Tijdens het aardse leven van Jozef Rulof heeft van okt 1946 t/m sept 1947 het blad "Evolutie" bestaan.
In dit blad kwamen diverse onderwerpen aan bod, konder er vragen worden gesteld aan de Meesters en gaven de Meesters ook uitleg.

In 1947 kwam een einde aan dit blad.

Het hoe en waarom staat geschreven in het laatste blad "Evolutie"
Een deel van deze uitgave staat hieronder.

HET GEESTELIJK WETENSCHAPPELIJK GENOOTSCHAP
"DE EEUW VAN CHRISTUS"

Toen André het bericht van zijn Meesters ontving het Genootschap op te richten,
geschiedde dit door zijn Meester Alcar. Wat wilde Gene Zijde? Wat was de bedoeling van dit alles? Door "Evolutie" hebt gij een beeld ontvangen wat zij door aardse hulp hebben willen bereiken. De Meesters willen éénheid brengen op aarde, hoger bewustzijn, hoger weten. Door de lezingen en de boeken zijn zij daartoe in staat. Gij hebt dat alles kunnen volgen. Werelden openden zich voor uw leven, uw ziel en persoonlijkheid trokken zij op tot de sferen van licht. Zij wilden verruiming brengen in uw geest, uw contact met uw geliefden zuiveren, de occulte wetten voor uw stoffelijke en geestelijk bestaan ontleden, u zelf terug voeren naar uw "Vaderhuis", uw Hemel, in het leven na de Dood. Daarvoor dient Jozef Rulof, André Dectar. De meesters ontwikkelden dit leven; zij brachten deze ziel onder uw midden. In stilte, gelukkige eenzaamheid, werkte het instrument van de Meesters voort, boog het hoofd, voor duizenden problemen, die geestelijk en stoffelijk waren, genas de zieken, bracht duizenden offers omdat het wist, waarvoor de "Hemelen" het leven hadden opgetrokken. Wat dit alles heeft gekost, is door ons niet te beschrijven! Tientallen boeken buiten de bestaande, de geschreven werken door hem ontvangen en onder u gebracht, zijn niet in staat dát déél van zijn leven vast te leggen; zó werd deze ziel geslagen, gemarteld, geestelijk en lichamelijk gekastijd door de leer van de Meesters, waarvoor zij diende. En toch, "de Jeus" van Moeder Crisje en de Lange Hendrik, het kind van buiten, dat géén school, géén studie, géén stads bewustzijn had gekregen, hield zich staande, ging verder omdat dit leven de grote liefde bezat deze arme, ongelukkige, doodgedrukte, gemartelde mensheid te dienen.

JEUS EN ANDRÉ

Hoe de Meesters zijn leven tot ontwikkeling hebben gebracht, dat leest u in de "geestelijke" werken door André geschreven. Doch u krijgt nu weer een ander beeld; de beschrijving van zijn jeugd, zijn geboorte, zijn zien en voelen, zijn contact met andere werelden, die niet tot de stoffelijke behoorden. "Jeus" van Moeder Crisje voert u tot het andere, geestelijke denken en voelen, tot de reine - moederliefde - het allerhoogste contact voor uw leven op aarde én dat voor óns bestaan, het "Leven na de Dood"
Vanaf haar jeugd heeft deze ziel het hoofd moeten buigen voor de astrale wetten, voor duizenden problemen. Als "Jeus" ziet gij deze gestalte voor de wetten van "Golgotha" geplaatst, schreiende, zijn leed en smart dragende, die niet meer van deze wereld was, waarvan de volwassen mens niets begreep, doch door dit kind werden gezien, moesten worden aanvaard, omdat hogere machten en krachten zich aan deze ziel manifesteerden. En zijn grote moeder . . . "Crisje" kende hem, haar kind, haar geluk; zij wist toen reeds; Jeus" zou eens aan deze mensheid geluk brengen, zachtheid, begrijpen, overgave, daar zij dit leven in álles kon volgen, want ook zij deelde zijn smarten!
"Jeus" ziet zich voor miljoenen wetten geplaatst, hij verwerkt ze, hij blijft echter een kind, een instrument, hij kán niet ten onder gaan, omdat hij ziet, dat "Engelen " uit de Hemelen over zijn leven waken. De beschrijving over zijn jeugd voert u echter naar de boeken die u reeds hebt gelezen en de anderen die straks zullen volgen, naar André.
Als André staat de kleine "Jeus" van moeder Crisje in het stadse bewustzijn, voor leugen en bedrog, haat, hartstochten en geweld, waarvan hij deel uitmaakt. André begint aan zijn taak. De Meesters voerden dit leven tot uw denken en voelen . . , "Jeus" II en III zullen u daarvan later overtuigen. Onder uw midden beleeft André uw maatschappij. Als chauffeur leert hij het menselijke bewustzijn kennen, hij peilt de mensen, hij ziet hoe het stadse leven zich openbaart; hij is één met de duivelen der hel, één met afbraak, valse schaamte, één met de verlangens van de mens zoals hij ziet en aanvaarden moet, die nimmer te verzadigen is, nóóit ophoudt te sarren en te plagen; van zijn zo ongelooflijk innerlijk bestaan en contact niets afweet. Hij voelt, hij wéét het, dáár hoort hij niet thuis, dat werk is niet voor hem; in zijn leven bevinden zich andere aspecten, daarin leeft een bovennatuurlijke kracht, in zijn innerlijk spreekt er een andere stem, die niet van deze ruige, onbarmhartige wereld is. Als hij op de straat is, uren moet wachten op 'n ritje, dan stuurt hij zijn gevoelens en gedachten tot moeder Crisje en praat hij met haar vanuit zijn nieuwe wereld, regelrecht tot haar hart. En Crisje stuurt tot hem haar machtige liefde en hoort "Jeus" haar zeggen:
"Gíj wet toch wel, mien "Jeus", dak wét wat gíj met mot make?"
"Ja", zendt hij tot haar terug, "jáo, moe'der, ik wét it. Maor wat veur 'n léve is het. Hak maor nooit bíj ow weg gegaon, nooit niet', wa, wat hadde wí it goe'd"

