nog komen. Toch was dit onzichtbaar aanwezig.

De planeten hadden hun plaats in het universum inmiddels ingenomen. Ook de aarde, de zon en de maan. De aarde stond tussen Zon en Maan in. De zon vertegenwoordigt het Goddelijke Vaderschap en de Maan het Goddelijke Moederschap. De aarde is het kind van Zon en Maan.
Deze planeten en alle andere, die wij kennen, hadden in die tijd nog niet die grootte.
De maan was zo groot, dat je haar in de palm van je hand kon houden. Dit is te vergelijken met een baarmoeder in het lichaam van een vrouw.
De maan is tevens de moeder van het universum.

De planeten hadden zich verdicht van nevels tot een wolkenmassa; de stoffelijke openbaring. Door dit verdichtingsproces was er leven gekomen. Ieder lichaam is energie, is leven, is stuwing.
Wat macrokosmisch was gebeurd, gebeurt nu eveneens microkosmisch.
Er zijn drie fundamentele Goddelijke Wetten, waarop alles stoelt: Vaderschap, moederschap en reïncarnatie.

Juist omdat er energie is, stuwing is, ontwaakt het leven. Was er geen energie, dan waren er geen planeten en sterren, geen mensen, dieren, bomen, bloemen en planten.
De voorbeelden liggen voor het oprapen:

Het is de maan die het begin is en de taak van God heeft gekregen om de mens aan zijn evolutie te laten beginnen.

Uit het hart van Moeder Maan, uit die verdichting van nevels, kwamen cellen tevoorschijn, van binnenuit dus, omhuld in nevel, water dus. Deze eerste cellen hadden eveneens alle eigenschappen van God.

Toen deze allereerste cellen, "geboren" uit het hart van moeder maan aan hun evolutie begonnen, legde God in ons o.a.:

Citaten 62:

Schema's Microkosmos.

In het vorige artikel - Het ontstaan van de Macrokosmos - hebben we gezien, dat elke planeet en ster, door de splitsing van de Albron, waaraan de mens op aarde de naam "God" heeft gegeven, Zijn eigenschappen heeft gekregen.

In het artikel: kosmische schema's der menselijke evolutie, hebben we in grote lijnen aangegeven welke weg de mens volgt om in het Al terug te keren.

 

Maar hoe is de mens nu aan zijn evolutie begonnen? Was dat door wat klei en levensadem, werd Eva geboren uit de rib van Adam, zoals ons de bijbel wil doen geloven?
[De Kern. Wij leren dat de KERN van de mens de Godsvonk is. De oorsprong ligt in de Albron. Paolo/Hein/Lily.]De wetenschap is er inmiddels wel achter, dat de mens uit de wateren is geboren en dat is juist.
Maar hoe dat alles is begonnen en in elkaar zit, dat weten ze niet.

De sterren en planeten hebben inmiddels hun plaats in het heelal ingenomen, vele zonnenstelsels zijn er ontstaan, waarvan de wetenschapper op aarde geen weet heeft.
Voor dit artikel zullen we ons beperken tot ons eigen zonnenstelsel en de geboorte van mens, dier en plantenleven.
De schema's zullen elkaar steeds opvolgen, zodat er aan het einde één schema ontstaat en de lezer een totaal overzicht heeft.

Nu zal de "Universiteit van Christus" aantonen dat Darwin ongelijk had.

In het begin van ons zonnenstelsel waren de huidige planeten, niet groter dan b.v. een tennisbal.
Het waren nog doorschijnende lichamen, wolkenmassa's, met alle Goddelijke Eigenschappen. De plaats van de planeten zoals we die nu kennen stond vast. God heeft dit zo gewild en is een wet. Toeval bestaat er in het heelal niet en chaos al helemaal niet. Er heerst orde in het heelal.

Voor het ontstaan van leven zijn twee planeten belangrijk:
1. De maan, als moeder
2. De zon als Vader

De maan is het begin en ontstaan van het menselijke, dierlijke en plantenleven.
In eerste instantie zullen we schematisch aangeven, hoe dat allereerste leven is begonnen.
Wat toen gebeurde, gebeurt nog steeds in de baarmoeder van de vrouw die zwanger wordt/is.
Niets is er in al die miljarden eeuwen veranderd. De lezer kan hierdoor voor zichzelf gemakkelijk vergelijkingen maken. Wat in de baarmoeder in negen maanden gebeurt, gebeurde in de evolutie van de mens, vanaf de maan naar de aarde, miljarden eeuwen.

De wetenschap begrijpt nu nog steeds niet hoe het mogelijk is, dat er vanaf de bevruchting van een eicel een mensje groeit, hoe cellen weten, dat ze hersenen moeten maken, longen, maag, nieren, ogen, oren etc. etcetera.
Dat is God, de Goddelijke Voorzienigheid. De God Die in alle leven aanwezig is.
Het zal iedereen duidelijk zijn, dat de werkelijke God niet wordt gekend.

In het binnenste, het hart van de toenmalige maan, een substantie, een kracht, waar de bezieling leeft en waar de Alpersoonlijkheid aanwezig is gaat zich iets verdichten.
U moet zich voorstellen, dat de maan, toen, een kleine vonk was, die je in je hand kon houden.
In die kleine vonk gaat het leven beginnen. Er ontstaan nevelen en die nevelen worden weer wolken.
In het eerste stadium was de maan astraal, daarna volgde de verstoffelijking en verdichting.
De maan is het Alwezen van de ruimte. Het hart van de maan moet zich, zoals de Albron dat heeft gedaan, zich ook verdelen en splitsen. De maan vertegenwoordigt het moederschap en hierdoor ontstond de ziel die door de maan voor al de ruimten van God is geschapen.
We staan hier voor de essentiële, absolute levenswetten en levensgraden die de maan van de God van al het leven heeft ontvangen.

