De Tempel der Moeder
Deel I

 

Niets gaat in de Goddelijke Schepping met sprongen, niets is er zo maar ineens! Mens, dier en plant, Maan, Zon en ster, al het leven in Gods ruimte doorliep een evolutie vooraleer het 't volgende stadium kon binnentreden!
God schiep het eeuwigdurende voortgaan, want er is geen dood! Sterven betekent geestelijk evolueren, het is het verder gaan voor de ziel tot God terug!
God verdoemt niet!
Dit is nu voor de mens zijn Goddelijk fundament!
Miljoenen zielen op Aarde kunnen, hoe gelovig en godsdienstig ze ook zijn, onmogelijk langer het bijbelse scheppingsverhaal als waarheid aanvaarden. Hun gevoelsleven weigert nog maar één ogenblik in het zonderlinge verhaal omtrent het ontstaan van aarde, uitspansel, mens en dier te geloven. De besliste uitspraken van de wetenschap over de mogelijkheid van de bijbelse gegevens steunen die zielen nog in hun verwerping. De bijbelschrijvers zeggen u, dat aarde en uitspansel, mens, dier en plant door God zo maar ineens werden geschapen. Maar hoe anders is de werkelijkheid!
Het ganse Goddelijke scheppingsplan is gebouwd op geleidelijke ontwikkeling!
Niets in de ruimte was er zo maar ineens, alles evolueerde van graad tot graad naar zijn definitieve staat!
In grove trekken geschetst - want over elk stadium zijn reeksen boeken te schrijven - voltrok het scheppingsproces zich als volgt:

Toen God zich openbaarde waren de nevelen de eerste zichtbare verschijnselen. In een later stadium verdichtten de nevelen zich tot een wolkenmassa. Hieruit - en we bevinden ons reeds in de stoffelijke openbaring - ontstond het embryonale menselijke leven. God heeft Zich nu gedeeld: een Goddelijke openbaring door het stoffelijke leven aan de mens geschonken. Het embryo - de door God bezielde en uit de verdichting van de nevels ontstane cel - staat voor de Goddelijke wetten en zal tot de evolutie overgaan en aan het scheppingsplan deelnemen. Zijn menselijk bestaan nam een aanvang.

Om u over de Heiligheid der Schepping tot denken te brengen, plaatsen wij in dit en enige volgende nummers, onverkort, een destijds door "De Universiteit van Christus" uitgesproken en vastgelegde lezing door Jozef Rulof over: "De Tempel der Moeder".

 

 Mijn zusters en broeders.