ONTWIKKELING

De Meesters zagen, dat de tranen over zijn wangen rolden. Zij wisten hoe de ziel van "Jeus" gestalte kreeg in het leven van André, hun instrument, waardoor zij straks de Goddelijke wetten zouden verklaren, waardoor zij zouden spreken, omdat dit leven gereed was om zichzelf in te zetten. Als André krijgt "Jeus", Jozef Rulof ... gegevens om voor zichzelf een stoffelijk bestaan op te bouwen en het is dáár, waar de Meesters aan hun grootse taak beginnen. Maar - Jeus - lééft čn overheerst steeds in deze nieuwe persoonlijkheid die thans gestalte krijgt door hogere machten en krachten, "Jeus" vangt die ontzagwekkende wetten op, beleeft ze voor André en weet nu, dat hij het - gemak - zal zijn, wil deze André zijn geweldige taak kunnen afmaken. Er ontstaan - drie - persoonlijkheden in één mens. Later, André zal dat beleven en te aanvaarden hebben, zal zich een - vierde - persoonlijkheid openbaren en die als de eerste drie deel zal uitmaken van dit leven, om het hoofd te kunnen bieden tegen het "Universele" geweld van de Macrokosmos, de Scheppingen Gods, die André Dectar te aanvaarden en te verwerken heeft.
Het is echter in die tijd, dat André, Jeus čn Jozef zal gaan overheersen. Onfeilbaar hébben de Meesters door het leven van Jeus .. een geestelijk instrument opgebouwd, dat straks de wereld zal tonen hoe God Zijn Scheppingen voor ál Zijn kinderen heeft geschapen. Dectar zal André terzijde staan, maar van ál deze mogelijkheden, wetten, weet Jeus nog niets; hij ziet, dat André méér is dan hij als kind van Moeder Crisje, hij slaapt in, hij zinkt terug tot het onderbewustzijn van André, hij wordt het "tweede ik" van deze door Gene Zijde opgetrokken persoonlijkheid. En André weet, indien het universele leven hem te zwaar zal zijn, vliegt hij terug, daalt hij af in het leven van "Jeus", omdat nú moeder Crisje hem steunen zal, begrijpen kan, wat er van zijn leven wordt verlangd.
Wij zien vanuit ónze wereld, dat Meester Alcar aan André het bericht geeft zijn garage te verlaten. André is nu reeds bewust; Jozef Rulof zal door deze occulte persoonlijkheid genezen, de zieken helpen, maar andere gaven openbaren zich als André zich aan het leven van Jozef, Jeus, manifesteert.- Door elke occulte inwerking, het beleefde contact van "Jeus", heeft Meester Alcar een persoonlijkheid opgebouwd die in staat is, de berichten vanuit het leven na de dood te kunnen opvangen, diagnoses te stellen. In Jozef leeft André en Jozef en Jeus leven door hem! Zij moeten hem dienen en zullen hem moeten helpen, André is het instrument van zijn meester, Jeus en Jozef moeten zijn stoffelijke leven vertegenwoordigen. En nú gaat Meester Alcar verder.

JEUS WORDT INSTRUMENT

Donkere zittingen worden er gehouden, want André moet thans los gemaakt worden van de stoffelijke wetten. Wil meester Alcar bereiken, dat hij zijn instrument met de Goddelijke ruimten kan verbinden, dan moet de ziel van "Jeus" oplossen in het leven van André, waardoor hij kan werken. Door deze donkere zittingen bereikt meester Alcar, dat André ál de trancetoestanden in handen krijgt. Wat "Jeus" als kind onderging, wordt thans onder handen genomen en afgemaakt. Er liggen gaten in de trance en die moeten worden gedicht, wil meester Alcar, dat zijn instrument een kosmische ontwikkeling bereikt, doch waardoor hij als "Astrale Persoonlijkheid" de wetten van ál het geschapen leven verklaard. Deze donkere zittingen schenken aan André ál de fysische en psychische gaven. De boeken, "Een Blik in het Hiernamaals" vertellen u over deze zo ongelooflijke ontwikkeling. De jaren vliegen voorbij, André is thans het instrument van de Meesters, Jeus en Jozef moeten luisteren.

HOGER BEWUSTZIJN

Na deze ontwikkeling zet meester Alcar de donkere zittingen stil. Het rumoer van velen, die deze wonderbaarlijke zittingen beleefden, is groot, als André zegt, dat zijn Meester verder gaat en de geestelijke, de psychische gaven, waarvan het "Uittreden" de allergrootste is, wil afmaken. De mensen, de aanzittenden roepen uit: "Dat begrijpen wij niet, nú staat de wereld voor je open, thans kun je miljoenen mensen overtuigen van de Goddelijke wetten, en wat doe je? Je smijt alles zo maar weg, je weet niet meer wat je doet. "Mijn God" kermt men, "hoe is het mogelijk."
Maar André wéét wat hij doet, hij trad diezelfde nacht bewust uit zijn stoffelijke wereld, zijn lichaam en toefde met zijn Meester in de sferen van licht. En daar ziet hij de Meesters van zijn meester, die aan zijn leven en persoonlijkheid gestalte gaven. André ziet nu aan Gene Zijde wat men van zijn leven verlangt. De hoogste meester, de Mentor Cesarino, is het, die hem visioenen toont. André ziet, dat, de wereld en de mensheid niet door fysische verschijnselen te helpen is.
Duizenden wonderen, door de occulte wetten tot stand gebracht zijn er door de jaren aan de mensheid geschonken. Maar wat is het resultaat? De parapsychologen komen niet verder. Wanneer deze geleerden wonderen beleefden, zij de andere dag ontwaakten, geloofden zij zich zelf niet meer. André ziet, dat ál de fysische wonderen zijn gesmoord, doch dat hij door die wonderen het overwicht van ál de stoffelijke stelsels had overwonnen. Hij ziet, dat hij dóór de epileptische slaap, de laagste en diepste, waarin de ziel ál de controle op het lichaam moet loslaten, de stoffelijke wereld, waartoe hij behoort en leeft, gestalte heeft gegeven, zodat hij hierdoor de "Grote Vleugelen" heeft ontvangen. En zó is het, ziet hij, "ik bén thans in de Goddelijke ruimten, ik kan door mijn meester gaan waarheen ik wil. Eerst nú kan mijn meester de Goddelijke wijsheid op Aarde brengen".
Maar hij stuurt naar de Aarde, tot ál de mensen, die deze wonderbaarlijke ontwikkeling hebben gevolgd, het volgende:

"Jullie denken, dat ik nú verkeerd ben? jullie denken, dat ik zélf dat bericht doorgeef? Jullie dénken, dat ik thans verkéérd ben? Maar ... mijn lieve mensen, wat is voor mij nu eenvoudiger? Je zegt het zélf, de deuren op Aarde staan voor mij open. De werelden liggen en leven in mijn hand, want ik ben in jullie ogen één van de grootste mediums op Aarde. Nú kan ik reizen van stad tot stad, de wereld overtrekken, ik kan duizenden, wellicht miljoenen mensen overtuigen van een leven na de dood. Maar wat hebben wij moeten aanvaarden? Zijn die miljoenen mensen door de fysische wetten, de fysische wonderen aan een ander leven begonnen? Sensatie hebben zij beleefd, hebben zij er van gemaakt.
Ik kán waarlijk de wereld veroveren door deze gaven, máár, als mijn meester nu eens zegt: wat wil je zonder mij beginnen En als ik die eer, die rijkdom, dat gereis over de Aarde nu eens wilde beleven, waardoor ik schatten kan verdienen, hoe zal hij dan handelen, nu ik zie, wat de Hoogste Meesters met mij voorhebben, van mijn leven willen maken? Wat is voor mij eenvoudiger, vraag ik je allen, ook aan u Professor H.., die al deze zittingen meemaakte, wat is voor mij eenvoudiger? Ik zeg tegen je allen: ik sta thans voor werelden, voor ontzagwekkende gebeurtenissen, voor de hellen en de hemelen, voor de Macrokosmos, voor ál de wetten en levensrechten door God voor óns mensen geschapen, die ik, luister nu goed . . als mens van de Aarde, als "Jeus" van moeder Crisje moet overwinnen. Ik zie, de Meesters laten mij dat alles zien, dat ik voor duizenden doden sta, voor de Satan, voor demonen, voor miljoenen levenswetten en levenskrachten van deze Goddelijke Ruimten. die ik, als het kind van Crisje, het hoofd zal moeten bieden. Ik zie, dat ik duizenden malen zal bezwijken.
0, mijn God, bid ik, help mij!
Ik sta voor een gigantisch leven en bewustzijn. Hiér wordt aan mij gevraagd, "wat wil je?" Welke weg wilt gij bewandelen? Die van de sensatie of de ónze, waarvoor wij allen zijn gestorven, waarvoor wij allen ónze levens hebben ingezet?
Ik zal mijzelf duizenden malen moeten verliezen voor dit alles. Ik zal het hoofd moeten buigen voor élke occulte wet, ik móét álIes aanvaarden wat mijn meester voor mijn leven ontvangen zal. De hoogste Meesters willen de "Kosmologie" van uw leven op Aarde brengen. Ja, ik zie, en gij gelooft het nog niet, daarvoor zijt gij te arm om het te kunnen aanvaarden, ik breng door mijn leven de "Eeuw van Christus" op Aarde! De hoogste Meesters beginnen thans, maar dóór mij, aan de Nieuwe Bijbel. Ik wéét echter, dat wat ik nu zie en mocht waarnemen straks uit mijn bewustzijn zal zijn, dat ik op Aarde teruggekeerd, er niets meer van weten moet, omdat het mij nú zou breken! Ik zou onder die berg bezwijken. Nogmaals, vraag ik u allen, wat is eenvoudiger voor mij? Ik zie, ik ga door bezoedeling, laster, door afbraak, ellende, smart, grote vernietiging, mijn "Ik"- leven wordt gebroken, Ik ga door hellen van bedrog, kletspraat, afgunst, dierlijkheid, laag menselijk bewustzijn, en dit gans alléén! Want niemand kan mij helpen. Ik sta gans alléén voor álles! Wat is eenvoudiger voor mij, vraag ik je weer, weelde te aanvaarden, in de grote huizen opgenomen te mogen worden, geëerd te worden, gedragen door duizenden mensen uit alle kringen der maatschappij, geld, ander bezit; want het gaat mij en de mijnen dan wonderlijk goed, of de hellen, de smarten van Satan te doorstaan, al de genoemde hatelijkheden, stoffelijke en geestelijke brandstapeling te trotseren, Christus te dienen, óf het spel voor "leven en dood" door de fysische wonderen belachelijk te maken? Wat is eenvoudiger voor mij?
Jullie weten het niet! Ik zet de donkere zittingen, de fysische wonderen stil. Ik volg het bevel op van mijn geliefde meester Alcar. Ik gá door hellen, alléén, maar ik weet nu, dat miljoenen zielen mij zullen helpen dragen. "0, Crisje, wat zijn de mensen toch klein, wat weten ze nog weinig van Onze Lieve Heer af! Hét gíj dat altied gewétte?

FYSISCHE WONDEREN GENEZEN U NIET.