Wat heeft het woord - essentieel - nu te betekenen?
Essentieel is, dat al het leven zich splitst, dat al het leven moet baren en scheppen. En waarom moet dat? Omdat er verstoffelijking moet komen, er moet vader- en moederschap komen waardoor er nieuw leven kan komen. Daarom zullen er ook nieuwe geboorten volgen.

Miljoenen cellen leven nu in één graad en komen twee aan twee tot verdichting. Er zijn zeven graden, zoals alles zeven graden kent, overgangen. Het getal - zeven - zien we steeds weer terug, ook nu nog, tot de mens, vanaf de Maan terug is in het Al.
Alles was er niet ineens, zoals ons het scheppingsverhaal uit de bijbel wil doen geloven.
Deze twee cellen drijven rond, leven hier wel maar hebben nog geen licht, nog geen ogen dus.
Het zijn dus twee afscheidingen van het Goddelijk stadium. In deze cellen is alles aanwezig wat van de Almoeder is ontvangen.

Christus als de Goddelijke Bewuste zei niet zomaar:
"Zijn wij niet allen Goden?"
Bij die allereerste cellen overigens, die door de splitsing van de maan, afscheiding dus, geboren werden, behoorde Christus, Die nu in het Goddelijk Al verblijft.

Intussen wordt de zon die het vaderschap vertegenwoordigt, ook steeds dichter en gaat méér licht geven. Hij bezielt eveneens moeder maan die het moederschap vertegenwoordigt en moeder is; de moeder van al het leven.Dit gaat maar door. De Albron stuwt maar door, bezield maar door.

Dit baringsproces van de maan ging miljoenen jaren door, tijdperken en er ontstonden embryonale levensgraden.
Het krioelde er van cellen, die door splitsing, afscheiding, geboren werden uit de maan. Ze waren zo klein dat ze met het blote oog niet te zien waren.

Hier ziet u schematisch voorgesteld, twee zulke cellen. We zullen twee cellen volgen; in werkelijkheid waren er dat miljarden.
1. Elke cel nu, bestond, naast alle andere eigenschappen van God uit een vaderlijk deel en een moederlijk deel, vaderschap en moederschap. Immers, God is Vader én Moeder. De cellen zweefden rond, dreven rond in het water.

 

2. De cellen komen nu steeds dichter bij elkaar. Vanuit dezelfde kracht en bewustwording, levensgraad, komt dan de eerste aanraking, de allereerste kus. Deze twee cellen zuigen zich aan elkaar vast en komen tot eenheid. Er is één gevoel, één bewustzijn en één wereld gekomen.

We hebben gezien, dat de Albron zich splitste, dat de Maan, als het goddelijke moederlijke gezag zich splitste, cellen afscheidde. Nu splitsen zich deze twee cellen. Immers, zoals u kunt zien zijn deze cellen nog vader én moeder, maar alle goddelijke eigenschappen blijven aanwezig.
Waarom gaan deze cellen zich verdelen? Om, zoals de Albron dat heeft gekund en gedaan, deze wetten te vergeestelijken en te verstoffelijken.
[Het Begin. De eerste splitsing van de kern in het vaderlijke en het moederlijke. Het ontstaan van de tweelingziel. Paolo/Hein/Lily.]

In het allereerste begin waren deze cellen dus één. Gaan we dit stadium vergelijken met de huidige tijd, dan zien we dit proces van ineensmelten terug vanaf de bevruchting tot aan de geboorte.
M.a.w. in al die miljoenen eeuwen is er niets veranderd.

3. In het vorige schema hebben we gezien, dat twee cellen aan elkaar vast en ineen groeien. Weliswaar nog als embryonaal leven, maar we beleven nu de eerste liefde, het eerste éénzijn.
Er komt nu een innerlijke splitsing tot stand. Het is een verwazing, zo ijl.
Deze cellen, die zich nu splitsen, bevatten dus alle Goddelijke Eigenschappen. Ze geven elkaar leven, ziel en geest, dezelfde wetten, dezelfde bewustwording en dezelfde persoonlijkheid.

Ze scheiden nu iets af, waardoor er een nieuwe kern ontstaat, die zich tussen de beide cellen bevindt. Het is niet meer dan een lichtend puntje, maar wel een nieuwe kern en een nieuwe geboorte. Ook deze kern bezit alle Goddelijke Eigenschappen. Deze nieuwe kern is vader én moeder.
Is het op Aarde anders? Nee!!
Wanneer de man als scheppende kracht de moeder bevrucht, geeft de moeder zich, geeft ze haar persoonlijkheid, opent zichzelf en het eitje aanvaardt de schepping.