Ik kom tot u, door mijn Meester gestuurd en wil ik mij aan u voorstellen. Tot u spreekt Meester Zelanus.
Velen kennen mij reeds, hebben van mij gelezen in het boek wat ik door hem waardoor ik spreek heb doorgegeven. Velen van u kennen "De Kringloop der Ziel". Mijn Meester wil, dat ik u in mijn leven optrek en u een beeld geef van ons eigen leven, waarin wij zijn, en u opgenomen kunt worden als u zich innerlijk wilt openen. Als u zich op mij wilt afstemmen, uw gevoelens die de aarde raken, wilt uitschakelen, dan zal ik trachten u met mij te nemen en u los te maken van deze wereld. Ik wil trachten u een beeld te geven van ons leven en uw leven na dit, waarin u leeft, waarin u voelt, waarin u denkt, want nog steeds heeft u het fluïdekoord verbonden met uw eigen kleed. Als u voor honderd procent los komt in gedachten, dan kunt u beleven wat ik u toon en is het mogelijk u mede te nemen en in de ruimte te zweven, zodat u de astrale wereld voor u ziet. U bent dan een tijdlang van uw lichaam los en van de sfeer waarin u leeft, waar op dit ogenblik niets anders is dan geweld, en er kunnen nog plaatsen zijn waar het geluk u wacht. Maar al dat geluk en alles wat uw aarde bezit is in geen vergelijking met het onze of met datgene dat u wacht waarheen ik u voeren wil. Als u dat beleeft dan voelt u zich klein en nietig. Als u van de aarde los komt en de planeet onder uw voeten verdwijnt en de lichamen van al die mensjes al kleiner en kleiner worden en dan daarna verwazen, dan lijkt het of  uzelf groter en groter wordt. En toch is dat niet waar. Wij nemen dan afscheid van Moeder Aarde en treden de ruimte tegemoet, doch daar is heel veel voor nodig. Die mij volgen wil kan zijn handen vouwen, zijn ogen sluiten, zijn hoofd gebogen houden en denken, aan mij denken. Die mijn leven kent en de "Kringloop der Ziel"gelezen heeft, weet hoe dat instellen op mijn leven is, want daarvan heb ik heel veel verteld. Die mij als Lantos heeft gevoeld, zal mij thans ook als Meester Zelanus zien en weten te waarderen als het mij lukt u een beeld te geven van al deze onbeschrijflijke machten en wetten, die in het heelal bestuurd worden door Hem, die wij als God hebben leren kennen en alleen liefde is. Voelt u, dat dit de moeite waard is om u daarvoor geheel op dit ogenblik af te sluiten? Dat ik iets zeggen wil dat u iets geeft voor uw eigen-ik-zijn en dat dit leven uw diepte zal peilen en uw hoofd zal schudden, maar aan uw hartdeur zal kloppen, dan opent zich uw ziel en u ontvangt. Als gij dan weet, dat dit mogelijk is, dan verzeker ik u, dat er een heilige stilte over uw hoofd kome en u allen verwarmt, dat u op vleugelen zweeft en de ruimte leert kennen. Laat ons ingaan, trachten los te komen van uw kleed, boven uw hart, hoger en hoger, totdat u nu naast uw eigen gewaad staat en u zich, door de Meesters geholpen, opgevoerd voelt door een sterkere macht, die uw eeuwig ik-zijn heeft vernietigd, dat verplettert uw eigen gedachten of het is niet mogelijk om u mee te nemen in onze ruimte. Want als u gaat denken dan trekt gij uw eigen-ik tot u, u moet los willen zijn van uzelf. Hevig willen en in de diepte van uw hart trachten te bidden om u deze krachten te kunnen verzamelen. Want er zijn Meesters in onze omgeving, die ons willen helpen en als wij dat hebben bereikt, dan zult gij steeds het verlangen hebben dit nogmaals en nogmaals te kunnen beleven. Want het geeft u het vergezicht en de ruimte, het geeft u de diepte van andere levens. het laat u zweven tussen leven en dood. Dat is het, waarin ik u voeren wil, als u met mij wilt gaan en deze diepte wilt leren kennen. Ik voer u door de dood naar het licht. Ik maak u los van uw eigen kleed, dat is het stervensproces op aarde en als wij dan los zijn, dan hebt u het sterven beleefd, doch het geboren worden in de geest ondervonden. Als op wolken gedragen voelt u zich dan en dan gaat u of in de stilte van de sferen over of men voert u naar de duisternis en dan lost ook alles voor u op en hebt u geen licht en geen gevoel meer. Maar daar hebben wij het nu niet over. Ik voer u allen naar het licht en wel naar de derde sfeer, waar ik u een beeld wil tonen van de moeder en wat eigenlijk het moeder-leven, het moederschap betekent op aarde, dat mij de Meesters hebben opgedragen. Ik wil u van de aarde losbrengen, zwevende verder gaan door de ruimte en de derde sfeer bezoeken, waarin die tempel, hoog op een berg opgericht en majestueus opgetrokken is, die door de Meesters al deze heiligheid heeft ontvangen, maar waarin wij, mensen, kunnen afdalen en de schepping kunnen beleven, doch daar aanstonds over.
Als wij los gekomen zijn van de aarde en het lichaam hebben verlaten, dan zweven wij in de ruimte, maar dan gaan wij op concentratie door en zien wij de aarde onder onze voeten verdwijnen. De stoffelijke huizen, bomen en alles wat tot de aarde behoort, lost voor onze ogen op, de sterren en planeten verdwijnen en er komt zachtkens, flitsend daarna een licht op, dat ons omstraalt en ons bewierookt, ja, omvalt, dat ons onthalen wil in de verschijning van een gestalte, die ons voeren zal naar het licht der lichten, dat het hiernamaals kent en bezit. Geloof mij toch als ik u wil brengen in de sfeer waar het geluk wordt gevoeld, waar de heligheid van uw eigen ik leeft, als u eens daar bent of als uw afstemming nu reeds zo volkomen is, dat gij daar plaats vindt en uw liefde hebt begrepen. Dit is uiteindelijk uw laatste sprong, kan ik zeggen, naar de vierde sfeer, wat het zomerland is en dan hebt u geheel de aarde en al haar wetten verlaten. 
