HET PROBLEEM

        VAN DE KERKEN

II

 

 

De mensen zijn heden vergevorderd met de verwerping van dogma’s en leerstellingen en dit is goed, juist en bemoedigend. Het betekent vooruitgang, maar tot nu toe hebben de kerken gefaald hierin het werk van de goddelijkheid te zien.

 

De verwrongen voorstelling van de waarheid heeft de mensheid geleid tot de formulering van een aantal dogma’s, waarvan Christus klaarblijkelijk niets wist en --- mag ik wagen het zo te zeggen? --- waarom Hij Zich nog veel minder bekommerde, Christus bekommerde er Zich alleen om dat de mensen zouden erkennen dat God liefde is, dat alle mensen kinderen van Eén Vader zijn en daardoor broeders: dat de menselijke geest eeuwig is en dat er geen dood is; Hij verlangde dat de Christus in ieder mens ( het ingeboren Christusbewustzijn, dat ons één maakt met elkander en met Christus ) in al zijn heerlijkheid zou voortbloeien; Hij onderwees dat dienstbetoon de grondtoon was van het geestelijk leven en dat de Wil van God geopenbaard zou worden. Dit zijn niet de punten waarover het merendeel der commentators heeft geschreven. Zij hebben er ad nauseam over gediscussieerd, in hoeverre Christus goddelijk was en in hoeverre menselijk; voorts over de aard van de Maagdelijke Geboorte, de doelmatigheid van Paulus als leraar van de christelijke waarheid, de aard van de hel, de verlossing door bloed en over de historische echtheid van de Bijbel.

De woorden en de brieven van Paulus hebben evenveel zo niet meer aandacht ontvangen van de commentators dan de woorden van Christus en dezelfde onfeilbaarheid is hem toegeschreven, terwijl Johannes de enige schrijver was, die in het Nieuwe Testament het denken van Christus waarheid getrouw weergaf en begreep: uit zijn brieven spreekt de liefde van Christus zonder leerstellige disputen.

Heden herkent het denken van de mensen het gloren van de vrijheid; het realiseert zich dat ieder vrij moet zijn om God op zijn eigen manier te vereren. Indien dit juist is en indien men hierbij blijft, luidt dit de doodsklok voor de theologie. Dit betekent niet dat ( in de komende nieuwe eeuw ) ieder mens een theologische school zal uitzoeken, waarbij hij zich verkiest aan te sluiten. Zijn eigen door God verlicht denken zal naar waarheid zoeken en hij zal deze voor zichzelf verklaren. De tijd van de theologie is voorbij en die van de levende waarheid is met ons. Dit weigeren de orthodoxe kerken te erkennen. Waarheid is in wezen onbetwistbaar: waar een strijdvraag optreedt, is de opvatting gewoonlijk van ondergeschikt belang en bestaat in hoofdzaak uit menselijke ideeën over de waarheid.

De mensen zijn heden vergevorderd met de verwerping van dogma’s en leerstellingen en dit is goed, juist en bemoedigend. Het betekent vooruitgang, maar tot nu toe hebben de kerken gefaald hierin het werk van de goddelijkheid te zien. Vrijheid van denken, het betwijfelen van de voorgelegde waarheden, een weigering om de leer van de kerken in de bewoordingen van de oude theologie te aanvaarden en een verwerping van opgedrongen kerkelijke autoriteit, zijn kenmerkend voor het geestelijk denken van de huidige tijd. Dit wordt door orthodoxe kerkmensen als een aanduiding van gevaarlijke neigingen en als een zich afkeren van God beschouwd en dientengevolge als een verlies van het gevoel voor goddelijkheid. Het duidt precies het tegengestelde aan.

Misschien even ernstig, door hun effect op talloze duizenden van het meer onwetende publiek, zijn de materialistische en politieke ambities van de kerken. Bij de oosterse godsdiensten is dit niet zo overduidelijk het geval; in de westelijke wereld verhaast deze neiging de ondergang van de kerken. In de oosterse godsdiensten heeft een noodlottige negativiteit overheerst; de verkondigde waarheden zijn niet voldoende geweest om het dagelijks leven van de gelovige te verbeteren of om de waarheden te verankeren, zodat ze creatief werken op het stoffelijk gebied. De uitwerking van de oosterse leringen is grotendeels subjectief en negatief, wat betreft het dagelijks leven. De negativiteit van de theologische uitleg van de Heilige Boeken van de Boeddhisten en Hindoes heeft het volk in een berustende toestand gehouden, waar het nu langzaam begint uit te komen. Het mohammedaanse geloof is, evenals het Christelijke, een positieve voorstelling van de waarheid, maar zeer materialistisch: beide geloven zijn strijdlustig en politiek geweest in hun activiteiten.

De grote westerse godsdienst, het Christendom, is bepaald objectief geweest in de voorstelling van de waarheid, dit was nodig. Zij is strijdlustig, fanatiek, grof-materialistisch en eerzuchtig geweest. Ze heeft politieke doelstellingen verenigd met praal en ceremonie, met grote stenen gebouwen, met macht en een opgedrongen autoriteit van ’n zeer bekrompen aard.