4. Nadat het bevruchten, het splitsen, heeft plaatsgevonden komen die allereerste cellen die door splitsing, afscheiding dus, van moeder Maan ontstonden, geboren werden, weer vrij. Het eerste leven is nu beleefd. Zij sterven af. Dit is de allereerste "dood", die in werkelijkheid geen dood is
Maar deze cellen waren nog onbewust vader- en moederschap. Wie was nu de vader en wie was nu de moeder? Beiden. Deze cellen gaan als ziel verder en zullen eveneens zeven overgangen, tijdperken voor het vader- en moederschap moeten beleven. Deze zielen zijn nu vrij en verdwijnen langzamerhand uit het daglicht.
Waar gaan deze zielen die nu vrij van de stof zijn, naar toe?
Inmiddels is er een andere wereld ontstaan, een astrale wereld, het land van het onbewuste, het land van vóór de geboorte. Deze astrale wereld is nu nog onbewust. Het enige wat deze zielen te doen hadden was zich voortplanten.
Deze, nu astrale persoonlijkheden, zien we miljoenen tijdperken later, in een bewuste, astrale en geestelijke wereld terug.
Dat is het leven achter de kist, Gene Zijde.

Vlak na de eerste bevruchting stierven deze cellen dus af en bleef er stof over.
Dat is nu nog zo. Echter uit die allereerste stof, die na de "dood" achterbleef en een verrottingsproces doormaakte, ontstond nieuw leven: het dier.
Kortom: het dier is uit de mens ontstaan.
Dus Darwin, u stond er bovenop en was er dichtbij.

5. De nieuwe cel, voortgekomen uit de eerste twee cellen, bevat twee kernen Twee kernen die in elkaar zijn gegroeid. De cel wordt groter, gaat zich verdichten. Dat heeft natuurlijk tijd nodig.
Maar de Albron, in de cel aanwezig, blijft bezielen en stuwen. Als deze cel in een bepaald stadium gekomen is, volgt er een splitsing.

6. Wat we nu zien is, dat uit de allereerste twee cellen, twee kinderen zijn geboren.
Een "jongetje" en een "meisje", die beiden alle eigenschappen van God hebben maar ook van de allereerste twee cellen.

Ter vergelijking. Op aarde vindt deze splitsing plaats tussen de derde en vierde maand van de zwangerschap. Dan komt het vader- en moederschap vrij in twee afzonderlijke cellen. Was dit niet gebeurd, dan zou de mens bijvoorbeeld maar één oog hebben gehad.
Daarnaast krijgt in dit stadium op de maan ook het begrip Tweelingzielen zijn beslag.
Als twee afzonderlijke cellen beleven we nu het eerste, bewuste, embryonale vaderschap en moederschap.
Deze splitsing was dus nodig om mens te kunnen worden met een vaderlijk en een moederlijk organisme. Toch missen ze iets. Ze missen iets in hun gevoel als zelfstandigheid. Die eerste twee cellen bezaten dit op eigen kracht.
Deze cellen, embryo's komen nu tot volwassenheid in die levensgraad. Ze moeten hetzelfde doen, wat hun vader en moeder - de eerste twee cellen - ook hebben gedaan, namelijk scheppen en baren. Dat zijn de onfeilbare wetten voor ziel en geest.

7. Deze twee nieuwe cellen hebben zich verdicht en komen bij elkaar en zullen gaan scheppen en baren. Dit is de bezieling van de Albron, die immers ook schiep en baarde. M.a.w. scheppen en baren is teruggaan naar de schepping.
Deze twee cellen komen nu tot werking. De vadercel bevrucht nu de moedercel en gaan zich aaneensluiten. Dit is stoffelijke bewustwording.
Welke zielen worden nu aangetrokken?
De allereerste cellen die uit de maan voortkwamen. Deze zielen zijn immers na hun "dood" naar de astrale wereld gegaan, het land van het onbewuste?!
Maar deze twee zielen keren nu tot het embryonale stadium terug om te worden aangetrokken door hun "kinderen". Die allereerste cellen hebben in dit stadium geen bewustzijn meer, geen contact.[Reincarnatie. De groei van het menszijn is alleen mogelijk door de reincarnatie. Paolo/Hein/Lily.]
Ze hebben alleen afstemming op die innerlijke werking, anders kunnen die levens ook niet veranderen, uitdijen. Ze zouden dan alleen maar zweven en verder niets. Alles is dus gevoel.
Ze kunnen nu alleen door die twee levens worden aangetrokken, omdat zij met elkaar de eerste gevoelens hebben beleefd. Zij hebben hun ziel, geest, licht, vader- en moederschap gegeven.
Hun twee "kinderen" waren nu bij elkaar maar tot het baren en scheppen kwam het nog niet. Eerst moest het volwassen stadium aanbreken. Wanneer nu de bevruchting plaatsvindt, dalen hun "ouders" daarin af. Daarna vindt de geboorte plaats van het tweede paar tweelingzielen.
En.....de reïncarnatie is begonnen.

Wat daar op de maan gebeurde, gebeurt nu nog precies hetzelfde.
We hebben nu twee cellen gevolgd, maar in werkelijkheid waren dat er miljarden, die allen hetzelfde moesten beleven.

Dit proces op de maan omvatte zeven overgangen. Het begon als een cel en het uiteindelijke stadium voor de maan was het visstadium. Verder kon het leven hier niet gaan.
Dit visstadium zien we ook nu nog terug in de baarmoeder.

De term "Volwassen"
In die zeven overgangen in dit maanstadium werd het embryo steeds ouder, voor het het volwassen stadium had bereikt. De term volwassen mogen we echter niet beschouwen vanuit ons aardse denken. Volwassen kon op de maan, zeker in het begin van de evolutie, slechts een seconde duren. Seconden werden minuten, werden uren, werden dagen en maanden en werden jaren. Alles ging geleidelijk.