Als André op die morgen ontwaakt, weet hij hoe te moeten handelen. De zittingen worden stilgelegd. Maar meester Alcar brengt hem eerst nog door een deur; een "dématerialisatie" komt er tot stand bij licht; vier mensen zien het wonder geschieden en verklaren André voor een hemels wonder. Doch de volgende dag is hij door de duivel, door satan bezeten. Van dat machtige wonder is niets meer over; de mensen zijn er angstig voor, ze willen er niets mee te maken hebben.
"Ziet ge", komt er over zijn lippen als hij aan zijn kringleden denkt, "moet ik daarvoor dienen? Ik ben voor al die mensen des duivels. Néén, duizendmaal néén, ik luister naar Meester Alcar en de zijnen!"
Meester Alcar begint aan de geestelijke opvoeding van André. Zijn instrument leert de wetten van Gene Zijde kennen. Bij terugkomst op Aarde wordt zijn reis beschreven, De eerste boeken komen al uit, maar zijn ontwikkeling gaat steeds verder.

KOSMISCH BEWUSTZIJN

André leert nu ál de wetten van God kennen. De eerste "tien" boeken bewijzen het aan uw leven. Hellen en Hemelen openen zich voor zijn persoonlijkheid. Hij moet thans bewijzen wat hij wil! Maar hij staat telkens wéér op, ook al vreten de occulte wetten zijn menselijke hart kapot, ook al staat hij voor de dood, voor zélfmoord en duizenden andere gevaren; hij kruipt steeds wéér door het "Goddelijke Oog", het Goddelijke Licht van zijn meester naar één plek op Aarde, waar het álles van God, ook voor zijn leven gestorven is, Golgotha! Hij bezwijkt elke dag minstens tien maal, maar weet wat hem na dit afschuwelijke leven op Aarde te wachten staat; hij weet wat hij door de Meesters van zijn eigen leven en persoonlijkheid kan maken. Hij gaat verder, niets houdt dit leven tegen, niets, hij dient als André, waartoe thans Dectar behoort, voor het geluk, de ontwaking van deze mensheid.
Boek ná boek komen uit! Dectar heeft zich aan zijn leven geopenbaard, het Oude Egypte neemt hem op, de Tempel van Isis krijgt voor zijn leven een Goddelijke Persoonlijkheid; André en Dectar zien terug in het oude verleden. Meester Alcar kan hem schenken wat hij zélf wil; de hemelen zien op zijn leven neer en André is gebleven het kind van moeder Crisje. Van dikdoenerij, menselijke verwaandheid, eigendunk, domme ijdelheid, bleef dit leven vrij, omdat het de waarachtigheid heeft leren kennen. Maar dit dienen is zwaar, onmenselijk eigenlijk, tóch zet hij stap voor stap, overwint hij de werelden voor het menselijke bestaan op Aarde, hij maakt reizen door het Universum met zijn geliefde Meester Alcar, die nog steeds voor hem een vader en moeder, een zuster en broeder is, een engelenkind zal blijven. Een hemels contact is er opgebouwd!
Als André denkt, dat hij er nu bijna is, moet hij aanvaarden, dat zijn Meester eigenlijk pas begonnen is. De macrokosmos staat voor zijn leven, de wetten van God moeten verklaard worden, de "Eeuw van Christus" gaat beginnen.
HET GENOOTSCHAP "DE EEUW VAN CHRISTUS" "Mijn God, 0, mijn God", smeekt hij, "wat wilt gij van mijn leven?
Hij roept om Crisje, hij praat met haar vanuit de ruimte, hij staat wéér voor 'n ander bezwijken, waarvan hij de wetten en de ruimten te overwinnen heeft. En weer maakt zijn Meester hem vrij van zijn stofkleed, wéér voert men dit leven naar de
allerhoogste Meesters aan Gene Zijde. wéér buigt hij, aanvaardt hij wat men op zijn schouders wil leggen, omdat hij ziet, hoe noodzakelijk het is, dat deze mensheid weet!
André gaat verder, maar de oorlog nadert. Wij werken nu aan de "Volkeren der Aarde" en ... aan de "Kosmologie" van uw leven. André maakt tijdens uw laatste oorlog duizenden uittredingen voor deze boeken, voordat Meester Alcar eigenlijk eerst aan de uitwerking, de waarachtige reis met zijn instrument kan beginnen. Maar wanneer André ook daarvoor gereed is, verlaten wij, Meester Alcar en André, en uw dienaar Zelanus ... de Aarde om ál de Goddelijke wetten, ál de Scheppingen Gods tot ontleding te brengen. In de Kosmologie leest u over al deze heilige zaken.
Maar tijdens dit werk krijgt hij de gegevens om het "Genootschap de Eeuw van Christus" op te richten. Hij kán alles alléén niet meer aan, er is hulp nodig van anderen, willen de Meesters hun leer opbouwen, willen zij de Volken der Aarde met hun universele levens verbinden. Het werk vlot, wij sturen de helpers tot hem; André aanvaardt ze één voor één. Allen hebben kontact met Gene Zijde. Allen hebben door hun vorige levens verbinding gekregen met de Meesters, waarvan de Inspirators aan deze zijde leven. Elkéén krijgt een eigen taak toebedeeld. De Tempel, de "Universiteit van Christus" is het doel van de meesters; vanuit deze Tempel zullen de "Volken der Aarde" voedsel ontvangen. André krijgt bericht, dat zijn éigen Volk het is, zijn eigen landje het zal zijn, dat dit Goddelijke geschenk zal bezitten!
De verkregen stof gaat over álles heen, wat de Aarde tot nu ontvangen heeft. André dringt door zijn contact dieper in het leven, de occulte wetten, dan er één occultist heeft bereikt. De boeken, "Geestelijke Gaven" die inmiddels werden beleefd en geschreven, tonen dat aan. Maar nog is het niet voldoende, het Goddelijke Werk, waarvoor hij staat, moet nog beleefd, ontvangen, geschreven worden. Dát is de "Kosmologie" voor uw leven!

