Waarom meer jongens dan meisjes?

 

De "Pen-Gun" bevatte onlangs een artikel van Prof. dr J.G. Sleeswijk, waarin deze er op wijst, dat na elke oorlog van betekenis een relatieve toeneming van het aantal jongensgeboorten plaats vindt. Aan de hand van statistieken, opgemaakt na de oorlog van 14-18, komt hij tot de volgende belangwekkende cijfers. Voor Duitsland bedroeg de toeneming 2,5 %, dus 25000 op een miljoen geboorten, terwijl de stijging voor Frankrijk en Engeland 2% uitmaakte. De bewering van velen, dat het de "Natuur" is, die zorgt voor de aanvulling van de in de oorlog verloren mannenlevens, bevredigt deze geleerde niet. Hij schrijft: "Er zijn in zulke jaren een reeks van abnormale omstandigheden, die op de mens inwerken, zowel geestelijk als lichamelijk. In hoeverre de eerste hierbij een rol spelen - dus de wens van de ouders naar een zoon - is niet na te gaan; zulk een veronderstelling berust niet op tastbare gegevens. Sedert de ontdekking der vitaminen staan we bij het onderzoek van voedingsvraagstukken inderdaad telkens voor nieuwe verrassingen. Maar anderzijds moeten we ons er voor wachten, de voeding tot een kapstok te maken, waaraan alle abnormale verschijnselen bij de mens worden opgehangen.
Ik kan de lezer dus nog niet aan een oplossing voor het hier besproken probleem helpen".

 