Tot slot geven we aan, dat ook dit schema in grote lijnen aangeeft hoe het, geestelijk-wetenschappelijk gezien gegaan is. In de boeken die wij u van harte aanbevelen, t.w.:
1e. Een blik in het Hiernamaals;
2e. Het Ontstaan van het Heelal;
3e. De kosmologie

staat uitvoerig beschreven, hoe [Evolutie. Na de kringloop der ziel gaat de evolutie verder op een hogere graad. Paolo/Hein/Lily.] dit proces is verlopen. In werkelijkheid is het zo, dat pas, als wij in het Al zijn, de enorme diepte van dit alles zullen kunnen begrijpen. Voor de aardse mens is hetgeen nu voorhanden is voldoende, alhoewel het pas een fundament is.
Als in de toekomst het Directe-Stemapparaat op aarde is, zullen de meesters van gene zijde verder gaan en zullen zij alles verklaren, voorzover het bewustzijn het toelaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel III: de evolutie van de mens, Van de Maan naar de Aarde.

 

In de vorige twee artikelen hebben wij u in grote lijnen meegenomen naar het ogenblik dat er in het universum nog niets bestond. De sterren en planeten moesten nog geboren worden.
Daarna gingen we zien hoe de mens op de maan aan zijn evolutie begon tot het moment dat de menselijke evolutie op die planeet niet verder kon.
Op dit moment waren we aangeland. Het visstadium was voor de maan het hoogst bereikbare. In de baarmoeder van de zwangere vrouw zien we dit stadium terug.

In dit artikel gaan we van de maan via de bijplaneten naar Mars. En van Mars gaan we eveneens via bijplaneten naar de Aarde. We zullen slechts de stoffelijke mens volgen, waarvan de hoogste graad op aarde het blanke ras is.
De oplettende lezer die nog met deze vraag zit, zal moeten beamen, dat er van discriminatie totaal geen sprake kan zijn. God immers, discrimineert niet!! Het zijn Goddelijke Wetten.

Het einde van het maanstadium.

 

We hebben gezien, dat in elke cel die uit het binnenste van de maan geboren werd, tóch reeds dat leefde, wat eens de mens zou worden.
Ook nu nog steeds is dat het geval. De huidige bevruchting wil dus niets anders zeggen dan teruggaan naar dat stadium. M.a.w. op het moment van bevruchting zijn man en vrouw met de schepping verbonden. Als we nu eeuwen en eeuwen verdergaan in de evolutie, zien we dat de maan vaster is geworden. Naarmate dat gebeurde ontwikkelde zich ook het embryo verder. Echter, nog steeds bevindt het zich in het binnenste van de maan. Maar het embryo moet naar buiten. De korst van de maan is na eeuwen verhard. Orgaan na orgaan heeft zich in het embryo verder ontwikkeld, tot het uiteindelijke het hoogste stadium voor de maan bereikte: het visstadium. In dit stadium was het embryo half mens en half dier. De maan bezat toen heel veel water en deze embryo's lagen op de oever van deze oceaan. Er lagen duizenden dieren. Velen waren echter gestorven, maar al deze dieren hadden de waterkant bereikt. De betekenis hiervan was dat het wezen zijn visstadium ging afleggen. Alle visachtige wezens zouden in dit stadium sterven. De ontwikkeling echter ging verder. Uiteindelijk moest het een mens worden, zoals we die nu kennen. Dus de innerlijke bezieling stuwde voort en dat was / is God.

Naar de tweede graad. MARS.

Vanaf de maan ineens aangetrokken worden door de tweede kosmische graad was niet mogelijk. Daarom zijn er de overgangsplaneten. De visachtige mens die op de maan zijn hoogste stadium had bereikt ging over en werd aangetrokken door de eerste overgangsplaneet. Het waren de planeten die het dichtst bij de maan stonden en door de maan, als de moeder van de ruimte werden gevoed. Deze planeten waren inmiddels zover geëvolueerd dat zij dit ook konden en beschikten over een dampkring. Planeten die geen dampkring hebben of hebben gehad kwamen niet in aanmerking als overgangsplaneet voor de menselijke evolutie. Deze overgangsplaneten zorgden ervoor, dat de ontwikkeling van het stoffelijke lichaam verder ging. Er zijn zeven overgangsstadia alvorens het stoffelijk lichaam zover is dat het kan overgaan op de tweede kosmische graad.

Als de mens op de tweede kosmische graad wordt geboren, Mars dus, is het menselijk lichaam volmaakt, maar nog bepaald fraai. Die overgangsplaneten waren er dus voor bedoeld om de mens voor de tweede graad gereed te maken. Ineens vanaf de Maan naar Mars was dus niet mogelijk. Alles staat in het teken van de geleidelijke ontwikkeling.

Ook tegenwoordig is dat nog zo. Vandaag de bevruchting en morgen de geboorte is niet mogelijk. In die negen maanden van de zwangerschap zien we dus het gehele proces terug. Al die overgangen. Een proces van het eerste celletje tot de volgroeide mens heeft dus in die geleidelijke ontwikkeling miljoenen eeuwen geduurd. Orgaan na orgaan ontwikkelde zich. De staart moest zich splitsen om te komen tot benen en voeten; de kieuwen moesten uitgroeien tot armen en handen; het hoofd moest zich losmaken van de romp et cetera, et cetera. Elk stadium moest zijn eigen werking ondergaan, maar ligt toch aan het geheel vast. Nogmaals, volg de vrucht in alle stadia van de zwangerschap en u ziet het.