DE KOSMOLOGIE VOOR UW LEVEN

De oorlog gaat voorbij, de helpers zijn verrukt over de gang van zaken. Maar nu moet hij reeds vaststellen, dat de "eigen persoonlijkheidjes" steeds overheersen. Hij stelt vast dat ál die mensen geen begrip hebben om het hoofd te buigen; hij moet aanvaarden, dat zij eerst zichzelf zoeken, voordat zij zich willen en kunnen geven om zichzelf te kraken, te martelen voor dit heilige contact, voor dit ónmenselijke dienen! Maar dát wordt verlangd van deze levens, niets voor iets, álles moeten zij van zichzelf willen inzetten, of zij vallen vroeg of laat. Zij krijgen hun mogelijkheid, omdat aan Gene Zijde hun inspirators leven, die állen leerlingen zijn van Meester Alcar! Waarheen wilt gij gaan? Wat is de bedoeling van de meesters? Dacht gij, dat het zó moet? Ik voorspel: eer de haan zal kraaien zult gij mij driemaal verloochenen.
De één na de ander valt. Een enkeling blijft er over en deze begint met zijn lezingen; hij spreekt over het leven van André. U kent dat alles. Vanuit ónze wereld dank voor die gevoelens, die arbeid.

AMERIKA

Het Genootschap, "De Eeuw van Christus" bloeit, groeit. Amerika wacht. André vertrekt, de Meesters willen de Volken der Aarde in hun Hemels bewustzijn optrekken. André legt daar zijn eerste fundamenten. De Meesters zien waarheen de "Eeuw van Christus" zal gaan; maar de geestelijke inspirators hebben te aanvaarden, dat hun adepten zichzelf gaan zoeken, de zwaarte van hun leer niet langer kunnen dragen. André ziet dat eveneens, hij weet reeds, straks sta ik alléén. Maar hij is nu sterk en bewust, géén occulte wet kan hem breken. De "Macrokosmos" heeft hij overwonnen.
De "Geestelijke Innerlijke Tempel" heeft hij reeds ontvangen. De laatste maanden van uw Oorlog beleefde hij de eerste "Zes" boeken van de Kosmologie, die 100.000 boeken omvat. Vanzelfsprekend kunnen de Meesters dat gigantische werk door zijn leven niet afmaken. Maar wanneer u de "Volkeren der Aarde" hebt gelezen, weet u, dat wij straks technische instrumenten bezitten, waardoor het wél mogelijk is de leer op aarde te brengen en ook dan door André en met hem zijn volgelingen zal worden verzorgd. M.a.w. zijn taak ligt reeds; ook, van hen die nu hun leven durven in te zetten voor dit machtige werk. Vanuit het leven ná de dood zal André straks, na 2000 ... zijn boeken en zijn leer aan onze volgelingen dicteren.

DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS

"Dat is de "Universiteit van Christus", uw en óns Genootschap, en door de Meesters werd opgericht. Dit Genootschap blijft thans in handen van André Dectar. Wij hebben gezien en moesten aanvaarden dat géén uwer in staat is om dit leven te dragen. te vertegenwoordigen, omdat gij tóch telkens weer in uw eigen gevoel terugzinkt. Gij hebt steeds wéér eigen gedachten, en gij zult niet zélf denken, omdat gij er niet toe in staat zijt; de occulte wetten breken u. Gij hebt álles te aanvaarden wat de Meesters u brengen. Indien gij dat niet kunt, uw - waaroms - de ruimte in slingert, het gevraag en gezoek begint, staat gij en met u de uwen die ú weer volgen voor het loskomen, het ineen zinken, dat vóór u, op kosmische kracht en gevoeligheid door André voor ál de werelden door God geschapen aanvaard werd. Maar gij, als zijn volgelingen zijt er niet toe in staat, gij bezwijkt door uw gezoek en getwijfel, gij zijt nu niet meer te helpen.
Dát is alles, schreef ik in mijn vorig artikel, álles, maar het plaatst André voor de werkelijkheid. Wij zeggen u, allen, die hun krachten schonken voor de opbouw van het "Genootschap". Bedenkt, André is het niet, die door uw leven gediend werd, deze mensheid is het!
Gij hebt uw taken in eigen handen gekregen. Gij allen zijt opgenomen, opgetrokken in de "Eeuw van Christus" Wij zeggen u, roepen u toe, gij hebt óngelijk; Gij dient óns niet, maar u zelf! Wij roepen u geen halt toe, gij doet dat voor u zélf! Wij verjagen geen mens van zijn plaats, gij doet dat zélf!
Velen gingen, gaven blijk de krachten voor dit werk niet te bezitten, velen volgden een héél anderen weg, een éigen, maar doodlopende weg, een weg, die de ónze niet kan zijn! En denken zij dat zij goed doen, de reeds gelegde fundamenten door hun kleinmenselijk inzicht op te breken? Kénnen zij André's strijd niet, zijn hulp niet, zijn hoofdbuigen voor hellen en hemelen, voor ál de wetten van uw leven? Wat willen zij thans van hun levens maken? Dachten zij dat het "Genootschap" op aarde lééft? Vanuit de allerhoogste Hemelen wordt uw en óns "Genootschap", de "Eeuw van Christus" bestuurd. Ook André is slechts 'n leerling, al mocht hij voor zichzelf het "Kosmische meesterschap" behalen!
Nú spreken de Meesters vanuit hun Hemelen, hun werelden tot uw leven. Zij tonen u aan, dat zij verder gaan, doch dóór hun instrument André Dectar. Buigen zult gij u voor deze wetten, als kinderen zult gij dienen, óf wij kunnen u niet bereiken. Wéét wat u te wachten staat ... aan dit alles kunt gij uw vorige ik - toetsen, uw eigen wetten verklaren, máár zie Golgotha! Eens, over 'n tijd, is dit het "Genootschap" dat uw wereld te vertegenwoordigen heeft, maar door de ónze! Straks zult gij zien, dat miljoenen kinderen van God hun levens willen inzetten voor deze bron, dit contact, omdat er "Universele Eenheid" komt op Aarde, waartoe alléén de "Universiteit van Christus" in staat is! Zegt het u niets? Wilt gij, ondanks ál de heilige contacten tóch verder gaan? Wilt gij, mens der aarde, uw Goddelijk verkregen contact door ónwetendheid, uw menselijk denken en voelen, verbreken? Wilt gij, de door óns gelegde contacten volgens uw aardse weten en mogelijkheden tot geestelijke ontwaking voeren? Zo já, ga dan uw eigen weg, aanvaardt echter thans, gij staat nu op eigen benen. Aan u om van uw leven alles te maken. Ik zeg ú. wij blijven waken, wij móéten blijven bezielen, ook ú, of gij zinkt terug vanwaar gij gekomen zijt. Dáárheen voert gij u zelf, tot het - niets - terug, tot de armoede van geest.