Naar harmonie in de schepping

In mijn vorig artikel over de miskraam verbond ik u met de disharmonie in het geboorteproces en toonde aan, dat deze eerst zou oplossen, wanneer de mens de harmonie leerde aanvaarden en dienen. Welke Gods scheppingsplan kenmerkt. Dit nu geldt ook voor de wetten, waardoor er meer jongens dan meisjes worden geboren! Deze wetten kregen hun bestaan door uw oorlogen - hun geweld toch bracht miljoenen mensen om het leven. Al deze zielen wachten in het astrale bestaan en wel in "de wereld van het Onbewuste" om door het wezen van de aarde te worden aangetrokken en hun ontijdig afgebroken kringloop te kunnen voortzetten. Ik ga nu niet in op de wetten, door welke dit aantrekken geschiedt, maar volg alleen de vernietiging van het scheppende wezen: de man, en zijn terugkeer tot de aarde.
Gij zijt op de goede weg, wanneer gij de meervoudige geboorten van jongens verklaart door zichzelf herstellende natuur. Immers wanneer deze niet mede voor het noodzakelijke evenwicht zorgde, zou het stoffelijke wezen uitsterven. Of neemt ge met velen aan, dat elke ziel, die geboren wordt, een nieuwe scheppings Gods is? Als ge dit blijft aanvaarden, beperkt ge uw blik en uw mogelijkheden en moet de ganse Goddelijke schepping u vreemd en raadselachtig voorkomen. Ik vraag uw geleerden, uw theologen: hoe zou de mens in staat zijn in de tijd van één leven, dat voor een ieder verschillend van duur en omstandigheden is, zich God en een Hemel eigen te maken? Onze Schepper weet wel beter en Hij schenkt de mens miljoenen levens om tot de volmaaktheid te komen. Ik zal u in de kleine ruimte, die tot mijn beschikking staat, niet kunnen terugvoeren naar het begin van de Schepping om u dan volgens de Goddelijke Openbaringswetten de ontwikkeling van uw stof- en ziellichaam te schetsen - kosmische wetten, waarvan gij op de wereld niets, maar dan ook niets weet!
Dit moet voorlopig voldoende zijn: Toen wij als man en vrouw in het begin der schepping als embryo, als Goddelijke vonken aan onze door onzen Vader opgelegde taak begonnen, waren wij in harmonie. Wij ontvingen het ene leven na het andere en werkten aan de opbouw van ons lichaam, wat een lang evolutieproces was en ons naar verscheidene planeten voerde. Op geen van deze plaatsen konden wij ons uitleven en daardoor disharmonie scheppen, dit bewustzijn hadden we toen nog niet bereikt. Eindelijk wachtte ons de aarde, waar verder aan het stoflichaam moest worden gewerkt tot het blanke ras bereikt zou zijn. Naarmate wij voldeden aan onze opdracht ons lichaam te veredelen, ontwaakte tevens ons innerlijke leven. De ziel in ons liet nu haar rechten gelden en wilde tot ontwikkeling worden gebracht. Nu verloren wij ons. God wist dit, wij konden er niet aan ontkomen, door ervaring zouden we leren en aldus Zijn wetten stevig in handen krijgen. Als kleine, onmondige kinderen leefden we ons uit, we vergrepen ons aan andere levens om hierdoor onze hartstochten bot te vieren, met als gevolg dat we het evenwicht van ons lichamelijk bestaan verstoorden. We trokken in massa ten oorlog en brachten hierdoor kosmische stoornissen tot stand. Miljoenen mannen werden afgeslacht, waardoor een overheersend aantal moeders overbleef, zonder dat deze nochtans in staat waren deze afbraak geheel op te lossen. Het menselijke wezen ontwikkelde zich hoger en hoger in het stoffelijke leven en hierdoor konden ook de oorlogen gewelddadiger en geraffineerder worden, wat het aantal mannelijke slachtoffers telkens groter deed worden. Deze chaos gaat niet langer alleen de mens aan, maar raakt in de eerste plaats God en de ruimtelijke wetten, door welke Hij zich manifesteerde.
We zien nu een wet optreden, die zorg draagt, dat de chaos zich herstelt en tot de noodzakelijke harmonie wordt teruggebracht.
Ik zei u al, dat de ziel als mens van haar schepper een Goddelijke betekenis kreeg. Wanneer zij deze kosmische realiteit niet had ontvangen, zou zij zich in haar talloze oorlogen zelf hebben uitgeroeid! Maar geschapen als zij is naar Gods Beeld en Gelijkenis, bezit zij ook Zijn eigenschappen. God nu is Vader en Moeder - twee gevoelsgraden, twee levensmogelijkheden, die evenwel één orde vertegenwoordigen. Door het bezit van deze eenheid ook konden de Macro- en Microkosmos zich verdichten en uitdijen. Gaat u nu zelf maar na: Zo God meer Vader dan Moeder ware geweest, zou Hij de mislukking van Zijn Schepping al tijdens Zijn eerste openbaringen hebben moeten aanvaarden. In Hem werkten het Vader- en Moederschap echter in gelijken graad, met eenderde kracht, en zo is dit noodzakelijkerwijs in heel Zijn Schepping het geval. Dit Vader- en Moederschap in ons zorgt nu voor de gewenste harmonie. Dit is het, wat het door de oorlogen verbroken evenwicht en de daardoor ontstane chaos herstelt. Voelt ge dit in zijn volle betekenis aan? Voelt u, dat man en vrouw nimmer, ook niet door oorlog en dood te scheiden zijn, zonder dat dit de instorting van het Goddelijke Scheppingsplan tot gevolg zou hebben? Niet het verlangen van de ouders, niet het vitaminegehalte van uw voeding bepaalt het naar verhouding grotere aantal jongensgeboorten - het is uw eigen Goddelijke, dus Universele Ik, dat bewust of onbewust, al naar de door u reeds bereikte graad voor die harmonie zorgdraagt. Miljoenen ouders helpen u daarbij, want gij vertegenwoordigd met hen als Kinderen van één Vader: één wet! Is het nu verwonderlijk, dat telkens na een oorlog zovele ouders zovele zonen ontvangen - juist dat, wat noodzakelijk is voor het evenwicht in de schepping? Zeg nu nooit meer: de natuur herstelt zichzelf - want gij zijt het, gij als mensen, als vader en moeder, als Kinderen van uw God, die gehoorzamend aan uw hogere afstemming, het harmonische voortbestaan van Zijn Schepping verzekert, waardoor gij en al Zijn Kinderen eens Zijn Leven, Zijn Liefde en Zijn Onmetelijkheid in de bewusten graad zult bezitten!

Meester Zelanus

Uit evolutie, 1ste jaargang no 4, 1 december 1946

Jozef Rulof / Meester Zelanus