Elke overgangsplaneet bezat een eigen klimaat en een andere kracht waardoor het menselijke lichaam tot volmaking kon komen. Elke overgangsplaneet bezat water, moest water bezitten, anders was er van geboorte geen sprake geweest. Op elke overgangsplaneet kwamen we vele, vele malen terug totdat het hoogst bereikbare voor die planeet en voor het stoffelijke organisme was bereikt.
Als deze overgangsplaneet haar taak had volbracht loste zij, evenals de maan, op om naar de bron van al het leven terug te keren. Niets gaat verloren.
De mens kwam op die overgangsplaneten net zo lang terug, tot die kringloop voor die planeet was voltooid.

Voor de aarde geldt dit evenzo. Als we de kringloop voor de aarde hebben voltooid hoeven we niet meer terug te keren. M.a.w. alles moet eerst geheel zijn afgemaakt, anders kunnen we niet verder. Dat zijn Wetten!

Overgang op de tweede kosmische graad. MARS.

25 juni 2000 stonden de kranten er bol van. Men had op Mars water ontdekt. De NASA in jubelstemming. Men had iets nieuws!!

 

Wat wil dit zeggen voor dit artikel?

Het wil zeggen dat hetgeen er beschreven staat in het boek: "Het Ontstaan van het Heelal" over de tweede kosmische graad (Mars) bewezen is. Ja lezers, wij hebben daar geleefd. We waren daar zoals de hoogste soort van de mensapen, zo zagen we eruit. Maar we hadden benen, ons hoofd was nu met het lichaam verbonden via een nek. We gedroegen ons ook als dieren. Bewustzijn, laat staan geestelijk bewustzijn, hadden we nog niet. We leefden volgens instinct.

De natuur leek op die van de aarde, het water was als op aarde, maar van een andere substantie. We waren menseneters en aten elkaar rauw. Ook aten we dieren en vruchten van bomen, die we nu niet meer zouden kunnen verdragen. Op al die overgangsplaneten hadden we alléén geleefd maar nu begonnen we in groepen te leven. De stem begon zich te ontwikkelen, echter praten zo als we nu kennen was er niet bij. Het waren meer geluiden die we voortbrachten. De dieren waren van een ontzettende omvang en ook de mens was niet bepaald klein. De zwakkeren die werden geboren werden meteen door de moeder gedood of door de sterksten in de natuur gedood. Hier heerste het recht van de sterkste.

Toen wij ook hier op Mars onze kringloop hadden volbracht gingen we verder, we móesten verder. Immers we moeten allen terug naar het Al!
Denkt u zich eens in, dat ook Christus deze weg heeft afgelegd, moest afleggen.

Op weg naar de derde kosmische graad; de AARDE.

Zoals we niet ineens van de Maan naar Mars konden, zo konden we ook niet ineens van Mars naar de Aarde. Ook daar zijn weer overgangsplanten voor nodig.
De lichamen op Mars zagen er niet fraai uit. Woest, zeer sterk behaard en een gelijkenis met een dier is niet vreemd. Dat lichaam moest daarom verfraaid worden, mooier worden.
Daarvoor was de Aarde bedoeld.
Weer via de overgangsplaneten, waar we per planeet weer verbleven, tot de kringloop voor die planeet was voltooid gingen we naar de Aarde. Ook nu weer waren er zeven overgangen, zeven overgangsplaneten die we moesten "aandoen".
Het lichaam verfraaide zich inderdaad. De sterke beharing verdween, bijvoorbeeld. Uiteindelijk, na al die miljoenen eeuwen kwamen we aan op de Aarde. Net zo als op alle voorgaande (overgangs-)planeten, werden de eerste mensen in de wateren geboren, zoals dat ook op de maan was gebeurd. In niets was in al die tijd iets veranderd. Hoe we hier aankwamen kunnen we nog zien in de diepste oerwouden.
Op enkele overgangsplaneten tussen Mars en de Aarde leven nog steeds mensen. Mensen, die de derde kosmische graad, Aarde, nog niet hebben bereikt.
Op de vraag, of er nog leven is op andere planeten: ja, maar niet zoals de wetenschap zich dat voorstelt, voor wat betreft ons zonnenstelsel.
Op aarde gaan we nu van die eerste stoffelijke graad naar de zevende stoffelijke graad; het blanke ras. Ieder mens heeft deze evolutie te volgen, geen stap kunnen wij daarin overslaan. Het zijn Gods' Wetten.

Ieder weldenkend mens kan daarom begrijpen dat het minachten van de donkere mens een minachting is van zijn eigen afstemming. Mensen die discrimineren zijn onbewust en weten niet waarover zij spreken.

Als de mens op aarde eenmaal de hoogste stoffelijke graad heeft bereikt is de stoffelijke kringloop volbracht. Maar……………dan moeten nog beginnen aan het bereiken van de hoogste geestelijke graad en gaan we terug naar de vierde stoffelijke graad. Vanaf die vierde stoffelijke graad heeft ieder mens zoveel ellende veroorzaakt, dat dit moet worden goedgemaakt. En deze geestelijke evolutie gaat van de vierde, naar de vijfde en de zesde en de zevende graad voor de aarde.

Dan, als alles is goedgemaakt en we iets hebben achtergelaten voor het geluk van de mensheid, hoe klein ook, hebben we onze kringloop van de Maan, via overgangsplaneten naar Mars en via overgangsplaneten naar de Aarde, volbracht.
Dan blijven we voorgoed in de sferen van licht om daar onze evolutie voort te zetten, tot we in het Al zijn teruggekeerd, daar waar we ooit begonnen.