De vroeg-christelijke Kerk ( die betrekkelijk zuiver was in haar voorstelling van de waarheid en in haar handel en wandel ) viel tenslotte uiteen in drie delen: De Rooms-Katholieke Kerk, die thans munt tracht te slaan uit het feit dat ze de Moederkerk was; de Byzantijnse of Grieks-orthodoxe Kerk en de Protestante kerken. Zij scheiden zich alle af op het punt van de leestellingen en alle waren zij oorspronkelijk oprecht, zuiver en betrekkelijk rein en goed. Alle zijn zij sinds hun ontstaan geleidelijk in verval geraakt en thans kunnen wij de volgende droevige en ernstige toestand constateren:

 

  1. De Rooms-Katholieke Kerk onderscheidt zich door drie punten, die alle in strijd zijn met de geest van Christus:

 

  1. Een door en door materialistische houding. De Kerk van Rome is een voorstander van grote stenen bouwwerken --- kathedralen, kerken, gestichten, kloosters voor monniken en nonnen. Om dit alles te bouwen is het politiek door de eeuwen heen geweest het geld zowel bij de rijken als bij de armen uit de zak te kloppen. De God van de Rooms-Katholieke Kerk is geld. Het is een zuiver kapitalistische kerk en zij is machtig in de meer Fascistische landen. Het in haar schatkisten verzamelde geld houdt een machtige kerkelijke hiërarchie in stand en zorgt voor de vele instellingen en scholen.
  2. Een verrijkend en vervooruitziend politiek programma, waarin wereldlijke macht het doel is en niet het welzijn van de kleine man. Het huidige programma van de katholieke Kerk heeft bepaalde politieke gevolgentrekkingen; haar houding tegenover het communisme heeft een kiem in zich voor een volgende wereldoorlog. De huidige politieke activiteit van de katholieke Kerk maakt geen vrede, onverschillig onder welk mom zij voorgesteld wordt.
  3. Een geplande politiek, waarbij het gros van de mensen in intellectuele onwetendheid wordt gehouden en door deze onwetendheid natuurlijk te vinden zijn onder de reactionaire en conservatieve machten die zo krachtig bezig zijn zich te verzetten tegen de nieuwe eeuw met haar nieuwe beschaving en meer verlichte cultuur. Blind geloof en volkomen vertrouwen in de priesters en in het Vaticaan worden beschouwd als geestelijke plichten.

 

De Rooms-Katholieke kerk weerstaat verschanst en aaneengesloten elke nieuwe en evolutionaire voorstelling van de waarheid aan het volk; zij wortelt in het verleden, maar groeit niet naar het licht; haar uitgebreide financiële hulpbronnen stellen haar in staat de toekomstige verlichting van de mensheid te bedreigen onder de dekmantel van een vaderlijke zorg en een kleurrijk optreden naar buiten, die een kristallisatie en een intellectuele domheid verbergen, die tenslotte onvermijdelijk tot haar uiteindelijke ondergang moeten leiden.

 

  1. De Grieks-Orthodoxe Kerk bereikte zulk ’n hoge graad van corruptie, zwendel, hebzucht en sexueel kwaad, dat deze tijdelijk onder de Russische revolutie afgeschaft werd. Dit was een wijs, noodzakelijk en juist besluit. Deze kerk legde de nadruk geheel en al op het materialisme, maar ze oefende nimmer ( en zal dit ook nooit doen ) zulk een macht uit als de Rooms-Katholieke Kerk dit deed in het verleden. De weigering van de revolutionaire partij in Rusland, om deze corrupte kerk te erkennen, was wijs en gezond: zij deed geen schade, want het Godsbesef kan nimmer uit het menselijk hart verdreven worden. Indien alle georganiseerde kerken van de aarde zouden verdwijnen, dan zouden het Godsbesef en de erkenning en de kennis van Christus krachtig tevoorschijn komen als een frisse en nieuwe overtuiging. De kerk in Rusland is, zoals u weet, opnieuw officieel erkend en staat voor een nieuwe gelegenheid. Ik ga hier niet uitweiden over het heden van de kerk in Rusland, noch over haar huidige gedragingen. Tot nu toe vormt zij geen factor in het wereldbestel, maar er bestaat hoop dar zij uiteindelijk als een herboren en geestelijke kracht tevoorschijn zal komen. De eisen die haar omgeving aan haar stelt, zijn zeer zwaar en ze kan niet reactionair zijn zoals de kerken in andere delen der wereld dit kunnen zijn.

 

  1. De Protestantse Kerken. De kerk, die onder de algemene verzamelnaam “protestant’ aangeduid wordt, onderscheidt zich door een veelvoud van afscheidingen; zij is afwisselend ruim, bekrompen, liberaal, radicaal en altijd protesterend. Zij omvat grote kerken, zoals de protestants Episcopale Kerk, de Methodistenkerk, de Kerk van Engeland, de Congregatiekerk, de Presbyteriaanse kerk en vele andere grote en kleine kerken. Ook deze kerken onderscheiden zich door materiële doelstellingen. Zij zijn betrekkelijk vrij van de politieke vooroordelen die de Rooms-Katholieke Kerk beïnvloeden, maar het is een krakelende fanatieke en onverdraagzame groep gelovigen. De geest van afgescheidenheid viert hoogtij; er is geen éénheid of samenhang tussen hen, maar gewoonlijk heerst er voortdurend een geest van afkeuring, een kwaadaardige partijgeest en een toename van honderden protestantse erediensten, een voortdurende voorstelling van een bekrompen theologie, die niets leert maar wel nieuwe twisten teweegbrengt over leerstellingen of over een kwestie van kerkelijke organisatie of procedure.