WANNEER HET MENSELIJKE HART SPREEKT

Lezers van Evolutie - wij hebben de geestelijke, evoluerende contacten voor uw levens gelegd, maar wij roepen u toe, verbreekt ze niet!
Wij brachten u en de uwen tot hoger weten, wij legden de vonk Gods open en brachten het leven tot ontwaking. Dacht gij, mens der Aarde, dat wij die contacten door u zouden verliezen?
Een nieuw leven zal tot ontwaking komen, tot het dienen worden gebracht. Anderen zullen straks, wanneer André's stoffelijke leven eindigt; zijn taak voortzetten om deze mensheid te kunnen opvangen, totdat wij het "Goddelijke Instrument", "het "Directe Stemapparaat" op aarde hebben gebracht. Het bloed van uw bloed is het, dat de Hemelen vertegenwoordigen moet. Maar gij allen zijt één; God kent alléén ZIJN" leven!
Lét op die ontwikkeling, pást op ... het eerste woord werd reeds gesproken!
Hemelse contacten brachten uw leven tot Evolutie en Ontwaking, maar gij zélf zijt het, die afbreekt. wat door miljoenen zielen, kinderen van God opgetrokken werd, waarvoor zij hun brandstapels moesten aanvaarden! Gij plaatst u zélf voor de "Universele" Weegschaal, ziet nú hoe er gewogen wordt, wéét echter, wij hebben part noch deel aan uw ondergang!
Lezers van Evolutie, "Jeus" van moeder Crisje is het die uw levens voor óns leven opende. Wilt gij dit alles begrijpen, daal dan af in uw leven, ga nú dieper, volgt óns; ook wij gingen naar Golgotha!
Zie naar hen, die door de Hemelen werden aangeraakt. Tháns beweegt zich de "wieg" van Onze Lieve Heer, maar u zélf ligt erin! Kent gij deze wetten?
Bloed van mijn leven, herkent gij mij?
Ziel van mijn ziel, ik ben bij u, Ik blijf waken, ook al lééf ik aan Gene Zijde. Straks zijn wij weer één. Ook gij hebt dan uw taak volbracht. Is het uiteindelijke niet als het begin van ons leven? Wáár wij ook toefden, telkens weer stonden wij voor het hoofdbuigen, het aanvaarden, het begrijpen. André leerde het u en de uwen!
Nu zegt God tegen uw leven als mens: Ga gerust verder, gij hebt ál Mijn kinderen lief, doch weet, "IK" heb nog groter geluk voor u geschapen. Daarvoor zult gij álles van uzelf moeten inzetten. Maar dan zijt gij als IK" ben, "Eeuwigdurende Liefde"
Zó werd ook mijn leven dienende, werd ook ik een leerling van de Meesters ...

uw Meester Zelanus.

 