 

Deel IV. Evaluatie deel I, II en III en
vergelijkingen tussen Macrokosmos en microkosmos.

We zijn deze reeks artikelen begonnen met het tijdstip in het universum dat er niets, maar dan ook helemaal niets was. Er was alleen God, die zich echter nog niet had geopenbaard. Het was alleen ontzettend donker. Een duisternis die er na de allereerste lichtflitsen nooit meer is geweest.
Dan beginnen de eerste verschijnselen in de vorm van een zwak licht, die door de duisternis heendringen, maar weer verdwijnen.
Het licht werd in de loop van miljoenen jaren steeds sterker en verdween weer. Op een gegeven moment werden er in het licht ook kleuren zichtbaar, die evenals in de periode daarvoor ook weer verdwenen. Steeds was er dat opkomen van het licht en het weer verdwijnen. Tot……..er op een gegeven moment een geweldige spanning in het universum ontstond. Er stond iets te gebeuren……….
Het universum was inmiddels, na miljoenen en miljoenen jaren, veranderd in één groot gouden licht. Dit moest zo zijn omdat dit gouden licht alles tot leven brengt.
Het gouden licht veranderde in één grote vuurbol. Dán scheurt het universum vaneen en verdeelt het heelal zich in myriaden deeltjes. God had zich gesplitst in myriaden deeltjes, God had zich geopenbaard.
Al die myriaden deeltjes waren Gods eigen licht, leven en uitstraling.
We gaan weer miljoenen en miljoenen jaren verder. De planeten en sterren hebben hun plaats in het universum ingenomen.
De zon is er, maar had slechts een fractie van de uitstraling die hij nu heeft. De zon was en is een "hij" en vertegenwoordigt het Vaderschap voor de ruimte.
De maan is er, maar zij was slechts een fractie van de grootte van nu.
Je kon haar in de palm van je hand houden. De maan is een "zij" en vertegenwoordigt het Moederschap voor de ruimte.
Ook de andere planeten hadden zich inmiddels verdicht van nevels tot een wolkenmassa. Dit is de stoffelijke openbaring. Ieder lichaam in het universum is energie, is leven is stuwing. Goddelijke eigenschappen.
Ook de maan, aan wie de mens deze naam gegeven heeft maar vanuit de "Universiteit van Christus" de eerste Kosmische levensgraad heet, had zich verdicht. In het binnenste van de maan, het hart, ontstond leven. Het waren celletjes, die uit moeder maan kwamen. Deze celletjes hadden alle eigenschappen van God.
Deze celletjes gingen zich verbinden: Het ontstaan van menselijk leven.
In deel II: De microkosmos, hebben we schematisch aangegeven, hoe de mens aan zijn evolutie is begonnen.
Eveneens hebben we in deel II verteld, dat uit het dode celmateriaal, uit het verrottingsproces, het dier is ontstaan. De conclusie hieruit is, in tegenstelling tot dat wat Darwin beweerde, dat het dier uit de mens is ontstaan.
Over het verdere verloop van deze dierenwereld komen wij nog terug.
Nadat de mens op de maan zijn hoogste stadium had bereikt, het visstadium, werd het aangetrokken door de eerste bijplaneet. Deze bijplaneten waren er voor bedoeld om het lichaam verder te vervolmaken.
En elke keer, als de zich evoluerende mens het hoogste stadium voor die bijplaneet had bereikt, werd hij aangetrokken door een volgende bijplaneet, tot de mens door de planeet Mars werd aangetrokken.
Tussen de planeten Maan en Mars bevinden zich zeven bijplaneten, overgangen. Op Mars aangekomen en opgegegroeid, bezat de mens daar een zeer behaard lichaam. Het leek meer op een aap dan op een mens. We waren woest en wild.
Ook de periode op Mars ging voorbij en werd de mens aangetrokken door weer een bijplaneet. Het lichaam moest zich gaan verfraaien. Ook nu weer hetzelfde: als de mens het hoogste had bereikt voor die bijplaneet, werd hij aangetrokken door een volgende.
Tot……..uiteindelijk de mens werd aangetrokken door de Aarde.

We hebben nu het volgende gezien:

01. Geboren als celleven op de maan de 1e kosmische levensgraad
02. zeven bijplaneten
03. Geboren worden op Mars.
Het lichaam is af maar niet bepaald fraai de 2e kosmische levensgraad
04. zeven bijplaneten
05. Geboren worden op Aarde de 3e kosmische levensgraad.

Bedenk, dat Christus dezelfde weg heeft afgelegd. Dit moge het bewijs zijn, dat Reïncarnatie een Goddelijke Wet is.

Op aarde vervolgt de mens zijn stoffelijke weg. Ieder mens is in het oerwoud begonnen en bereikt uiteindelijk, door de reïncarnatie, het blanke ras.

Ook het huidige blanke ras is daar begonnen, dus ook de huidige wereldleiders,de blanke wetenschappers en vult u maar in. De huidige oerwoudbewoners zijn over duizenden jaren de president van Amerika, burgemeester van Amsterdam, New York of Tokio, zijn doktoren, wetenschappers etc. etc.
Zal er dus een tijd komen, dat er geen oerwoudbewoners meer zijn?
Ja, die tijd zal ooit komen.
Zal er een tijd komen, dat de aarde alleen bevolkt wordt door blanken?
Ja, die tijd zal ook eens komen.
Zal de aarde ooit leeg zijn?
Ja, de aarde zal ooit leeg zijn, net zo leeg als de maan nu is en eveneens sterven, zoals de maan nu ook het stervensproces beleefd.