Mijn lieve vrienden, als u zich nu voelt bevrijd van uw eigen organisme, dan zweeft u met mij in de ruimte, dan gaan wij verder en verder en trachten zo spoedig mogelijk de aarde te verlaten. Wat slechts in weinige seconden kan geschieden, maar waarover wij miljoenen eeuwen kunnen doen, doch nu niet mogelijk is. Wij kunnen langzaamaan voortgaan en de wetten leren kennen, want er zijn voldoende Meesters aanwezig om die ons te laten verklaren en het begrijpen in ons komt, waardoor er een andere bewustwording, de gestalte, die onze eigen persoonlijkheid is, verfraait. Dat willen wij, dat wil iedereen, de moeder, de vader, het kind, dat wil het dier, dat willen bomen en planten. Alles wat door God het licht gegeven is, zal groeien en bloeien en verder gaan om te ontwaken, om tot Hem terug te keren, die ons Zijn eigen leven gaf. Ik neem aan dat u mij voelt, dat u ziet waar wij zijn en dat de aarde, de stoffelijke planeet, voor ons oplost. Wie in de boeken van mijn Meester dit alles heeft gelezen, begrijpt waarover ik spreek en die dit nog niet hebben gedaan, raad ik aan het aanstonds te doen, zodat u meer aan dit beleven hebt, als u straks in uw eigen zielekamer terugkeert. Als u het licht van onze wereld gaat aanschouwen, dan zien wij de eerste, de tweede en de derde sfeer, maar daarvoor ligt een schemerland, waardoor wij heen moeten, omdat we door en los van de aarde het geheel zijn van dit schemerwerk moeten betasten, dat onze ziel voelt en waarin wij groeien en bloeien, waarin wij onze voorbereiding genieten, het klaar zijn betekent voor de eerste sfeer, dat ons het Koninkrijk Gods oplegt. Wij gaan door een schemerstreek een mistachtige toestand, die ons opwekt, enigszins raakt als de aarde, maar waardoor wij heen moeten gaan om het verdere, het diepere leven te bemachtigen, zodat ons ik-zijn zich aanstelt en afstemt om de sfeer, in wier leven wij mensen, het ontwaken hebben ontvangen. Het is het voorportaal voor de eerste sfeer en wij gaan verder naar de eerste, de tweede en zullen het beleven, dat ook ons de derde sfeer wacht, want daar is het waar ik wil zijn en u verklaren wil wat de moeite waard is en waardoor u God niet alleen als Vader maar ook als Moeder leert kennen. In de eerste sfeer ziet u het licht als de aarde, er zijn wolken, maar de mens voelt zich aards en de tweede sfeer is een blauw-violetachtig licht. Ook de mens daar voelt zich nog met de aarde verbonden, maar gaan wij verder dan komen wij in de derde sfeer. Deze drie sferen zijn er om u los te voelen van de aarde, om los te komen van uw eigen-ik dat aards is, al uw ups en downs naast u neer te legen, hetgeen u voelt komt tot uw zieleleven en treedt er dan in binnen en maakt wakker en veegt schoon wat opgelost moet worden. Als u naast mij staat en in de verte die hoge berg ziet en die tempel in het sneeuwwitte kleed van reinheid, van geluk, van eenvoud en van de reine diepte in de natuur, dan ziet u De Tempel van de Moeder. Majestueus, licht uitstralend is dit gebouw, door de Meesters uit de zevende hemel tot groei en bloei gebracht, in stand gehouden door hun volle concentratie en hun eigen dienende ik-zijn. Deze tempel is opgedragen aan de moeder. Wat willen wij daar nu beleven? Wat zullen wij daar zien? Als u met mij gaat op de vele wegen die u ziet, waarvan wij er één zullen bewandelen, dan reeds gaat u in de moeder over. U ziet links en rechts tientallen van wegen, paden, van noord en zuid, van west en oost komen de zielen om hier in de kosmos, de ruimte, de schepping te kunnen beleven.
Dat hebben de Meesters ons geschonken uit de zevende hemel, zij gaven ons hun licht, hun voelen en denken en wij waren dankbaar en bogen onze hoofden om dit waar te nemen. Maar wat geschiedde er? Volg mij, ga met ons en voel aan wat het zeggen wil een geestelijk gebouw te mogen binnentreden. Als er dan liefde in u is, ga dan mee en kijk uit en zie, maar voel, voel vooral, zet uw huisdeuren open, klop aan aan het menselijke ik-zijn en dring op ontwikkeling en ontwaken aan. Vraag om geholpen te mogen worden, vraag steeds in dit korte ogenblik van ons éénzijn, of u zult terugkeren in gedachten naar de aarde en voelt zich leeg en onbeholpen. Wij gaan verder, reeds op deze weg, allen met mij, voelen wij dat er iets vreemds in ons komt. In mij is stilte, in mij komt het ontwaken, in mij komt er een gevoel dat mij opheft, dat mij ook neer laat buigen om te knielen. Het is of er een hand op mijn schouder wordt gedrukt, die zegt: "Kniel neer, mijn kind, als u wilt ingaan in de wetten van God, als u de moeder wilt leren kenen."
In de derde sfeer is het, staat de Tempel van de Moeder, opgedragen aan haar, door de Meesters van de hogere sferen.
Daarheen gaan wij, u met mij, ik vraag u thans om u gereed te maken, nu moet u dat kunnen. Nog wil ik even wachten, ik voel aan dat het niet gemakkelijk is en u zult gaan denken, u zult voelen, u zult pijn hebben, u zult u verlichtend voelen en erbarmelijk moe, u zult de volle schepping dragen op uw beide schouders en u zult het ineenzinken beleven van uw eigen-ik. Als u hierin gaat, dan bezwijkt u als er geen andere krachten zijn om ons te helpen. Ik zal alles doen, ik zal smeken, ik zal vragen in u te zijn als het kan, want dan beleeft u de volle kracht van ons leven en de heiligheid van de sferen en de moeder, zoals wij haar liefhebben en kennen. Weet dan ook dat het de mogelijkheid biedt om in uzelf te voelen of er iets van die heiligheid in u is of dat gij ziet dat uw hoofd buigende is voor de Alkracht van God voor het machtige dat u bezit, omdat u tot het leven behoort.

Uit de europese heraut, 4e jaargang nr 88, 15 mei 1957     

Jozef Rulof / Meester Zelanus