 

De Protestantse Kerken hebben een precedent gesteld met hun zeer scherpe tegenstellingen, waarvan de oudere kerken betrekkelijk vrij zijn door hun hiërarchische methode van bestuur en hun gecentraliseerd autoritair beheer. Hoe kan in de behoefte van de mensheid aan geestelijke leiding worden voorzien, wanneer de leiders der kerken in beslag genomen door wereldlijke aangelegenheden, wanneer in de Rooms-Katholieke, de Grieks-Orthodoxe en de Protestantse kerken de nadruk wordt gelegd op praal en ceremonieën, op grote kerken en stenen kathedralen, op gouden en zilveren communiestellen, op purperen baretten, op met juwelen bezaaide gewaden en op al de paraphernalia, waar de kerkelijk gezinden zo van houden? Hoe kunnen de stervende kinderen van de wereld en van Europa in ’t bijzonder gered worden, wanneer Pausen en Bisschoppen oproepen om geld uitzenden, teneinde kathedralen te bouwen en meer kerken op te richten, terwijl de bestaande kerken thans leeg staan? Hoe kan er weer licht schijnen in het denken van de mensen, wanneer de geestelijkheid het volk in een staat van vrees houdt, voor zover zij de oude theologische uitleg en de oude wijzen om God te benaderen niet aanvaarden? Hoe kan in de geestelijke en intellectuele behoeften van de mensen voorzien worden, wanneer de theologische seminariën niets onderwijzen wat nieuw en geëigend is voor deze tijd, doch jonge mensen die alleen in de oude uitleggingen onderwezen zijn, uitzenden om de mensheid te leiden? Deze jonge mensen beginnen hun godsdienstige opleiding en voorbereiding voor het geestelijk ambt met zeer veel hoop en verheven idealen; zij gaan uit in de wereld met weinig hoop, niet veel geloof, maar met een vastbeslotenheid om het “goed te doen” en tot aanzien te komen in de kerk.

De vraag doet zich voor of Christus zich in de kerken zou thuis voelen, indien Hij weer onder de mensen verkeerde. De rituelen en ceremonieën, de praal en de gewaden, de kaarsen en het goud en zilver, de rangorde van pausen, kardinalen, aartsbisschoppen, kanunniken en gewone rectors, pastoors en lagere geestelijke, zouden waarschijnlijk weinig belangstelling opwekken bij de eenvoudige Zoon van God, Die --- toen Hij op aarde was --- geen plaats had om Zijn hoofd neer te leggen.

Wanneer ik deze aanklacht tegen de kerken schrijf, ben ik mij volkomen bewust van die grote en goede mensen, die diep geestelijke mensen, wier lot hen gebracht heeft binnen de beperkende muren van de kerk; in totaal zijn er zeer veel zulke mensen en zij zijn in alle kerken en godsdiensten. Hun lot is moeilijk; zij zijn zich bewust van de omstandigheden en zij worstelen en streven om gezonde Christelijke en religieuze denkbeelden aan een zoekende en lijdende wereld te brengen. Zij zijn de ware zonen Gods; zij zijn op de meest onaangename plaatsen gesteld; zij zijn zich bewust van de verborgen verdorvenheid die het kerkelijk bouwwerk ondermijnd heeft en van de kwezelarij, zelfzucht, hebzucht en bekrompenheid die hen omringen.

Zij weten heel goed dat geen mens ooit verlost is door theologie maar alleen door de levende Christus en door het ontwaakte Christusbewustzijn in ieder mensenhart; innerlijk verwerpen zij het materialisme in hun omgeving en zij zien weinig hoop voor de mensheid in de kerken; zij weten heel goed dat de geestelijke werkelijkheden vergeten zijn tijdens de materialistische ontwikkeling van de kerken; zij hebben hun medemensen lief en zouden het geld dat nu besteed wordt aan de instandhouding van het kerkelijk apparaat en de vaste lasten, willen aanwenden tot de schepping van die Tempel van God, die “niet met handen gemaakt, eeuwig in de hemelen” is. Zij dienen die geestelijke hiërarchie die --- ongezien en sereen --- achter alle menselijke aangelegenheden staat en zij voelen geen innerlijke band met enig uiterlijke kerkelijke hiërarchie. Het leiden van het menselijk wezen tot bewuste betrekking met Christus en die geestelijke Hiërarchie is voor hen het belangrijkst en niet de toename van het kerkbezoek en de autoriteit van onbeduidende mensen.

 

  

Europese Heraut, 4e jaargang, no. 88, 15 Mei 1957.