Voor een totaal overzicht verwijzen wij u naar onze pagina: De kosmische schema’s der menselijke evolutie.

Met het bereiken, stoffelijk gezien, van het blanke ras, was de mens er nog niet. Hij moest geestelijk bewust worden. Vanaf de vierde stoffelijke graad op aarde, heeft de mens, om het maar eens zo uit te drukken: "alles gedaan wat God verboden heeft".
Maar hij moest verder, hij moest terug naar het Al. Hij moest zich Liefde eigen maken. Alles wat de mens aan Karma en Oorzaak en Gevolg had "verzameld" moest worden goedgemaakt. Daarom ging hij, na de hoogste stoffelijke graad op Aarde bereikt te hebben, het blanke ras, terug naar de vierde stoffelijke graad, om goed te maken. Daar immers was het bewustzijn begonnen. Van de vierde stoffelijke graad gaat de mens opnieuw naar de zevende stoffelijke graad, het blanke ras om zich het geestelijk bewustzijn eigen te maken en om het Karma en Oorzaak en Gevolg in te lossen.
Hij komt net zo lang terug naar de aarde, tot alle rekeningen vereffend zijn en de mens voorgoed aan gene zijde kan blijven, om daar zijn evolutie, zijn reis, naar het Al voort te zetten.

Vergelijkingen tussen Macro- en Microkosmos.
Hieronder vindt u een aantal vergelijkingen, voor zover wij deze in de boeken konden vinden.

1. In het ontstaan van de makrokosmos hebben wij verteld over de verdichtings- en verhardingswetten voor en van sterren en planeten.
Op aarde zien wij dit b.v. terug bij de kip. In slechts één minuut verhardt de schaal voor het ei en dit is een Goddelijke Wet.

2. Op al de planeten en op de bijplaneten hebben we gezien, dat de mens uit de wateren werd geboren.
Op aarde zien we dit terug in de baarmoeder in de vorm van het vruchtwater.

3. De planeten Jupiter, Saturnus, Venus, Uranus zijn de ademhalingsorganen voor de ruimte. Zouden deze planeten er niet zijn, dan zou alles, wat zich in ons zonnenstelsel bevindt, stikken.
Op aarde zien wij dit bij de mens terug in de vorm van longen.

4. De zon vertegenwoordigt het Vaderschap.
Bij de mens zien wij dat terug bij de man in de vorm van zijn geslachtsorganen.

5. De maan vertegenwoordigt het Moederschap.
Bij de mens op aarde zien wij dat terug bij de vrouw in de vorm van de geslachtsorganen.

6. Planeten hebben een dampkring, een afsluiting, maar vormen samen het makrokosmische lichaam.
In het menselijke organisme zien wij dat terug in de vorm van weefsels, die elk orgaan afschermen. Alle organen in ons lichaam vormen samen het lichaam, zoals we dat kennen. De dampkring van de aarde staat echter weer voor onze huid.

7. De planten in het water die er voor zorgen, dat het water schoon blijft, zien we in ons lichaam terug als nieren.

Het ontstaan van het dierenrijk.

In deel II: Het Ontstaan van de Microkosmos hebben wij geschreven:

"Vlak na de eerste bevruchting stierven deze cellen dus af en bleef er stof over.
Dat is nu nog zo. Echter uit die allereerste stof, die na de "dood" achterbleef en een verrottingsproces doormaakte, ontstond nieuw leven: het dier.
Kortom: het dier is uit de mens ontstaan.
Dus Darwin, u stond er bovenop en was er dichtbij."

Toen het allereerste celletje, geboren uit de maan als moederlichaam, de allereerste "bevruchting" had voltooid, stierf het meteen af. Het schilletje dat overbleef onderging een verrottingsproces en uit dat verrottingsproces kwam een nieuwe kiem tevoorschijn. Uit die kiem ontstond een nieuw leven: het eerste diertje. De mens stond weer af van zijn eigen door God verkregen energie.
Ook die dierlijke celletjes "bevruchtten" elkaar en stierven meteen weer af en ondergingen eveneens weer een verrottingsproces, waaruit weer nieuwe kiemen tevoorschijn kwamen en nieuwe dieren door "bevruchting" werden geboren. Het plantte zich dus oneindig voort. Uit het ene dier ontstond dus weer een andere diersoort. Ook hier weer zie je, dat de reïncarnatie er moest zijn, anders was ook dit al meteen afgestorven en was Gods schepping en openbaringsproces vernietigd.

Er zijn op aarde wetenschappers, die beweren, dat de mens het planten- en dierenleven heeft moeten volgen. Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn, dat dit niet waar is. De mens is het hoogste in de schepping en het dier komt daarna. Het dier is de afschaduwing van de mens. Het zijn dus wel onze broeders en zusters, omdat zij uit de mens voortkwamen.
Dat houdt tegelijkertijd in, dat elk wild dier te temmen is.