"SCHEPT GEEN GENOEGEN OM HET BEZWIJKEN VAN EEN MENS; MORGEN BEZWIJKT GE ZELF"!
Meester Alcar

Indien gij de menselijke geschiedenis kent, de stoffelijke en geestelijke opbouw hebt gevolgd, weet ge, dat de maatschappij waarin gij leeft door de bezielden van geest gestalte kreeg, de enkeling, die diep voelende, geďnspireerde mens, die door leed en smart, de inzet van zichzelf, door bloed en tranen zijn taak heeft moeten verrichten. Vanaf het ontstaan der mensheid is dat zo geweest. Voor welke Volken zij hebben gediend, de sekte waartoe zij behoorden, hun opkomst en levensgang, hun leer, dat alles ligt vast én voor de mensheid bewaard. Doch allen gingen door een . . . hel van wanbegrip, afbraak, domme maar bewuste verwaandheid, onmenselijk voelen en denken, waarvoor zij zich zagen geplaatst. Toch gingen zij verder om hun taken af te maken en traden na hun dood het "eeuwige leven" binnen.
Nu zagen zij zich bevrijd van al de tegenstand, vuil bedrog, laster, hun geestelijke leven straalde hen tegemoet. Zij zagen hun Inspiratie, waarvoor en waardoor zij hadden gediend voor zich als ‘n "Mens", het was een geest van het Licht, een Engel. Ze lagen neergeknield aan de voeten van hun Meesters, doch konden thans vaststellen, dat zij het "Almachtige Licht" hadden gediend. De meester sprak en zei: "Ziet gij thans, begrijpt gij nu, waardoor de anderen zijn bezweken? Ook zij dachten te dienen, maar zij dienden zichzelf. Niet "HEM, Die voor ons allen op "Golgotha" gestorven is. Zij dienden helaas zichzélf!
Ga met mij terug naar de Aarde, want het is daar, dat ik u de wetten van God verklaren zal. Het is daar, mijn broeder, dat gij in uw eigen leven zult terugzien en voor welke wetten gij hebt gediend, maar vooral, welk kwaad uw Tempel in brand gestoken heeft."
De leerlingen van de Meesters konden nu vaststellen waarvoor zij hun levens hadden ingezet. Zij begrepen, dat zij hadden gezegevierd over het kwade!
Kent u hen niet?
Ga terug met mij naar het oude Egypte. Velen van hen zijn er daar gevallen, slechts enkelen hielden zich staande. Zie op tot Pythagoras, uw Rudolf Steiner en anderen, hun Tempels werden door hun leerlingen, laag bedrog, laster, in brand gestoken. Maar deze geďnspireerde zielen gingen verder, zij dienden Christus! Zij hebben hun levens ingezet voor het "Eeuwigdurende Licht", de vonk Gods, voor "Liefde, en Rechtvaardigheid", geluk, een betere "Mensheid! Zij brachten een "Vader van Liefde"
Zie die duizenden verkoolde lichamen, zie deze mensen, die voor walgelijk bedrog, menselijke kleinzieligheid stonden, die voor zichzelf en hun volgelingen een weg moesten banen tot Golgotha, doch die door de ónbewuste ziel werden gesmoord.
En dat geldt ook voor uw tijd...ook óns "instrument" André Dectar, Jozef Rulof, gaat diezelfde weg. En hij wéét het! Maar hij kan zijn strijd aan, niets houdt hem tegen, niets! Hij wéét welke machten en krachten zijn leven inspireren. U voelt het zeker, uw eigen tijd is niet anders. Maar de "Hemelen" spreken tot uw leven. Wij hebben dat door onze lezingen aangetoond, door de boeken, door zijn leven bevinden wij ons thans in uw midden. En opnieuw, afbraak, volgelingen bezwijken en voelen zich geroepen nu reeds de Tempel in brand te steken, ook al moeten wij nog aan de opbouw beginnen. Zij echter breken de reeds gelegde fundamenten af en denken goed te doen, doch zien niet, dat zij daartoe de krachten niet bezitten. Gij leeft in het jaar 1947, niet meer in een préhistorisch tijdperk!
Heeft u tijdens uw laatste oorlog dan "niets" geleerd? Heeft ál dat leed, die smart, die afbraak, uw honger en ellende, uw menselijk hart niet kunnen openen voor het goede? Klein gedoe, zélfbewustzijn, zieligheid, het zoeken naar zichzelf, zijn het waarvoor zij hun levens willen inzetten. Is dit "evolutie"? Zijn dat de aspecten die u moeten leren het hoofd te buigen? Denkt gij op deze wijze "Golgotha" te betreden, "HEM" te kunnen dienen?
Ik zal heel kort zijn. Mij is opgedragen om u . . . . lezers van "Evolutie", vanuit de sferen van licht voor te bereiden op een afscheid dat u niet hebt gewild. Dit is uw . . . laatste ... "Evolutie". Door dit contact voelde gij u met de hemelen verbonden, althans hen, die zich volkomen openden voor ónze leer. Door dit contact stond uw leven in het hart van "Hem", waarvoor wij allen leven. En dat contact is nu verbroken. Maar André Dectar gaat verder.
De hoogste Meesters wilden dat gij allen kleur zoudt bekennen. Ook wij hebben dat gekund, het heeft ons eigen -ik- gekraakt, doch wij zegevierden over zwakte, gemak, ijdelheid, hovaardij, nietszeggende drukte; wij stierven de stoffelijke dood bewust voor "Hem", of wij hadden nimmer "ZIJN" Goddelijk licht mogen aanschouwen. Wij werden gehangen voor "Hem", onze leer, het goede en hogere te brengen op Aarde het kind van God te dienen. Wij zijn gekastijd, gemarteld maar wij aanvaarden dat vreselijk geweld, omdat onze harten in de geest waren ontwaakt. Maar wij waren géén mensen meer toen wij de sferen van licht betraden, wij wáren "liefde" geworden. Wij evolueerden, wij hadden "Evolutie" op Aarde gebracht, wij begrepen nu, door laaghalend gezoek, neerhalende, afbrekende mentaliteit, zijn geen sferen van licht in menselijke harten op te trekken. wij hadden het waarachtige "goede" gevolgd en lagen neergeknield aan de voeten van onze Meesters. Wij hadden onze hoofden gebogen en kleur bekend, wij wisten, alléén hierdoor hadden wij ons staande gehouden.
Elkeen uwer moet zichzelf volkomen willen geven of de sferen van licht roepen ook voor uw leven het "Goddelijke" halt uit. Ook aan uw leven wordt gevraagd welke wetten gij dienen wilt; ook aan u vragen wij thans het hoofd te buigen of gij zult moeten aanvaarden, dat gij alleen gelaten wordt, omdat gij "HEM" niet dient, doch afbreekt.