Het dier bezit in hoge mate intuïtie, in tegenstelling tot de mens die een eigen wil heeft gekregen. De mens is een goddelijk wezen en heeft als zodanig één weg te volgen, terwijl het dier vele duizenden overgangen beleeft. Dit is voor de mens niet weggelegd. Daarom zien wij op aarde zo ontzettend veel diersoorten.
In wezen zijn mens en dier dus één, maar de mens is het geestelijk bewuste wezen, de bezielende en stuwende kracht. Het dier zal ons mensen steeds volgen maar ons nooit kunnen inhalen, laat staan voorbijstreven.
Ook die dierenwereld is de mens gevolgd vanaf de maan, via de bijplaneten naar Mars en weer via de bijplaneten naar de Aarde. Ook het dier moest evolueren. Toen ook het dier de aarde had bereikt en daar voor het eerst werd geboren, was het maar een vreselijk gedrocht. Ook het dier moest zijn organisme verfraaien. Paarden bijvoorbeeld, bestonden nog niet.

Dit houdt tegelijk de beantwoording van de vraag in, waarom er geen praehistorische dieren meer zijn. Dit is de evolutie van het dier en kwamen daardoor in een hogere stoffelijke graad.

De diepste krachten van het dier zijn echter nog niet uitgeleefd, daarom worden er nog nieuwe diersoorten geboren, alhoewel dit er maar enkelen zijn. In de oceanen leven bijvoorbeeld diersoorten die men nog niet eens kent.
Af en toe wordt in de media verslag gedaan dat men een nieuw dier heeft ontdekt.

Ook het dier, als het is gestorven, maar ook hier geldt, dat "dood" niet bestaat, wordt weer aangetrokken door de aarde. Het zieleleven gaat in het stoffelijke leven over, een dierlijk organisme dus en past zich aan dat organisme aan.
In één en dezelfde graad van een dier liggen weer honderden overgangen en ook hier weer: zeven graden. Alles weer de geleidelijke evolutie.
Een vergelijking tussen de laagste en de hoogste overgang is bijvoorbeeld van een panter naar een kat. M.a.w. de panter zal eerst honderden overgangen moeten beleven voordat het een kat is. Het dierlijke instinct moet eerst zijn ontwaakt en uitgeleefd. Hoewel in de kern een panter, is een kat geen wild dier, omdat het zich heeft aangepast aan het katten-organisme.

Wanneer het dier de hoogste graad heeft bereikt, bezit het eigenschappen, die de mens niet bezit. De duif bijvoorbeeld, bezit de hoogste graad van kosmisch gevoel en in stoffelijke en geestelijke afstemming is het de mens ver vooruit. Waar je een duif ook loslaat, het komt weer thuis, op gevoel.
Ook de hond en het paard bezitten dit gevoel reeds, maar zullen de mens nooit kunnen overtreffen.
Eerst als de mens in de vierde lichte sfeer komt, bezit hij diezelfde eigenschappen.
Het aantal mensen en dieren is niet meer vast te stellen. Het gaat in het oneindige.
Het is bijna niet voor te stellen, maar al deze menselijke en dierlijke wezens lossen voor de aarde eens op, zoals dat ook gebeurde op de maan, op mars en al die bijplaneten.

Tot slot nog dit:
Alles wat leeft, of wij het nu wel of niet kunnen zien, bezit Goddelijke energie.
Ook een rots bezit Goddelijke energie.

Vele, vele mensen vragen zich af: Wie of wat is God?
God is geen man zoals de bijbelschrijvers ons willen doen geloven.
God is alles wat leeft. Wat er gebeurde bij het ontstaan van het heelal, dat God zich splitste, gebeurt nog steeds.
Zou dat niet zo zijn, dan zou er al heel lang geleden geen boom meer kunnen bestaan, geen pootaardappel zou nog nieuwe aardappelen voortbrengen;
geen bloembol zou nieuwe bloemen en bollen voortbrengen.
Kortom, we hebben nog steeds voedsel, bloemen, bomen, grassprieten etc. etc.

DAT IS GOD

Honderdduizenden mensen, wereldwijd, zoeken op Internet wie God is.
Een onderzoek heeft uitgewezen, dat het hier slechts gaat om één zoekmachine. En dan te bedenken dat er honderden zoekmachines zijn.
Een voorzichtige conclusie is, dat de mensheid op zoek is en antwoorden wil op al zijn vragen.

In de boeken van de "Universiteit van Christus" wordt regelmatig geschreven, dat de bijbel met onwaarheid begint, dat de bijbelschrijvers onbewust waren. En toch……..hoeveel mensen op aarde volgen die onbewuste bijbel, hoeveel mensen zitten daar nog aan vast; hoelang volgt de mens nog zijn pastoors en dominees, die theologie hebben gestudeerd, gebaseerd op dat onbewustzijn; die nog spreken over verdoemdheid, terwijl God alleen Liefde is en alleen Liefde kan zijn.

Als de mens maar 'n beetje anders zou willen denken, denken vanuit het hiernamaals naar de Aarde toe, dan geven de meesters aan Gene Zijde ons de garantie dat er écht een betere wereld ontstaat.

Deze vier artikelen over Het Ontstaan van het Heelal zijn slechts fragmenten geweest. Wie zich een gedetailleerder beeld wil vormen adviseren wij om, in deze volgorde, de volgende boeken te lezen:

1.Een Blik in het Hiernamaals;
2.Het Ontstaan van het Heelal;
3.De Kosmologie van Jozef Rulof.

We hebben alles van God in handen gekregen, sterker nog, we hebben als ziel alle Goddelijke eigenschappen. We hebben er echter zelf een "rotzooitje" van gemaakt, omdat we onszelf uit de Goddelijke Harmonie hebben gestoten.
God heeft geen schuld aan onze ellende, wij zijn het zelf!!

Hans Roesink