Ik vraag u echter, hoe is úw toestand? Hoe is uw denken en voelen geweest tijdens ons heengaan, ons harde werken in Amerika? De zwakken gingen twijfelen, zij waren alleen gelaten, een korte tijd waken konden zij niet. Ze bezweken even later. Persoonlijkheidjes knakten af, braken zichzelf. Maar ook nú krááit de Jeruzalemse haan voor hun levens. En heb ik u niet gewaarschuwd tijdens onze inwijdingsavonden. Overtuigde ik u niet van de dingen die zouden komen? Velen onder u hebben thans kleur bekend, ze bezweken, ze zijn gewogen en té licht bevonden. Anderen stonden als rotsen in de branding, het waren juist de minst opvallenden; de kleintjes??
Dit is uw laatste "Evolutie", één contact moeten wij verbreken. Wellicht voor korte tijd, niet voor ons leven, wij hebben ons contact stevig én sterk in eigen handen, wij gaan verder! Wij spreken niet meer tot uw leven door "Evolutie", gij kunt echter André's lezingen blijven volgen, ook al zult gij straks moeten aanvaarden, dat wéér Amerika hem roept. om ook daar de "Eeuw van Christus" op te trekken. Groot werk wacht hem daar en hen die hem volgen met de anderen, die zojuist hun taken hebben aanvaard.
Wees niet geslagen, niet bedroefd, gij goeden van geest, omdat gij uw "Evolutie'.' thans mist, weet nu, dat wij er niet het minst op bouwden, omdat wij wisten waarheen dit werk zou gaan. Gij allen hebt gekregen waarnaar gij verlangde, een contact, begrepen werd het geen seconde!
André wéét het, afbraak, verguizing, bezoedeling wacht hem en de enkelingen, die zich staande hebben gehouden. Maar wij staan achter en in zijn persoonlijkheid!
Hebt gij het anders verwacht? Of zijt ook gij afgestemd op de duisternis? Aan u allen, dát voor uw eigen leven uit te maken. Ik zeg u echter: zoekt het gemak niet, of laat ons begaan. Ik moet u tóéroepen: aanvaardt leed, smart, ellende, bezoedeling, laster: durft voor Golgotha uw leven in te zetten. Dient nú! Dient thans voor het geluk van deze zo geslagen mensheid. Wij zijn door niets tegen te houden. Ook niets kan André breken, hij kent geen zwakte meer, hij buigt zijn hoofd telkens en telkens weer, omdat hij weet, nú moet het geschieden, hiér op Aarde!
Mijn broeders en zusters van Evolutie, álles is goed: ook dit afscheid en de verbreking van uw contact. Er zijn vele mogelijkheden, die u aantonen, dat dit heengaan noodzakelijk is, omdat tal van verschijnselen het werk hebben gesmoord. Gij houdt uw woord niet, gij wilt 'n geestelijk contact, maar voelt niet, dat de grondbeginselen in uw handen gestalte kregen. Voelt gij niet, dat het stof der Aarde noodzakelijk is om geestelijke zaken op te trekken? In uw levens is het gevoel niet, het weten niet, dat - bezit -,op Aarde achter blijft. Gij doet deugd eraan te denken, als aan iets, wat men u tijdelijk geschonken heeft, in bewaring gaf, maar waarvan gij het universele nimmer hebt gevoeld. Ik zal duidelijk zijn, meer menselijker; velen van u droegen dit "contact" niet;; zij braken het door hun nonchalantigheid bewust af en gaven het geen ogenblik zekerheid voort te kunnen gaan. Welaan, laat ons dit "Geestelijk kindje" ten grave brengen; ik verzeker u echter, aan Gene Zijde leeft het verder. Het werd daar opgenomen in een Tempel, waar gij de woorden kunt lezen:
door mij kreeg u "Wijsheid, Kracht en Liefde"
De "Eeuw van Christus" lééft verder. André zal zijn opgedragen taak afmaken. Zoals hij van u heenging, keerde hij tot uw levens terug, sterker dan ooit tevoren. De goeden hebben er niet aan getwijfeld, zij weten Die vielen roep ik toe:
Sta op, gij zult tóch weer op moeten staan, doe het tijdens het leven op Aarde. Dank voor al uw moeiten, dank van de Meesters. Er is levensopgang voor u en de uwen, ontwaking. Ook wij vielen duizenden malen, maar gingen verder, dát bracht óns allen tot Golgotha!
Is dit alles zó onbegrijpelijk? Aan hen, die buiten dit alles bleven vertrouwen, dank voor uw gevoel vanuit de Hemelen. Gij kunt het nú weten, zie uw eigen taak, zie uw eigen - ik -. Denkt nu, maar in de goede richting, naar Golgotha! En eerst daar legt God Zijn beide Handen op uw hoofd en zegt:
"Goed zo, Mijn kind, een overwinning op u zelf behaald is een universeel fundament voor uw leven na de dood. Bouwt aan uw eeuwige rust, leer te dienen!"
0, gij kleinen van geest, vergrijpt u niet aan geestelijke waarheden, houdt het licht voor uw wereld niet tegen door uw dom gepraat, want gij kunt het niet. Wat weet gij van occulte wetten af? De God van al het leven gaf u het licht in uw ogen. Hoe hebt gij "ZIJN" licht gebruikt? Om het valse van úzelf in anderen te zien? God gaf u uw mond om te spreken, hoe zijn de woorden die over uw lippen komen? Vertegenwoordigen zij hartelijkheid, begrijpen, aanvaarden, liefde en geluk? God gaf u het gevoel om te voelen en te denken, hoe hebt gij "ZIJN" dingen aangevoeld, -hoe waren uw eigen gedachten toen gij kleur moest bekennen voor "HEM"? Sta open voor bereidwilligheid, hartelijkheid, begrijpen, het buigende - ik-leven - dat steeds liefdevol is, wilt gij opwaarts gaan en hoger komen op de énigen weg die uw leven tot God voert.
Nu begint de volgende en nieuwe "Evolutie'. Hiervoor zullen de sterksten onder u hun levensbloed moeten inzetten; willen de "Hemelen" het paradijs van Christus op Aarde brengen.
Hebt gij, vraag ik u, het anders verwacht? Niet één ziel kan eraan ontkomen. De Hemelen zijn bevolkt, ook het Goddelijke "AL", doch al die miljoenen vielen, bewust en onbewust, ze werden gebroken onder hun strijd voor het goede, bewustzijn te brengen op aarde. Christus gaf ons het "Goddelijke" voorbeeld. Tot straks, mijn kinderen, ik ben dan weer in uw midden, met mij de hoogste Engelen uit de sferen van licht, uw en mijn meesters, omdat André's leven ervoor geschikt is.

Uw Meester Zelanus.

Jozef Rulof / Meester Zelanus